Openingsfilm Cannes doorbraak 3D-animatie Cannes is doosje chocolaatjes, ondanks de crisis

Het filmfestival in Cannes opende gisteren voor het eerst in de geschiedenis met een – driedimensionale – animatiefilm. Verder kent het ingetogen programma veel oude bekenden.

Still uit de driedimensionale animatiefilm 'Up' van Pixar, die gisteren die 62ste editie van het Filmfestival in Cannes opende. This handouit image received on May 11, 2009 from Disney/Pixar shows animation characters Kevin (L), Russell (2nd-L), Dug (2nd-R), and Carl Fredricksen (R) in the new film "UP". For the first time in its 63-year history the Cannes Film Festival will open with an animated cartoon -- namely "Up" -- about a 78-year-old grouch who fulfils his childhood dream of floating to Peru by attaching balloons to his house. The festival starts on May 20, 2009. AFP PHOTO / Disney/Pixar == RESTRICTED TO EDITORIAL USE / NO SALES / GETTY OUT == AFP

Aan het eind van de rode loper moesten de sterren gisteravond in een bak polarisatiebrilletjes grabbelen. Thierry Fremaux, hoofd van het Filmfestival van Cannes, verkneukelde zich er ’s ochtends al over: zijn Lumièrezaal vol smokings, galajurken en malle brilletjes. „Dat wordt dé foto!”

Cannes begon gisteravond zijn 62ste editie met twee primeurs: voor het eerst opent een animatiefilm het festival, en ook nog in 3D. Met UP, de tiende film van animatiestudio Pixar, heeft Cannes na teleurstellende jaren eindelijk weer een voortreffelijke openingsfilm in huis. Het hartverwarmende verhaal van weduwnaar Carl Fredericksen die op 78-jarige leeftijd met huis en haard wegvliegt aan een tros ballonnen staat op hetzelfde niveau als eerdere Pixar-triomfen als Finding Nemo en Wall-E.

Anders dan andere filmfestivals heeft Cannes het animatiegenre altijd serieus genomen. In 1947 werd Dumbo in de competitie opgenomen; recentelijk deden de ‘politieke’ animatiefilms Persepolis en de wereldwijde filmhit Waltz with Bashir, over de oorlog in Libanon, mee. De keuze voor UP als openingsfilm geldt daarom eerder als een doorbraak voor 3D, dat tot dusver vooral wordt toegepast in horror en kinderfilms. Maar de Amerikaanse filmmagnaat Jeffrey Katzenberg plugt het als de derde filmrevolutie na geluid en kleur; topregisseurs als James Cameron, Robert Zemeckis, George Lucas, Peter Jackson, Steven Spielberg en Tim Burton werken nu aan 3D-projecten. Pixar kondigde gisteren aan films altijd in 3D te zullen uitbrengen, maar voorlopig ook in platte versie: wereldwijd zijn er nog slechts 3.500 3D-schermen.

Niet dat UP een extra dimensie nodig heeft. Een bejaarde brompot die op avontuur een vader-zoonrelatie smeedt met een enthousiast dik padvindertje, een malle struisvogel en roedels honden voor de humor: het leek vooraf geen veelbelovend gegeven. Maar zowaar: na de clownvis, de rat en de robot tovert Pixar opnieuw hoofdpersonen uit de computer die je raken: binnen tien minuten heb je al de eerste brok in je keel. En dan moeten al die adembenemende fata morgana’s, hilarische momenten en achtervolgingen nog komen.

Regisseurs Peter Docter en Bob Petersen, geflankeerd door Pixar- en Disneybaas John Lasseter, stonden gisteren ontspannen de pers te woord; mannen die weten dat ze de besten ter wereld zijn. „Tien films en nog steeds geen misser”, klonk het bijna verwijtend uit de zaal. Wat is het geheim van Pixar? Geen marktonderzoek, gewoon ideeën uitwerken die je zelf leuk vindt, zeiden zij. Fouten durven maken. Scènes eindeloos opwrijven tot de timing precies goed is.

