Petra Stavast

In een leegstaand huis in Calabrië vond Petra Stavast oude foto’s en brieven.

Ze ging op zoek naar het verhaal achter de foto’s en de mensen die erop staan.

Petra Stavast Libero: het verhaal van de migratie Stavast, Petra

Ze wilde zo graag het verhaal vertellen van de vergrijzing, van de migratie. Sinds 2003 komt Petra Stavast (31) al in Calabrië, in het zuiden van Italië. Er is geen werk, jonge mensen trekken weg. Continu, en soms in golven zoals na de Tweede Wereldoorlog. Het zijn vooral de oude vrouwtjes die er nu nog wonen. De huizen verouderen mee. „Het dorp blijft in al zijn schoonheid achter.”

Gewoon wat oude dames of oude huizen fotograferen, wilde ze niet. Te makkelijk. Er moest een andere manier zijn. Meer mensen in het dorp – dat voluit Sant’Andrea Apostolo dello Ionio heet – wisten van haar missie. In 2007 nam Iris van Hornsveld, de vriendin van radio- en televisiepresentator Martin Šimek, haar mee naar een huis.

Hier is even een zijweg nodig: het was Martin Šimek, die in Calabrië woont, die haar liet kennismaken met het gebied. Petra Stavast was te gast in zijn radioprogramma, naar aanleiding van het winnen van het Steenbergen Stipendium. Ze vertelde over het vastleggen van dingen die op een keerpunt staan. Dat er een noodzaak moet zijn om iets te fotograferen. Dat zoekt Stavast in haar onderwerpen. Šimek zei: dan moet je eens naar Calabrië.

Goed, dat huis. Het was al jaren onbewoond. Net als veel huizen in het dorp. De deur stond open, waarschijnlijk waren er ooit inbrekers geweest. Binnen was het een rommel. Overal lagen spullen. Persoonlijke dingen ook, zoals foto’s en brieven. Sommige waren al aan het vergaan. De eerste keer was Stavast er zonder camera. Later kwam ze terug met camera. Ze nam één foto mee die ze er vond, van de vrouw des huizes in de keuken. Meer durfde ze niet. Thuis gekomen bleek dat ze een foto vanuit dezelfde hoek had genomen. „Dit was het schot in de roos, wist ik.”

Ze nam bij een volgend bezoek meer mee en zag dat er zelfs twee verhalen te vertellen waren. Van Delia: de vrouw die er woonde tot 1990 en na de dood van haar man nog een jaar in een verzorgingstehuis verbleef tot ze in 1991 overleed. En van Libero en Valeria: de kinderen van haar broer, die zij – tante Delia – via foto’s in Amerika zag opgroeien.

Op één foto stond Libero met een diploma in zijn hand. Stavast kon lezen hoe hij precies heette en waar hij had gestudeerd. Ze stuurde talloze e-mails naar verschillende Libero’s. Ze kreeg de mails terug met een foutmelding of hoorde er niks op. Het liep tegen de zomer en ze wilde het project afsluiten. „Ik boekte een ticket naar Amerika en dacht: dan fotografeer ik wel alleen het huis waar Valeria en Libero opgroeiden.” Dat stond ook op de foto’s die ze had gevonden.

Twee weken voor ze zou vertrekken, kwam er opeens een e-mail. ‘Yes, I am the Libero Joseph Greco you are looking for’. Hij had toch nog – want dat deed hij niet zo vaak – zijn pagina op classmates.com bekeken en zag het bericht van Petra Stavast. ‘Ik wil je niet afschrikken’, schreef ze terug, ‘maar ik ben binnenkort in de VS. Kan ik je ontmoeten?’

Het papperige jongetje verwordt op de tentoonstelling en in het boek tot een volwassen man van in de veertig. Stavast voegde ook een aantal teksten toe, waaronder één van de directeur van het Instituto Italiano di Cultura in Amsterdam: Ook al sterven mensen in het dorp, de ziel van de plek blijft bestaan. „Hij gaf het een naam. Ik moest er van huilen.”

    • Marleen Luijt