En dit is de mening van de natuurkundigen

Hoe gaat een groep natuurkundigen naar de film? Ze komen ruim een half uur voor aanvang naar de bioscoop; ze trekken zich terug in een achteraf gelegen ruimte, en ze gaan eerst bespreken of de wetenschappelijke feiten uit de film wel kloppen.

Tenminste, zo ging het gisteren in de Amsterdamse bioscoop Tuschinski bij de besloten voorpremière van Angels & Demons – de nieuwe film van regisseur Ron Howard naar het gelijknamige boek van Dan Brown (die ook de The Da Vinci Code schreef).

Het gezelschap – overwegend deeltjesfysici en dus overwegend mannen – kwam natuurlijk ook gewoon uit ijdelheid naar de film kijken. Want hun werk figureert erin, en het instituut waaraan zij meewerken: het CERN, het Europees centrum voor deeltjesonderzoek bij Genève, en de reusachtige LHC-versneller daar.

Meteen al in de eerste scènes suist de camera langs die ondergrondse LHC-versneller en scheert over het naastgelegen grote ATLAS-experiment. „Kijk, onze muonenkamers”, zegt de ene buurmanfysicus. En de andere buurmanfysicus ziet nog nét de naam van het Nederlandse bedrijf Schelde Exotech op een onderdeel voorbij flitsen.

Op het doek laten intussen een paar bio-entanglementfysici („Mm, wat zijn dat?!”, vraagt de buurman) de LHC-versneller tot zijn maximale vermogen opkomen. Zij werken aan een geheim en gevaarlijk experiment: een buisje vullen met een kwart gram antimaterie. Minder dan een suikerkorrel is dat, maar met de potentieel vernietigende kracht van een atoombom. En uitgerekend dát buisje valt in handen van een anti-religieuze sekte die er het Vaticaan mee wil opblazen, en die zo de strijd tussen wetenschap en religie voorgoed in het voordeel van de wetenschap wil beslechten.

Nou ja, natuurlijk zit het dan allemaal anders en blijken schurken helden en helden schurken, en daarna ineens weer niet ... Maar één ding is zeker: het CERN speelt een dubieuze rol. En ook dat moet een reden zijn geweest om vooraf in de VIP-room te verzamelen: om daar nog even uit te leggen dat er in werkelijkheid nooit zoveel kwaadaardigheid uit het instituut zal komen.

Antimaterie wordt er wel gemaakt, zei Marcel Merk, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. In 1995 lukte het op het CERN voor het eerst om heel even een antiwaterstofatoom te maken. En in de jaren daarna zijn er op CERN, met andere versnellers dan LHC, en bij het Fermilab in de Verenigde Staten duizenden van zulke anti-atomen gemaakt.

Maar in een kwart gram antiwaterstof zitten heel veel meer dan een paar duizend atomen. In één gram zitten 602.214.150.000.000.000.000.000 atomen. Stel, dus, zei Merk, dat CERN tien miljoen antideeltjes per seconde zou kunnen maken. En stel dat CERN dat voortdurend, dag en nacht en maand na maand, zou volhouden. En dat CERN al die antideeltjes zou kunnen verzamelen en bewaren. Dan nog zou het geen minuten duren om een kwart gram te maken, zoals in de film, maar ‘een half miljard jaar!’

Wat wél klopt is dat materie en antimaterie elkaar volledig vernietigen zodra ze met elkaar in contact komen. Anders gezegd: ze reduceren elkaars massa tot één flits van energie. Alleen wordt die energie in boek en film dan juist iets onderschat, zei Merk.

In het boek zou het buisje een even zware explosie kunnen veroorzaken als 5 kiloton TNT en zo het Vaticaan en omstreken verwoesten. In werkelijkheid zou de vernietigende kracht zelfs twee keer zo groot zijn: 10,7 kiloton TNT. Merk: „Ik denk dat Dan Brown alleen rekening heeft gehouden met de energie uit de antimaterie en dat hij de bijdrage van de materie heeft onderschat.”

Maar eh, het verschil tussen pakweg tien jaar en een half miljard jaar is natuurlijk veel groter dan die factor twee, vervolgde hij. Dus ook als op CERN tien jaar lang onafgebroken antimaterie gemaakt en verzameld zou worden, hoeven we daarvoor niet bang te zijn. Dat zou net genoeg ‘explosieve energie’ leveren om een 50 Watt lampje vijf uur te laten branden.

Waarna iedereen gerustgesteld, voor zover nodig, naar de film kon gaan kijken. Die op meer punten niet erg exact was. „Dat buisje om die antimaterie in te bewaren: totaal ongeloofwaardig!” zei de ene buurman. „En dat een hoogleraar religieuze iconografie helemaal geen Latijn leest, is ook wel raar”, zei een ander. Maar wat maken details nou uit als het een spannend verhaal is, vond daarna de meerderheid. En dat was het best wel.

‘My Demons’ van Zeus