Optimisme over Chinese economie voorbarig

Geen enkel land kan draaien op louter stimuleringsplannen – zelfs China niet. Hoewel er tekenen zijn dat de injectie van 4.000 miljard yuan (430 miljard euro) effect begint te krijgen op de derde economie ter wereld, maken China-watchers zich zorgen over wat er zal gebeuren als deze bestedingsprikkel ten einde komt. Recente handelscijfers geven nog meer redenen tot ongerustheid.

De jongste cijfers van China vertellen twee verhalen. De daling van het overschot op de handelsbalans met 30 procent naar slechts een derde van het recordniveau van vorig jaar november schetst een beeld van een land dat meer zaken naar zich toe trekt om de infrastructuur te versterken via de bouw van wegen, scholen, bruggen en spoorwegen. De export, die meer is afgenomen dan in de voorgaande maand, toont een land waarvan de klanten nog steeds in staking zijn.

Veel economen – noem ze de ‘groene loten’-brigade – leggen de nadruk op het eerste beeld. Andere belangrijke cijfers onderstrepen hun optimisme. De beleggingen in vaste activa (vastgoed, fabrieken en machines) zijn in april met bijna een derde gestegen. De geldvoorraad, elektriciteitsproductie, huizenprijzen en het consumentenvertrouwen duiden er allemaal op dat China op z’n minst bezig is te stabiliseren.

Maar ‘groene loten’ kunnen meer ‘cultuur’ dan ‘natuur’ zijn. China blijft een economie die van overheidsingrepen afhankelijk is. De voornaamste bron van duurzame groei – de wens van de inwoners om geld uit te geven – ontbreekt nog steeds. De particuliere consumptie blijft beperkt tot nog geen derde van het Chinese bruto binnenlands product (bbp), en de consumentenprijzen zijn feitelijk aan het dalen.

Terwijl het land wacht tot zijn inwoners meer gaan uitgeven, lijkt het in eerste instantie te gokken op ‘plan B’: het uit het moeras trekken van zijn grootste afnemer, de VS. Uit de cijfers over februari blijkt dat China 22 procent van de nieuwe Amerikaanse staatsobligaties heeft gekocht – drie maal zoveel als een jaar geleden, maar minder dan in januari. Het aandeel van China in de Amerikaanse staatsschuld mag dan dalen, in absolute termen is het land nog steeds een koper.

De Chinese autoriteiten moeten een lastig pad bewandelen. Om de waarde van hun 2 biljoen dollar aan buitenlandse valutareserves te beschermen, waarschuwen ze tegen westerse ‘beleidsfouten’. Maar die beleidsfouten bestaan uit precies diezelfde grote overheidstekorten die China zo graag wil financieren. Het is te hopen dat consumenten ergens – in China of in het Westen – meer geld gaan uitgeven, voordat China geen gaten meer heeft om te dichten, want anders zou een schijnbaar herstel wel eens bedrog kunnen blijken te zijn.

    • John Foley