Vervolg Cannes: pagina 9

Cannes is doosje chocolaatjes, ondanks de crisis

„Elke Pixarfilm was op een bepaald moment een treinwrak”, aldus Lasseter. „Maar we werken net zolang tot het werkt.” Tenslotte: balans. „Tegenover elke lach staat een traan”, citeerde Lasseter zijn grote voorbeeld Walt Disney.

Het lijkt ook een kwestie van goede smaak. Voor de eerste 3D film van Pixar valt vooral op hoezeer ze zich inhouden met dit „nieuwe speelgoed”, zoals regisseur Docter het noemde. Niets de zaal insteken of -gooien: dat trekt kijkers eerder uit dan in de film. Diepte alleen benadrukken om emoties te versterken: claustrofobie als Carl zich van de wereld afkeert, majestueuze ruimtelijkheid wanneer hij het luchtruim kiest.

UP is een welkom shot adrenaline voor Cannes, waar dit jaar ook de filmwereld de broekriem aantrekt. Het traditionele glamourfeest van Vanity Fair in Hotel du Cap is afgeblazen, l’Oreal, Swarovski en Louis Vuitton hebben zich als sponsors teruggetrokken. De rijen wachtenden zijn korter, niet alle grote hotels zijn volgeboekt. „Het gaat niet om geld, het is meer dat men imagoschade vreest op een plaats die wordt geassocieerd met excessieve rijkdom”, filosofeert de burgemeester van Cannes over de betrekkelijke rust.

Het hoofdprogramma van Cannes lijdt nog niet onder de crisis: de twintig klinkende namen in de competitie doet vakblad Variety jubelen over „this years biggest heavyweight author smackdown”.

Cannes is als een doosje chocolaatjes. Prachtige namen, je weet hoe ze normaal smaken, maar hoe is het dit jaar? Spektakel wordt verwacht van Quentin Tarantino, in 1994 op Cannes doorgebroken met Pulp Fiction. Zijn wonderkindstatus staat onder druk na zijn geflopte Death Proof. Met Inglourious Basterds, gebaseerd op een obscure Italiaanse variant van The Dirty Dozen, begeeft hij zich opnieuw in zijn spiegelpaleis van B-film citaten. Kan dat nog verrassen?

Minder riskant lijkt Taking Woodstock van Ang Lee, een terugblik op het iconische hippiefestival. Andere oude bekenden zijn de Hong-Kongse genreveteraan Johnnie To met zijn versie van het wraakgenre (Vengeance), Pedro Almodóvar met zijn vaste muze Penélope Cruz (Broken Embraces), Jane Campion met een film over de gedoemde liefde tussen de romantische dichter John Keats en Fanny Brawne (Bright Star), Nouvelle Vague-veteraan Alain Resnais, met 88 jaar tien jaar ouder dan de hoofdpersoon van UP, en Ken Loach, meester van het Britse sociale drama die dit jaar een uitgebluste postbode levenswijsheid laat vinden bij de oude voetbalheld Eric Cantona (Looking for Eric).

West-Europa is sterk vertegenwoordigd onder aanvoering van drie meesters van de existentiële horror Michael Haneke, Gaspard Noé – wiens gruwelijke Irréversible in 2002 werd uitgejouwd – en Lars von Trier, die in Antichrist de strengheid van Dogme 1995 echt achter zich heeft gelaten, gezien de barokke trailers vol stomende seks in een decor van boomwortels en friemelende mensenarmen.

Toch ligt het voor de hand dat een jury onder Isabelle Huppert, de koningin van de Franse arthouse, de Gouden Palm schenkt aan een volstrekte outsider met een zeer integere film. En dat is prima, want Cannes, waar Hollywoodglamour en auteurscinema elk jaar met elkaar schuren, is vooral een lanceerplatform: hier is meedoen nog echt belangrijker dan winnen.

    • Coen van Zwol