Een tragedie te midden van financieel tumult

Een begerenswaardig leven leek hij te leiden. Zijn wanhoopsdaad vertelt een ander verhaal. Over de laatste maanden van de financieel directeur van Freddie Mac.

Cameraploegen op 22 april voor het huis van David Kellermann, de financiële topman van hypotheekbank Freddie Mac, nadat hij dood aan een strop in zijn huis was gevonden, in Vienna, Virginia. Zelfmoord, zegt de politie. Foto Reuters Television news crews fill the sidewalk across from the home where David Kellermann, acting chief financial officer of mortgage giant Freddie Mac, was found dead on Wednesday in Vienna, Virginia, April 22, 2009. REUTERS/Jonathan Ernst (UNITED STATES BUSINESS OBITUARY IMAGE OF THE DAY TOP PICTURE) REUTERS

David Kellermann worstelde al maandenlang onder de druk van zijn baan als financieel topman van Freddie Mac. Toch waren er die dinsdag, de 21ste april, redenen voor optimisme bij de zwaar aangeslagen Amerikaanse hypotheekbank.

Kellermann (41) had een gunstige uitspraak van de beurstoezichthouder, de Securities and Exchange Commission (SEC), in de wacht gesleept over de boekhouding. Topman John Koskinen, zijn baas, was blij en zei tegen hem dat hij moest ophouden zich zorgen te maken of Freddie de deadline van 15 mei wel zou halen voor de kwartaalcijfers. „Als we laat zijn, zijn we maar laat”, herinnert Koskinen zich te hebben gezegd.

Maar Kellermann was zichtbaar gespannen. Koskinen zegt dat hij hem had geadviseerd een paar dagen vrij te nemen. Die avond zei Kellermann dat hij de volgende dag thuis zou blijven. Koskinen stelde voor dat hij dat de rest van de week ook zou doen. „We kunnen het wel aan.”

Nog geen tien uur later, om half vijf ’s nachts, belde Kellermanns vrouw Donna het alarmnummer. Toen de politie van Fairfax County arriveerde, trof zij Kellermann aan een strop in de kelder van het huis van het echtpaar in Vienna (Virginia), waar zij met hun zesjarig dochtertje woonden.

Er zullen vandaag de dag in het Amerikaanse bedrijfsleven weinig uitdagender werkplekken zijn dan Freddie Mac en zusterfirma Fannie Mae, de twee grootste hypotheekbanken van de VS. De regering-Bush nam in september de controle over beide bedrijven over, nadat die waren overvallen door een golf van instortende huizenprijzen en betalingsproblemen van klanten. Sindsdien zijn ze onderworpen aan zeer intensief onderzoek van de toezichthouder en het mikpunt van publieke verontwaardiging over hun immense verliezen. Het duo meldde over 2008 een gezamenlijk verlies van circa 109 miljard dollar. Ze worden in leven gehouden door kapitaalinjecties van het ministerie van Financiën, tot nu toe voor een totaal van zo’n 60 miljard dollar.

Het is onmogelijk erachter te komen wat Kellermann precies tot zijn wanhoopsdaad dreef. Hij stond bekend om zijn joviale aard, en hij kwam vrijdags vaak kleurig gekleed naar zijn werk. Maar collega’s hadden opgemerkt dat hij de laatste tijd schuchterder was geworden. Hij had die dinsdag aan Koskinen toevertrouwd: „Misschien moet ik ontslag nemen… Ik weet niet of ik nog wel leiding kan geven aan het team.”

Duizenden managers en gewone werknemers in de financiële sector hebben hun wereld door de financiële crisis op zijn kop gezet zien worden. „Davids spanning was een logische, natuurlijke reactie” op de stormachtige ontwikkelingen bij Freddie, zegt Koskinen.

Het stond Freddie en Fannie altijd vrij om de winst voor de aandeelhouders te maximaliseren, waarbij ze gebruikmaakten van een impliciete overheidsgarantie om geld te lenen tegen tarieven die slechts enigszins boven die van het ministerie van Financiën lagen.

„Niemand weet nu hoe we er over twee jaar zullen uitzien”, zegt Koskinen, wat het lastig maakt om aan nieuwe managers te komen. De vrijwel voortdurende wijzigingen in de top van het bedrijf hebben de instabiliteit alleen maar vergroot. Sinds 2003 heeft Freddie in de top vijf uitvoerende directeuren, drie operationele directeuren en vier financiële directeuren gehad. Van de huidige dertien leden van Freddies bestuur werkten er slechts twee bij het bedrijf aan het begin van 2003, toen een boekhoudschandaal de reeks bestuurswisselingen inluidde. „Het was uitputtend”, herinnert Jon Prince zich, een voormalig vicepresident voor beleggersrelaties.

