Nu nog geld voor een studie

De VS zijn een meritocratie: wie presteert wordt beloond.

Maar zelfs getalenteerde studenten weten door de financiële crisis amper nog aan een beurs te komen.

WASHINGTON - MARCH 26: Sheets of one hundred dollar bills wait to be cut into singles at the Bureau of Engraving and Printing on March 26, 2009 in Washington, DC. The roots of The Bureau of Engraving and Printing can be traced back to 1862, when a single room was used in the basement of the main Treasury building before moving to its current location on 14th Street in 1864. The Washington printing facility has been responsible for printing all of the paper Federal Reserve notes up until 1991 when it shared the printing responsibilities with a new western facility that opened in Fort Worth, Texas. Mark Wilson/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

Elisabeth Torres (17) is zo iemand voor wie de Amerikaanse droom ooit bedoeld was. Ze is een kind van Mexicaanse immigranten, woont haar hele leven al in de meest gewelddadige buurt van Los Angeles (South East) en is een modelstudent op high school. Dit jaar, haar eindexamenjaar, komt ze uit op een eindscore van 3,95; het maximum is 4.

„Ik ben wel een beetje briljant, geloof ik”, zegt ze.

Deze week loopt ze de deur plat bij Lynda McGee, haar mentrix op een high school in de binnenstad van LA. Met haar heeft Torres jaren geleden al uitgedokterd hoe ze het rauwe bestaan van South East kan ontvluchten: ze heeft haar zinnen gezet op Hendrix College, een kleinschalige privé-universiteit in Arkansas, duizenden kilometers van het lawaai en het geweld.

En vorige week leek al het jarenlange werken te worden beloond: Hendrix heeft haar voor komend schooljaar aangenomen. Ze danste van plezier.

Het collegegeld op Hendrix is 38.000 dollar (26.000 euro) per jaar, en omdat haar ouders geen geld hebben neemt de universiteit 30.000 dollar voor z’n rekening. Dat is mooi. Resteert alleen een gat van 8.000 dollar – en dat heeft ze niet. De laatste spaarcenten van haar familie, 500 dollar, gingen twee weken terug op aan een vliegticket naar Arkansas, toen Torres de universiteit mocht bezichtigen.

Zoals veel aanstaande eerstejaars zit ze nu hele dagen nerveus te turen naar een computerscherm. Ze pluist voorwaarden en regeltjes uit van de honderden particuliere studiebeurzen die het land kent. Negen aanvragen deed ze afgelopen week de deur uit – stapels formulieren per aanvraag, telkens een nieuw persoonlijk essay – en ze verwacht er deze week nog een stuk of tien op te sturen. „Ik ken weinig studenten die het zo verdienen”, zegt Lynda McGee.

Maar aan het eind van de week zag de mentrix pessimisme bij haar modelleerling binnensluipen. De eerste aanvragen waren afgewezen – de recessie raakt ook particuliere donoren – en gaandeweg ontdekte Torres dat veel gulle gevers, door de stortvloed van aanvragen dit jaar, terugvallen op beurzen van 250 of 500 dollar.

Vandaar dat McGee haar student, van nature nogal schuchter, aanmoedigt interviews te geven en de noodklok te luiden. Zelf legt de mentrix er zich er al bij neer dat Torres’ Amerikaanse droom niet door een Amerikaan betaald zal worden. Ze stuurt wanhopige e-mails rond in de hoop dat „een suikeroom ergens in de wereld over zijn hart strijkt”.

Het verhaal van Elisabeth Torres is niet uitzonderlijk. Uit alle windstreken van het land klinken de laatste weken verhalen over aspirant-studenten die, hoewel ze al zijn toegelaten op hoog aangeschreven universiteiten, het geld niet hebben voor hun studie.

Het probleem is niet nieuw, maar is dit jaar dramatisch verergerd. Studenten en hun ouders hebben minder te besteden, veel universiteiten vragen hoger collegegeld om hun schulden af te betalen. De trots van de Amerikaanse meritocratie – het idee dat in de VS prestaties altijd worden beloond – is voor aanstaande eerstejaars alleen nog een leuke theorie uit de tijd dat Barack Obama ging studeren.

