Niels Stomps

Wie eenmaal op Spitsbergen is geweest, komt altijd terug. Zo ook Niels Stomps.

Hij fotografeerde de bewoners en hun eeuwige strijd tegen de elementen.

Niels Stomps Fire and Snow : het verhaal van de mensen in Svalbard op Spitsbergen Stomps, Niels

Niels Stomps heeft zich erbij neergelegd. Hij gaat zeker nog eens terug naar Spitsbergen – Svalbard, in het Noors. Dat is bij iedereen zo, vertelt hij: wie eens naar Svalbard gaat, komt er altijd terug. Het eiland in de Noordelijke IJszee, de noordelijkste plek op aarde die permanent bewoond wordt en waar de sneeuw maar een paar weken per jaar verdwijnt, trekt hem aan. Vanwege de leegte, en dat je je voordeur niet op slot hoeft te draaien. Maar dat beangstigt ook: „Het geeft een heel benauwend gevoel, iedereen die iedereen kent.”

Met zijn fotoserie Fire and Snow wil Stomps vooral in beeld brengen dat mensen in Svalbard zich moeten neerleggen bij de elementen. Zich aan de natuur moeten aanpassen. En dat geldt voor alle zonderlinge personen die hij heeft gezien: van de arbeiders in de kolenmijnen tot de wetenschappers die er onderzoek doen naar het smelten van de poolkappen. „Dat is het mooie op Svalbard, die twee verschillende werelden van arbeiders en wetenschap, die allebei met de natuur moeten werken.”

De kolenmijn die het dichtst bij de nederzetting ligt die Stomps fotografeerde, is maar 1,5 meter hoog. Hij voorziet de hele nederzetting van energie en exporteert een deel. „Alles in die mijn is aangepast om te kunnen werken op die hoogte; de machines, maar ook de houding en lichaamstaal van de mannen die er werken.” Gebukt doen de arbeiders al hun werk, dat beeld fascineert Stomps. Ook zijn bijvoorbeeld de oude kolenhuisjes, de wrakkige gebouwtjes op zijn foto’s, gemaakt van aangespoeld hout. „Op het eiland zelf groeit immers niets.”

En de wetenschappers? Die dragen hun apparatuur op het lichaam, om de meetapparaten warm te houden. Door de kou werkt alles sowieso langzamer. Ook Stomps’ fototoestellen: hij legde de accu’s van zijn fotoapparatuur op de warme motor van de sneeuwscooter, zodat ze warm bleven. Ach, en zelf krijg je het na een paar uur hoe dan ook koud.

Nog zoiets bizar tegenstrijdigs aan het eiland: de sneeuw zorgt voor de toegankelijkheid van het gebied. Er zijn geen wegen, dus in de zomer kun je bijna nergens heen. In de ‘winter’, dus als er sneeuw ligt, gebruikt iedereen op Spitsbergen sneeuwscooters. Daar zit ook een spannend, benauwend element aan: een uurtje rijden op de sneeuwscooter en pech krijgen, betekent dat je meer dan een dag van de nederzetting bent verwijderd. Ineens is er dan het besef dat je in levensgevaar bent: „Je bevriest gewoon.”

Voor langere stukken met de scooter moet standaard een aluminium doos vol overlevingsgerei mee; dekens, eten en materiaal dat nodig is voor het ijsbeerprotocol. De dreiging van ijsberen is altijd aanwezig – anders dan op het vasteland schuilt hier echt gevaar, zegt Stomps; dat geeft de mens een nietig gevoel. Iedereen die langer op het eiland verblijft, moet een veiligheidscursus doen: wat als je een ijsbeer tegenkomt? Je moet sowieso een alarmpistool mee, om de ijsbeer te verjagen, en een satelliettelefoon.

Hij gaat dus terug. Hij wil de veranderingen op het eiland vastleggen met zijn camera. Vooral nu ruimteorganisatie NASA overweegt een station op het eiland te bouwen. „Ik ben benieuwd hoe het eiland zo’n verandering draagt, of het het houdt.” Ook is door de schommelende kolenprijs onzeker hoe lang de mijnen nog rendabel blijven, en dus of ze wel geopend blijven. Op wetenschappelijk gebied neemt de belangstelling echter toe. Al Gore maakte van klimaat in de VS een hot issue, dat lokt wetenschappers én Amerikaanse toeristen naar Spitsbergen.

Maar Stomps is er wel achter: niemand plant zijn leven zó, dat hij op Svalbard terechtkomt. Veel mensen leven niet op het eiland omdat ze het dáár fantastisch hebben, zegt hij. Ze wonen er omdat ze ergens anders niet konden aarden.