In sommige opzichten heeft de overheidscontrole het werken bij Freddie en Fannie uitputtender gemaakt, zeggen huidige en voormalige werknemers. Er kan geen belangrijk besluit over het aannemen en ontslaan van personeel, de salarissen of de hypotheekprijzen worden genomen zonder voorafgaande toestemming van het Federal Housing Finance Agency (FHFA), dat belast is met het toezicht op beide hypotheekbanken. Zelfs voor heel gewonen zaken, zoals de beslissing om wel of niet deel te nemen aan paneldiscussies tijdens conferenties, is toestemming van het FHFA vereist.

De ineenstorting van de beurskoersen van de twee bedrijven heeft een groot deel van het aandelenbezit van veel werknemers in rook doen opgaan. Om een uitstroom van talent tegen te gaan, heeft de toezichthouder Fannie en Freddie vorig jaar opgedragen speciale (retentie)bonussen aan te bieden. Op grond van dat programma verwachten de firma’s in de anderhalf jaar tot volgend jaar maart ongeveer 210 miljoen dollar aan bonussen te zullen uitkeren aan 7.600 werknemers. Maar Congresleden hebben op de bonussen kritiek uitgeoefend, omdat zij die beschouwen als betaling voor falen.

Vervolg Kellermann: pagina 14

Bewindvoerders van de staat namen macht over

Kredietcrisis Strenge salarisbeperkingen vanwege Congres en ministerie van Financiën hinderden continuïteit

Kellermann stond op de nominatie om een bonus van 850.000 dollar te ontvangen, waarvan in december 170.000 dollar was betaald. Na een stortvloed aan nieuwsberichten over de bonussen verscheen er een verslaggever aan zijn deur om hem erover te ondervragen, en Kellermanns vrouw was volgens een collega bang voor de veiligheid van het gezin. Op verzoek van Kellermann regelde Freddie Mac toen bewaking. Sommige buren zagen een wit busje bij zijn huis geparkeerd staan. Na een dag of twee veranderde Kellermann van mening en gaf hij het bedrijf opdracht de bewaking in te trekken, aldus een andere collega.

Kellermann trad in 1992 bij Freddie in dienst. Voor zijn buren en vrienden leek hij een begerenswaardig leven te leiden. Zijn vrouw en dochter kwamen soms langs op kantoor om met hem te gaan lunchen in een café. „Zij hadden zo’n relatie die iedereen wel wil in zijn leven”, zegt Heidi Gaffney, een advocate die Kellermanns vrouw kent sinds hun studie aan de Universiteit van Michigan. De versieringen die hij en zijn vrouw met Halloween en Kerstmis ophingen, stonden bekend als de mooiste van de buurt.

De overname van Freddie door de staat, hoe vervelend ook, bood Kellermann kansen. De toezichthouders dwongen zijn baas, Anthony ‘Buddy’ Piszel, op te stappen als financieel directeur, hoewel hij nergens van beschuldigd werd. Kellermann werd zijn tijdelijke opvolger, met uitzicht op een permanente aanstelling. Freddie kreeg ook een nieuwe uitvoerend directeur boven zich, David Moffett, die door de toezichthouder van buiten het bedrijf werd aangesteld.

Freddie begon zijn speurtocht naar een permanente nieuwe financieel directeur vorig jaar herfst. Er was geen sprake van grote urgentie, aldus Koskinen, de huidige uitvoerend directeur, die destijds president-commissaris was. Moffett beschikte over financiële ervaring, omdat hij een groot deel van zijn carrière als financieel directeur had gewerkt bij U.S. Bancorp, en Kellermann werd gezien als een vaardige plaatsvervanger. Kellermann hoopte financieel directeur te kunnen blijven, en hem werd verzekerd dat hij kandidaat was. Volgens een vriend vond Kellermann dat hij zo hard had gewerkt dat hij de kans verdiende.

Kellermann maakte „een hele reeks lijstjes met dingen om te doen”, en was bereid avond na avond lang door te werken, herinnert Moffett zich. Maar Kellermann twijfelde ook of hij er wel klaar voor was om financieel directeur te worden, zeggen vrienden.

Denny Fox, Freddies huidige hoofdboekhouder, bracht rechtstreeks verslag uit aan Kellermann en was een goede vriend. Hij herinnert zich te hebben opgemerkt dat Kellermann minder blijmoedig werd. Nadat de regering de controle had overgenomen, begon hij zich soberder te kleden. In de maand vóór zijn dood „verloor hij iets van zijn gevoel voor humor”, aldus Fox. „Een aantal van ons zei tegen hem dat hij meer zichzelf moest zijn”, zegt Fox nu. Kellermann deed zijn best om dat te doen en knoopte weer een vlinderdasje om tijdens een recente vergadering van het financiële personeel.

