Meer licht geweld voor rechter, dus minder celstraf

Vooral bij geweldsmisdrijven leggen strafrechters de laatste jaren steeds minder vaak vrijheidsstraffen op. Dat komt doordat politie en Openbaar Ministerie weliswaar meer, maar ook steeds lichtere geweldszaken voor de rechter brengen. De kans op een vrijheidsstraf neemt voor alle delicten af, maar de daling is het sterkst bij geweld en vermogensdelicten. Oorzaak voor het grote aantal vervolgde geweldsmisdrijven zou de afgenomen tolerantie voor geweld en de prestatiecontracten met de politie zijn, die veel zaken produceert.

Voor geweld is het gemiddeld aantal detentiedagen gedaald van 300 naar 260 tussen 2004 en 2007. De sterke stijging in aantal geweldszaken zou verklaard kunnen worden door de ‘verwatering’ van de ernst ervan. Zo moet de rechter vaker dan vroeger oordelen over (eenvoudige) bedreigingen.

Dit schrijven B. Vollaard van de Tilburgse universiteit en D. Moolenaar van het WODC van het ministerie van Justitie morgen in het Nederlands Juristenblad. Zij vroegen zich af waarom de consequente groei in het aantal gedetineerden in de afgelopen 25 jaar na 2005 „volkomen onverwacht is omgezet in een daling”. Sindsdien is het aantal gedetineerden met 20 procent afgenomen. Vollaard, tot voor kort journalist, schreef vorig jaar dat rechters, onderzoekers en het gevangeniswezen zelf verrast waren door de afgenomen celbehoefte, die zij weten aan taakstraffen. Verschillende gevangenissen moeten sluiten of inkrimpen.

In het NJB vragen zij zich of de rechters de laatste jaren plotseling lichter zijn gaan straffen of dat het aantal en de soort zaken is veranderd. Dat laatste blijkt de belangrijkste factor te zijn. Zij tonen aan dat de selectie door het OM een veel groter effect heeft. Zowel de groei als de krimp wordt verklaard door het ‘menu’ aan zaken.

De opkomst van taakstraffen noemen zij als belangrijkste verklaring voor de verminderde kans op een celstraf. Een beperkt effect heeft een sterke stijging van het aantal vrijspraken. Dat wijten de onderzoekers aan „kwaliteitsverlies binnen het recherchewerk van de politie en een groei in het aantal ontkennende verdachten waardoor het belang van technisch bewijs toeneemt”. Rechters zouden ook verdachten eerder het voordeel van de twijfel geven.