Inkijk bij de banken

Het gaat wat beter met de bankensector, tenminste voor wie de beurskoersen als ijkpunt neemt. Bankaandelen zijn in vergelijking met begin maart met rond de helft in waarde gestegen. Voor een belangrijk deel wordt deze ommekeer toegeschreven aan de resultaten van de integrale stresstest waaraan de Amerikaanse autoriteiten de grote banken in hun land hebben onderworpen.

Onder een bekendgemaakt doemscenario voor de economie is onderzocht hoe banken zich zouden houden en daaruit is afgeleid hoeveel extra kapitaal zij gezamenlijk nodig hebben om weer op gezonde vermogensverhoudingen te komen. Dat bedrag komt op rond 75 miljard dollar (ruim 50 miljard euro) en blijkt erg mee te vallen. Belangrijk is dat de buitenwereld nu een inkijk heeft gekregen in de gezondheid van de bankbalansen en de onzekerheid over hun financiële soliditeit is verminderd. Dat zou de opleving van de aandelenkoersen van de banken verklaren, want onzekerheid is een voorname factor in de koersval die zij doormaakten.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) drong er deze week dan ook op aan dat ook de Europese Unie, naar Amerikaans voorbeeld, een uniforme en openbare stresstest voor de bancaire sector doorvoert. Dat is in beginsel een goede suggestie, maar er zitten haken en ogen aan.

De vraag is allereerst hoe betrouwbaar de Amerikaanse test zelf is. De genoemde kapitaalbehoefte van 75 miljard dollar is zo verrassend laag dat enige scepsis op haar plaats is. Het inboeken van toekomstige winsten als de recessie achter de rug is, is daar voor een deel debet aan, en de vraag is gerechtvaardigd hoe arbitrair de berekening daarvan is. Ook de economische vooronderstellingen van de test zelf zijn vatbaar voor discussie.

In Europa is er weinig enthousiasme voor de Amerikaanse aanpak. Er wordt wel getest, maar op nationaal niveau, zonder bekendmaking van vooronderstellingen of resultaten. Bovendien is de situatie van de banken in de EU-landen onderling dermate verscheiden dat een integrale aanpak weinig zin zou hebben, zo wordt beweerd. Het verschil in inzicht over de aanpak van de financiële crisis is het zoveelste tussen de VS en de EU. Europa voert van oudsher een minder agressief rentebeleid en is beducht voor de toekomstige gevolgen voor de inflatie van een al te soepele monetaire politiek. Ook de mate van economische stimulering is bescheidener dan die in Amerika.

Toch is er wat te zeggen voor de Amerikaanse aanpak met stresstests. Het grootste obstakel voor de terugkeer van het vertrouwen in de bancaire sector is de onzekerheid over de stevigheid van de bankbalansen en of ze bestand zijn tegen de gevolgen van een langdurige en zware recessie.

Dat Europa geen eenheidsworst is, is een bezwaar waarmee wel vaker een pan-Europese aanpak wordt weggewuifd. In dit geval wegen de voordelen van een uniforme test, met openbaarmaking van vooronderstellingen en uitkomsten, daar zeker tegenop. Loutering is de weg uit de crisis. Een integrale, openbare test van de banken kan daaraan bijdragen.