Kleine ingrepen

Emiliano Godoy: Opbergdoos

Brillen. Ja, ook op brillen zijn designers verzot. Stoelen, lichtarmaturen, brillen, alles waar de wereldbevolking niet zonder kan. Je haalt als designer hoge omzetcijfers en, misschien nog belangrijker, je jaagt je collega’s met een meteoorvaart in de gordijnen. Trots kun je rondlopen, achteloos trots, vanzelfsprekend trots – met een gezicht van: de halve wereld zit op mijn stoel. Met een air van: in vijf continenten wordt mijn bril gedragen. In vijf continenten kijken ze door mijn bril. De natte droom van elke designer.

Het is als met de dichter Arie van de Berg die, toen er nog een gedicht van hem op een bankbiljet stond, zonder liegen of bluffen kon beweren: iedereen betaalt met mijn gedicht. Iedereen loopt met mijn poëzie op zak. Zijn collega’s verschrompelden. Een klein poëtisch hoopje restte, niet meer.

Alle designers willen de wereld naar hun beeld herscheppen. Alle designers wensen de enige designer ter wereld te zijn. Dat de wereld een rommeltje is komt, vinden ze, doordat er te veel designers rondlopen.

Emiliano Godoy is zo’n God. „Ieder materiaal, iedere kleur, iedere vorm heeft iets te vertellen”, verkondigt hij. „De objecten die ik daarmee maak krijgen een betekenis, die het resultaat vormt van de combinatie van mijn werkelijkheid als designer en het standpunt van de beschouwer.” Evangelische taal.

„Ik probeer te werken met een visuele taal die het verhaal vertelt van een plek in de toekomst die ik wil bereiken.” ’t Kan echt geen onsje minder.

Hij ontwerpt dan ook stoelen. En klokken. En schakelelementen. Bewaardozen. Werelddozen. Een van die schakelelementen beveelt hij aan als boekenkast. Dat doet sympathiek aan. Boekenkasten zijn populair, maar heel wat minder populair dan brillen en stoelen en lampenkappen. Ook dat ze worden vervaardigd uit een biologisch afbreekbare kunststof klinkt aantrekkelijk. Je hoeft er geen regenwouden voor om te hakken. De eigenschap afbreekbaarheid lijkt me weer lichtjes verdacht, voor een boekenkast. Erger zijn die beide uitsparingen links en rechts. Boeken hebben genoeg aan een vierkante doos. ’t Zijn handgrepen, dat begrijp ik. Ook worden de schroeven die de boeken kunnen beschadigen buitenspel gezet.

En vooral: ’t is het visitekaartje van de designer. Zonder die ingreep was het een ordinaire doos gebleven.

Op een plein in de stad zag ik eens een designersbank. Als je het aandurfde daarop te gaan zitten zag je uit je ooghoeken twee uitsparingen in de bank. De handtekening van de designer. Ze waren volgedumpt met condooms, bananenschillen en heroïnespuiten.