En de problemen doen zich lang niet alleen voor in gezinnen met lage inkomens. Clayton Miller (17) is de zoon van een power couple uit Arlington, Virginia: vader lobbyist, moeder consultant. Miller beëindigde high school dit jaar als valedictorian – de beste van zijn lichting.

Al een half jaar geleden kwam hij met de universiteit van Texas in Austin overeen dat hij daar milieukunde ging doen: de universiteit bood hem als valedictorian een gratis eerste studiejaar aan. In december was alles rond. „Ik ben naar Austin gegaan om de sfeer te proeven – heerlijke stad, heerlijke universiteit.”

Het liep anders. De universiteit verloor veertig procent van zijn vermogen op de beurs. En Miller kreeg alleen nog een studietoelage van 6.000 dollar aangeboden; de rest van het collegegeld moest hij lenen. Het zou erop uitdraaien dat hij in vier jaar een schuld van tenminste 80.000 dollar moest maken om zijn studie te volbrengen.

Zijn ouders wilden de schuld wel op zich te nemen. Maar de banken aarzelden – en Miller zag ervan af: hij wilde op eigen benen staan. Nu heeft hij gekozen voor een openbare universiteit – Virginia Tech, Virginia – waar hij in vier jaar 20.000 dollar schuld oploopt. De kwaliteit van het onderwijs is er ook goed, dus ontevreden wil hij niet zijn. Maar de teleurstelling over Texas, voor hem „de perfecte universiteit”, is nog steeds niet weg. „Ik ben er wekenlang kapot van geweest.”

De zaak van de universiteit van Texas staat niet op zichzelf. Het vooraanstaande Tufts in Boston verloor 20 miljoen dollar aan fraudeur Bernard Madoff. Dartmouth in Hanover, New Hampshire, moest personeel ontslaan en kunstwerken afstoten om beleggingsverliezen te compenseren.

Het is niet overal ellende. Topuniversiteiten als Princeton, Harvard en Yale betalen nog steeds de volledige studie van uitzonderlijk getalenteerde studenten die zelf geen geld hebben.

Maar het verschil met openbare universiteiten, die lager staan aangeschreven, is erg groot. Joseph Monte werkt als mentor op een high school in Rockville, Maryland, en zijn ervaring is dat vooral openbare universiteiten op dit moment hun best doen studenten zonder eigen geld te weren.

Hij merkte het omdat hij de afgelopen weken een Chinese studente, dochter van een bordenwasser, probeerde onder te brengen op zo’n universiteit. Haar intellectuele capaciteiten zijn het probleem niet. „Maar als ze horen dat zij zelf geen geld inlegt, haken ze af: sorry, dat valt buiten ons budget.”

De middenklasse wordt het hardste getroffen. Michael Parra (17) uit Arlington, Virginia, leeft alleen met zijn moeder, en anderhalf jaar geleden eiste de bank hun huis op omdat ze de hypotheek niet meer konden opbrengen. Ze wonen nu in het appartement van een tante, zijn moeder heeft twee banen genomen – overdag onderwijzeres, ’s avonds receptioniste – om de schulden af te betalen. Ze verdient er een kleine 50.000 dollar per jaar mee. En voor haar zoon is dat eigenlijk een ramp.

Parra is toegelaten voor werktuigbouwkunde op George Mason, een openbare universiteit in Virginia die het grootste deel van zijn studie betaalt. Maar hij moet ook zelf elk jaar 8.500 dollar bijdragen, wat hem voor een bijna onoplosbaar probleem plaatst.

Beheerders van private beurzen wijzen zijn aanvragen af, omdat het inkomen van zijn moeder te hoog is. Maar banken willen hem geen lening verstrekken omdat zijn moeder te hoge schulden heeft. „Leuk, he?” zegt Parra.

Hij geeft niet op. Deze week doet hij nog zeker twintig aanvragen voor particuliere beurzen de deur uit. En als dat opnieuw niets oplevert, wacht hij tot hij 18 is, en leent hij geld zonder zijn moeder erin te betrekken. Dan steekt hij zich ruim in de schuld – 20.000 tot 40.000 dollar –, want Michael Parra wil per se slagen in het leven.

Hij gelooft niet dat hij fair behandeld wordt. Maar liever staat hij daar niet te lang meer bij stil. „Van tegenslag word je sterker, toch?”

‘Ain't got no – I got life’van Nina Simone