Volgens Koskinen was Kellermann begonnen „een groot deel van de druk te internaliseren en zich er verantwoordelijkheid voor te voelen”. Eén oorzaak van deze druk was het conflict tussen het regeringsbeleid en de wettelijke verplichtingen van Freddie jegens de aandeelhouders. De regering stelde de zeggenschap van Freddie en Fannie in handen van bewindvoerders, die bevoegdheden genoten die gewoonlijk toevielen aan raden van commissarissen en aandeelhouders.

In februari kondigde de regering-Obama een plan aan dat erin voorzag dat Fannie en Freddie de hypotheekverplichtingen van miljoenen Amerikanen zouden verlichten, in een poging gedwongen huisuitzettingen te voorkomen. Dat kan goed zijn voor de economie, maar de firma’s worden erdoor gedwongen af te zien van bepaalde inkomsten en de waarde van veel hypotheken te herzien. Kellermann en andere functionarissen van Freddie hadden het gevoel dat ze een waarschuwing moesten afgeven in hun jaarlijkse rapportage aan beurstoezichthouder SEC. Het plan zou de financiële positie van het bedrijf waarschijnlijk schaden, met name door de noodzakelijke herwaardering van de verstrekte garanties ten aanzien van miljoenen hypotheken. Freddie geloofde dat bepaalde boekhoudkundige voorschriften de firma zouden kunnen dwingen een voorziening van ruwweg 30 miljard dollar te treffen als gevolg van het plan.

Het FHFA, dat belast is met het toezicht op Fannie en Freddie, vond dat de aanvankelijke versie van Freddies waarschuwing te veel nadruk op dat risico legde, aldus een betrokkene. Freddie hoopte volgens deze bron dat de SEC de boekhoudkundige voorschriften zou opschorten, zodat het bedrijf niet nog eens een grote financiële klap zou oplopen. Na intensieve onderhandelingen kwamen FHFA en Freddie tot een compromis.

De dag vóór Kellermanns dood ging ook de SEC akkoord met de voor Freddie gunstige boekhoudkundige regeling. Kellermann maakte toch geen opgewekte indruk, maar bleef „ingetogen”, aldus een van zijn medewerkers.

Terwijl Kellermann de crises het hoofd trachtte te bieden, sleepte de speurtocht naar een nieuwe financieel directeur zich voort. In januari voerde Freddie serieuze gesprekken met een voormalig financieel directeur bij een grote financiële instelling, aldus Koskinen. Maar Freddie kreeg bedenkingen over de kandidaat omdat het bedrijf waar hij had gewerkt „in grote problemen verkeerde”.

In februari werd de speurtocht gecompliceerd door signalen dat het ministerie van Financiën of het Congres strenge beperkingen zou kunnen opleggen aan de managementsalarissen bij instellingen die op overheidssteun waren aangewezen. „Het was moeilijk naar iemand toe te gaan en te zeggen ‘Kom bij ons werken, ook al weten we nog niet wat we je kunnen betalen’ ”, aldus Koskinen.

Begin maart kondigde Moffett plotseling aan dat hij zou opstappen als uitvoerend directeur, deels uit frustratie over de verplichting om bij alle belangrijke beslissingen toestemming aan de toezichthouder te moeten vragen. Koskinen (69) werd als tijdelijk uitvoerend directeur aangesteld door het FHFA, dat hem vorig jaar had gekozen als president-commissaris. Hij had eerder gewerkt als bedrijfssaneringsdeskundige. Koskinen zegt nu te hopen dat Freddie binnen twee maanden een nieuwe uitvoerend directeur kan benoemen. Hij zegt dat die persoon waarschijnlijk iemand zal zijn die het einde van zijn carrière nadert en Freddie beschouwt als een „opwindende kans om iets te doen in de publieke dienstverlening… Het moet iemand zijn die dit als een unieke en interessante mogelijkheid ziet om een bijdrage te leveren” aan het land, niet iemand die „een bedrijf op de gewone manier wil leiden”.

In de laatste weken van zijn leven dacht Kellermann erover na op te stappen als tijdelijk financieel directeur. Maar hij was bang dat dat tot nog meer negatieve publiciteit voor Freddie zou leiden, aldus Koskinen. Hij had aan Kellermann toevertrouwd dat er snel knopen zouden worden doorgehakt over de nieuwe financieel directeur. Kellermann mocht beslissen of hij verslag wilde uitbrengen aan de nieuwe directeur of liever een andere rol binnen Freddie op zich nam. Koskinen herinnert zich dat hij tegen Kellermann heeft gezegd: „Je hebt het zelf voor het zeggen.”

T.W. Farnam en Joann S. Lublin hebben aan dit artikel bijgedragen.

©The Wall Street Journal 2009; vertaling: Menno Grootveld

    • James R. Hagerty
    • Gary Fields