Even rekenen: zo klopt 't niet

De Brusselse geldpot moet rationeler worden verdeeld, zeiden zes economen gisteren.

Boeren krijgen nu te veel geld. Milieu, onderzoek en infrastructuur juist te weinig.

Directe Europese betalingen aan boeren moeten worden afgeschaft. En arme regio’s in de Europese Unie die in rijke landen liggen, moeten geen geld uit Brussel meer krijgen.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van zes Europese hoogleraren economie, die gisteren onder leiding van de Deense economische denktank Copenhagen Consensus Center de Europese begroting mochten ‘herijken’. De exercitie vond plaats in Brussel, op verzoek van het Nederlandse ministerie van Financiën. Den Haag betaalde er ook voor.

De professoren vinden dat de Europese begroting drastisch moet worden herzien. Het ministerie in Den Haag, dat in grote lijnen dezelfde mening is toegedaan, wil deze conclusie als inzet gebruiken voor een bredere, politieke discussie over de besteding van Europese gelden op langere termijn (2013-2020), die de 27 Europese lidstaten en de Europese Commissie binnenkort voeren.

Nederland wil, net als andere noordelijke lidstaten die nettobetalers aan Brussel zijn, dat de besteding van Europese gelden rationeler en efficiënter wordt. Er zou meer geld moeten naar Europees hightechonderzoek, grensoverschrijdende infrastructuurprojecten en milieu, en minder naar regionale hulp. Zo zou de begroting omlaag kunnen. Zuidelijke landen, en de Commissie tot op zekere hoogte, zeggen dat de Europese begroting (1 procent van het bbp van alle 27 EU-landen bij elkaar) stoelt op solidariteit, goodwill en politieke consensus – begrippen die je volgens hen niet cijfermatig op efficiëntie kunt meten.

In deze ideologische discussie staat het Copenhagen Consensus Center aan de kant van de noorderlingen. Zo kregen de zes economen, onder wie de Nederlandse hoogleraar Jacques Pelckmans – onder meer verbonden aan het Europacollege in Brugge – eerst een rapport van 110 pagina’s te lezen dat twee economen van het CCC had opgesteld. Dit rapport nam de belangrijkste Europese uitgaven onder de loep, verkende de literatuur over de efficiëntie hiervan, en beval meerdere alternatieven aan om vooral structuurfondsen aan arme regio’s en landbouwgelden (nu 33 en 37 procent van de EU-begroting) in 2020 anders uit te geven – lees, drastisch te reduceren.

Daarna werden de economen voor een magneetbord gezet waarop prioriteiten stonden. In grote lijnen bleken de zes – uit diverse Europese landen, van Duitsland tot Slovenië – het met de aanbevelingen van het CCC-rapport eens.

Directe betalingen aan boeren moeten volgens hen worden afgebouwd. Landbouwproductsubsidies zijn veelal vervangen door directe betalingen. Landbouw slokt niet meer het leeuwendeel van de begroting op. Toch vinden de economen het aandeel te hoog, gemeten naar rendement. De sector wordt kleiner. Boeren krijgen wel tijdelijk compensatie in de vorm van Europese obligaties.

Hulp aan arme regio’s vinden de economen prima, zolang die regio’s in landen liggen die dat niet zelf kunnen betalen. Rijke landen moeten hun arme regio’s voortaan zelf ondersteunen, vinden zij. Kortom: cohesiefondsen voor arme landen blijven overeind, maar structuurfondsen, waar alle EU-landen van kunnen profiteren, moeten op de schop. De zes zijn positief over EU-investeringen in onderzoek en ontwikkeling, milieuprojecten, grensoverschrijdende infrastructuur als spoorwegen en gasleidingen, en hulpprogramma’s voor buur- en ontwikkelingslanden. Hier kan soms zelfs meer EU-geld naartoe.

Deze aanbevelingen zullen op politieke weerstand stuiten van landen die veel Europees landbouwgeld krijgen, zoals Frankrijk. Maar dit soort fundamentele debatten is precies waar de Deense econoom Björn Lomborg, die CCC in 2006 oprichtte, op uit is: met koele kosten-batenanalyses bestuurders en politici assisteren en stimuleren om anders tegen ‘wereldproblemen’ aan te kijken.

Lomborg, auteur van het controversiële boek The Skeptical Environmentalist, denkt dat rationele analyses politieke taboes helpen doorbreken. Zo heeft het CCC in 2008 een herziening bepleit van Europese ontwikkelingshulp. Aidsbestrijding kwam als eerste prioriteit uit de bus, watervoorziening als tweede. Ook propageert het CCC een klinische blik op milieuproblemen. Soms maakt Lomborg meer emoties los dan er waren. Zo vond de econoom Jeffrey Sachs het milieuboek van Lomborg „ongepast” en „bevooroordeeld”. Milieuactivist Tom Burke noemde het „Junkonomics”.

’The Money Song’van Monty Python