Pixars tiende is wéér briljant

Het filmfestival in Cannes opende gisteren voor het eerst ooit met een animatiefilm.

UP lijkt het tiende opeenvolgende succes van filmstudio Pixar te worden.

Recht tegenover het Carlton Hotel in Cannes hangt een groot billboard van ‘Up’, de nieuwe Pixarfilm. Foto Reuters People walk past a giant advertising board for the animated film "Up", directed by Pete Docter, in front of the Carlton Hotel in Cannes on the eve of the 62nd Cannes film Festival May 12, 2009. The 62nd Cannes Film Festival runs from May 13-24. REUTERS/Regis Duvignau (FRANCE ENTERTAINMENT CITYSCAPE) REUTERS

Aan het eind van de rode loper moesten de sterren gisteravond in een bak gepolariseerde brilletjes grabbelen. Thierry Fremaux, hoofd van het Filmfestival van Cannes, verkneukelde zich er ’s ochtends al over: zijn Lumièrezaal vol smokings, galajurken en malle brilletjes. „Dat wordt dé foto!”

Cannes begon gisteravond zijn 62ste editie met een dubbele primeur: voor het eerst opent een animatiefilm het festival, en ook nog in 3D. Met UP, de tiende film van animatiestudio Pixar, heeft Cannes na teleurstellende jaren eindelijk weer een voortreffelijke openingsfilm in huis. Het hartverwarmende verhaal van weduwnaar Carl Fredericksen die op 78-jarige leeftijd met huis en haard wegvliegt aan een tros ballonnen staat op hetzelfde niveau als Pixar-triomfen als Finding Nemo en Wall-E.

Een bejaarde brompot die op avontuur een vader-zoonrelatie smeedt met een enthousiast dik padvindertje, een malle struisvogel en roedels honden voor de humor: het leek vooraf eigenlijk te sentimenteel. Maar verdomd, na de clownvis, de rat en de robot tovert Pixar opnieuw hoofdpersonen uit de computer die je raken: de eerste brok zakt al binnen tien minuten je keel in.

Regisseurs Peter Docter en Bob Petersen, geflankeerd door Pixar- en Disneybaas John Lasseter, stonden bijna irritant relaxed de pers te woord: mannen die weten dat ze de beste ter wereld zijn. „Tien films en nog steeds geen misser”, klonk het verwijtend uit de zaal. Wat is het geheim van Pixar? Geen marktonderzoek, gewoon ideeën uitwerken die je zelf leuk vindt. Fouten durven maken. Scènes eindeloos opwrijven tot de timing precies goed is.

Het lijkt ook een kwestie van goede smaak. Voor de eerste 3D-film van Pixar valt het vooral op hoezeer ze zich inhouden met dit „nieuwe speelgoed”, zoals regisseur Docter het noemde. Geen dingen de zaal insteken of -gooien: dat trekt kijkers eerder uit de film dan in de film. Diepte alleen benadrukken om emoties te versterken: claustrofobie wanneer Carl zich van de wereld afkeert contrasteren met majestueuze ruimtelijkheid als hij het luchtruim kiest. Mochten wij dat thuis willen proberen: het kost 26,5 miljoen ballonnen om een huis te laten vliegen, had Pixar laten uitrekenen.

Hartverwarmend escapisme: UP is een welkom shot adrenaline voor Cannes, waar dit jaar ook de filmwereld de broekriem aantrekt. Het traditionele glamourfeest van Vanity Fair in Hotel du Cap is afgeblazen, Louis Vuitton, L’Oréal en Swarovski hebben zich als sponsors teruggetrokken. De rijen wachtenden zijn korter, niet alle grote hotels zijn volgeboekt.

Het hoofdprogramma van Cannes lijdt nog niet onder de crisis: de twintig klinkende namen in competitie doet vakblad Variety jubelen over „een knalfuif met de meeste topfilms en filmmakers van dit jaar”. Het programma wordt opgedragen aan de alomtegenwoordige Nederlandse producer en sales-agent Wouter Barendrecht, die onlangs op 42-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed.

Cannes is een doosje chocolaatjes. Prachtige namen, je weet hoe ze normaal smaken, maar hoe is het dit jaar? Spektakel wordt verwacht van Quentin Tarantino, in 1994 op Cannes doorgebroken met Pulp Fiction. Zijn wonderkindstatus staat onder druk na zijn geflopte Death Proof; met de (bewust verkeerd gespelde) oorlogsfilm Inglourious Basterds, losjes gebaseerd op een obscure Italiaanse variant op The Dirty Dozen, begeeft hij zich opnieuw in zijn spiegelpaleis van B-film citaten. Kan dat anno 2009 nog verrassen? De messen zijn al geslepen.

Minder riskant lijkt Taking Woodstock van Ang Lee, een terugblik op het iconische hippiefestival. Andere oude bekenden zijn de Hongkongse genreveteraan Johnnie To met zijn versie van het wraakgenre (Vengeance), Pedro Almódovar met zijn vaste muze Penelope Cruz (Broken Embraces), Jane Campion met een film over de gedoemde liefde tussen de romantische dichter John Keats en fashionista Fanny Brawne (Bright Star), Nouvelle Vague-veteraan Alain Resnais, met 88 jaar tien jaar ouder dan de hoofdpersoon van UP, en de 72-jarige Ken Loach, meester van het Britse sociale drama die dit jaar een uitgebluste postbode levenswijsheid laat vinden bij de oude voetbalheld Eric Cantona (Looking for Eric).

West-Europa is sterk vertegenwoordigd onder aanvoering van drie meesters van existentiële horror Michael Haneke, Gaspard Noé – wiens gruwelijke Irréversible in 2002 werd uitgejouwd door degenen die de eindeloze verkrachting in de voetgangerstunnel hadden uitgezeten – en Lars von Trier, die in Antichrist de strengheid van Dogme 1995 echt achter zich heeft gelaten, gezien de barokke trailers vol stomende seks in een decor van boomwortels en friemelende mensenarmen.

Grote namen, maar het ligt voor de hand dat een jury onder Isabelle Huppert, de bitse koningin van de Franse arthouse, de Gouden Palm schenkt aan een volstrekte outsider met een integere film. En dat is prima, want Cannes, waar Hollywoodglamour en auteurscinema met elkaar schuren, is een lanceerplatform: hier is meedoen nog echt belangrijker dan winnen.

‘Come fly with me’ van Frank Sinatra

    • Coen van Zwol