Politieke boycot kost een partij bijna altijd kiezers

Of er een ‘cordon sanitaire’ komt rond Geert Wilders is twijfelachtig. Maar in het verleden raakten geboycotte partijen er bijna altijd door beschadigd, zag politicoloog Van Spanje.

Een boycot kost stemmen – op de lange duur. Als een politieke partij buitenspel wordt gezet door alle andere partijen haken potentiële kiezers af, omdat ze verwachten dat die partij toch niet in de regering komt. Dat geldt in ieder geval voor landen als Nederland, waar de parlementaire oppositie weinig invloed heeft.

Dat schrijft politicoloog Joost van Spanje in zijn dissertatie Pariah Parties, waarop hij morgen hoopt te promoveren aan het Europees Universitair Instituut (EUI) in Florence.

Het is dus maar de vraag of de politici en politicologen die beweren dat de PVV van Geert Wilders garen zou spinnen bij een boycot gelijk hebben. Afgelopen week maakte een aantal partijen bekend de PVV van Geert Wilders uit te sluiten als mogelijke coalitiepartner.

Sommige politicologen hebben dat ‘contraproductief’ genoemd. Van Spanje denkt van niet: „Ik heb metingen verricht bij cordons sanitaires in het verleden en op grond daarvan is er geen reden om aan te nemen dat een boycot voor Wilders per saldo positieve effecten zou hebben. Als er een écht cordon zou worden ingesteld, hebben de kiezers aanleiding te denken dat de PVV buitenspel komt te staan. Dat zou Wilders op den duur meer stemmen kosten dan het hem oplevert.” Dat zo’n cordon er Kamerbreed zal komen is overigens onwaarschijnlijk. En Van Spanje is er ook niet zeker van of zijn bevindingen uit het verleden nog opgaan in het huidige politieke systeem. „Door de komst van internet en van commerciële tv kunnen partijen die invloed verliezen door een boycot toch in beeld blijven.”

Van Spanje deed onderzoek naar de gevolgen van ‘cordons sanitaires’ in naoorlogs West-Europa. Zijn definitie van zo’n cordon luidt ‘stelselmatige afwijzing van elke politieke samenwerking met een bepaalde partij’. Hij vergeleek de electorale lotgevallen van 46 communistische en anti-immigratiepartijen in 15 landen. Eerst verdeelde hij die partijen in twee groepen: zij die wel en zij die niet werden uitgesloten door anderen. Vervolgens mat hij de gevolgen van cordons sanitaires voor de kiezerssteun aan geboycotte partijen. Uitgesloten partijen bleken slechter te scoren dan niet uitgesloten partijen en geboycotte partijen verloren meer stemmen dan ze proteststemmen wonnen. De kracht van het boycoteffect bleek van land tot land te variëren, afhankelijk van de machtsverhouding tussen regering en oppositie.

Een boycot is een mes dat aan twee kanten snijdt. Aan de ene kant wekt een geboycotte partij, als underdog, sympathie. Aan de andere kant frustreert een boycot de ambities van de kiezer, die denkt: zo komen we nooit aan de macht. Van Spanje: „In Nederland is het laatste effect op lange termijn wat sterker dan het eerste.”

De electorale effecten zijn over het algemeen klein, constateert Van Spanje, en ze werken vooral op de lange termijn. „De partij Centrumdemocraten van Janmaat had op zijn hoogtepunt maar 3 zetels. Zo’n partij heeft er last van als kiezers weglopen.” Maar er zijn ook grote partijen uitgesloten, zoals de communistische partijen van Frankrijk en Italië. Naarmate die langer werden geboycot, verloren ze meer kiezers.

De negatieve invloed van een cordon sanitaire hangt af van de invloed van de parlementaire oppositie in een land. Van Spanje: „Van belang is hoe vaak er meerderheidsregeringen worden gevormd. Een minderheidsregering moet steeds wisselende coalities vinden. Daarmee krijgt een oppositiepartij ruimte om zijn stempel te drukken op beleid. Dat kun je met een cordon sanitaire heel moeilijk voorkomen.”

Burgers zijn vertrouwd met de machtsverhoudingen tussen regering en parlement. Van Spanje: „De Nederlandse kiezer weet dat regeringspartijen de lijn uitzetten en oppositiepartijen weinig te zeggen hebben. Dan heeft een cordon sanitaire meer effect dan in bijvoorbeeld Noorwegen. Daar weten kiezers dat een partij macht heeft zodra hij in het parlement zit.”

Als voorbeeld van een Nederlandse partij die stelselmatig is buitengesloten en mede daarom niet kon groeien, noemt Van Spanje de Communistische Partij Nederland (CPN). „Die is heel lang buitenspel gezet door de andere partijen. Er zijn sterke aanwijzingen dat er bij de CPN meer kiezers zijn afgehaakt vanwege geringe invloed op het beleid dan er proteststemmers bij zijn gekomen.”

Toch is het Vlaams Blok (nu Vlaams Belang) in de jaren dat het werd geboycot door de andere Vlaamse partijen alleen maar groter geworden. Van Spanje: „Dat heeft, behalve met de Belgische stemplicht, die relatief veel proteststemmen oplevert, waarschijnlijk vooral te maken met de relatief grote invloed van parlementaire oppositiepartijen in Vlaanderen. Kiezers weten dat.”