Leuk, buurtbarbecue maar vrij zinloos

Wijkverbetering is een speerpunt van het kabinet. Daarom steken corporaties miljoenen in sociale projecten.

Maar heeft dit zin? Nee, zeggen onderzoekers.

Woningcorporaties die investeren in barbecues, bewonercomités en buurtregisseurs? Aardige initiatieven misschien, maar maatschappelijk weinig zinvol. De honderden miljoenen euro’s die corporaties jaarlijks in de leefbaarheid van wijken steken, hebben geen enkel nut. Overlast, onveiligheid en verloedering nemen niet af, in sommige gevallen juist toe.

Dat blijkt uit het rapport De baat op straat van economisch onderzoeksinstituut Atlas voor gemeenten en SEO Economisch Onderzoek. „Corporaties weten niet goed hoe ze iets aan leefbaarheid moeten doen”, constateert directeur Gerard Marlet van Atlas voor gemeenten.

Het rapport is gemaakt in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Het kabinet heeft leefbaarheid in wijken tot een van de speerpunten van zijn beleid gemaakt. Corporaties spelen daarbij een belangrijke rol. In 2005 besteedden ze zo’n 184 miljoen aan leefbaarheid, in 2006 275 miljoen, en in 2007 305 miljoen, zo blijkt uit het rapport.

Het gaat bijvoorbeeld om verbetering van de sociale cohesie, integratie, en het tegengaan van overlast, onveiligheid en verloedering.

De onderzoekers vergeleken de investeringen van corporaties met de aangiftes bij de politie en de jaarlijkse politiemonitor, een grootschalige veiligheidsenquête onder Nederlanders. Vervolgens werd op postcodeniveau geanalyseerd of de investeringen zin hebben gehad. Volgens de onderzoekers is nog nooit op een dergelijk gedetailleerd niveau geanalyseerd.

De conclusie van het onderzoek: investeringen van corporaties in de leefbaarheid hebben geen aantoonbaar effect gehad op het terugdringen van overlast en onveiligheid.

Een pijnlijke conclusie.

Marlet: „Corporaties komen graag naar buiten met het verhaal dat ze veel in leefbaarheid investeren. Het is natuurlijk goed voor de waarde van hun vastgoed. Maar het zijn toch ook vaak cosmetische investeringen, bedoeld voor de bühne, om hun imago te verbeteren. Corporaties willen bewoners en media laten zien dat ze iets aan leefbaarheid doen. Dus wordt er geïnvesteerd in nieuwsbrieven, buurtbarbecues, en bewonersbijeenkomsten.”

Wat is daar mis mee?

„Het werkt niet effectief tegen echte problemen als overlast of criminaliteit. Soms werken de investeringen zelfs averechts, omdat corporaties vooral contact zoeken met buurtcomités waarin mensen zitten die toch al actief zijn in de wijk. Als je die gaat sponsoren, krijg je wrevel en irritatie bij anderen in de buurt. Je creëert nog meer afstand tussen insiders en outsiders. Op de buurtbarbecue komen de leden van het buurtcomité met hun vriendjes, en daarna krijgt iedereen in de wijk een nieuwsbrief dat het weer een succes is geweest. Maar het was natuurlijk een insidersfeestje. Er is geen probleemjongere geweest.”

Corporaties moeten zich meer gaan concentreren op datgene waar ze goed in zijn, vinden de onderzoekers. Uit het rapport blijkt dat fysieke investeringen wel tot wijkverbetering leiden. Verkoop van huurwoningen levert het „meest overtuigende en robuuste effect” op. De leefbaarheid in wijken gaat daardoor flink vooruit. Ook goed onderhoud aan gebouwen betekent een afname van de problemen. Sloop en nieuwbouw (herstructurering) zorgen voor de komst van andere bewoners die „minder geneigd zijn overlast, onveiligheid en verloedering te veroorzaken”.

De ‘sociale investeringen’ kunnen corporaties beter overlaten aan politie, jeugdzorg en de sociale dienst, stelt Marlet. „Die zijn daar veel beter in. Er moet worden bekeken hoe we het geld van corporaties kunnen herverdelen. Dat is de discussie die we moeten aangaan. Een deel van het maatschappelijk vermogen van corporaties kan best naar andere partijen worden overgeheveld.”

‘There goes the neighbourhood’ van Body Count