Een slimme meid vriest haar eicellen in

Na een carrièrestart zijn vrouwen soms te oud om kinderen te krijgen. Laat vrouwen hun eicellen tijdig invriezen en weer gebruiken als zij iets ouder zijn, aldus Wybo Dondorp en Guido de Wert.

Een slimme meid vriest haar eicellen in (Illustratie Ruben L. Oppenheimer) Oppenheimer, Ruben L.

Vrouwen die een lange opleiding hebben gevolgd en een begin aan hun maatschappelijke carrière hebben gemaakt, komen soms tot de ontdekking dat zij te oud zijn voor het krijgen van kinderen: hun eicelvoorraad is uitgeput. Voor hen zou het goed zijn als zij op jongere leeftijd eicellen laten invriezen en die gebruiken als zij aan een kind toe zijn.

Bij de meeste vrouwen raakt de eicelvoorraad uitgeput wanneer zij tussen 40 en 45 jaar oud zijn. Zij kunnen daardoor in een lastige situatie terechtkomen. Van hen wordt verwacht dat ze een opleiding volgen en proberen carrière te maken. Dat moet gebeuren in dezelfde levensfase als waarin ze biologisch gesproken het beste kinderen kunnen krijgen. En dan moeten ze ook nog eens op tijd een geschikte partner hebben gevonden. Vrouwen met kinderwens die halverwege de dertig nog naar de ware jacob zoeken, hebben een grote kans kinderloos te blijven.

Tijdig invriezen van rijpe eicellen (te verkrijgen via hormoonstimulatie en eicelpunctie) zou een manier kunnen zijn om vrouwen langer, bijvoorbeeld tot hun vijftigste, in staat te stellen om via in-vitrofertilisatie (ivf) genetisch-eigen kinderen te krijgen.

Tot voor kort was dit een theoretisch scenario: het lukte niet goed om eicellen zonder functieverlies in te vriezen en weer te ontdooien. Maar inmiddels is er een nieuwe – nog experimentele – techniek waarmee dat wel lijkt te gaan. Dat is een doorbraak die grote gevolgen kan hebben.

In bepaalde gevallen lijkt het invriezen van eicellen al een alternatief voor het invriezen van embryo’s of ovariumweefsel bij vrouwen die door een medische behandeling zoals chemotherapie hun vruchtbaarheid dreigen te verliezen. In een Nederlandse richtlijn wordt aanbevolen dat artsen hun patiënten die zo’n behandeling moeten ondergaan, over die verschillende opties informeren.

Wereldwijd ontstaat inmiddels een verhitte discussie over de vraag of ook gezonde en normaal vruchtbare vrouwen die voor de realisering van hun kinderwens meer tijd willen hebben, eicellen mogen laten invriezen. Denk hierbij ook aan vrouwen die bang zijn niet op tijd een geschikte partner te vinden. Sommige ivf-centra in het buitenland bieden deze mogelijkheid al aan. Wat zou erop tegen zijn om daar ook in Nederland ruimte voor te maken – als die vrouwen dat zelf zouden betalen?

Een belangrijk argument vóór is reproductieve gelijkheid: mannen kunnen tot op hoge leeftijd kinderen krijgen. Bedenk ook dat het invriezen van zaad van mannen die bijvoorbeeld door bepaalde sporten, zoals wielrennen, hun vruchtbaarheid dreigen te verliezen, in brede kring wordt aanvaard. Is het niet inconsistent het ene te aanvaarden en het andere niet?

Natuurlijk nemen de risico’s van voortplanting met de leeftijd toe en heel oude ouders zijn voor het kind vast ook niet goed. Maar als het zou gaan om een jaar of tien extra ‘voortplantingstijd’, dus tot circa vijftig jaar, lijken dat geen doorslaggevende bezwaren.

Een ander bezwaar is dat het zou gaan om ‘medicalisering’: het bieden van een medische oplossing voor een maatschappelijk probleem. Ook dat lijkt ons geen goede reden om deze techniek te onthouden aan vrouwen die daar gebruik van zouden willen maken. Natuurlijk is het beter als zij eerder kinderen kunnen krijgen, en natuurlijk moet de samenleving daar beter op worden ingericht. Maar vrouwen die nu in de knel komen, bijvoorbeeld omdat ze nog altijd geen geschikte partner hebben, zijn daar niet mee geholpen. Bezwaren in termen van respect voor ‘natuurlijke’ grenzen of de grenzen van de geneeskunde zijn al evenmin overtuigend, al was het maar omdat die grenzen allang overschreden zijn, zeker op het gebied van de kunstmatige voortplanting.

Europese en Amerikaanse beroepsverenigingen maken geen bezwaar tegen het invriezen van eicellen van gezonde vrouwen als zodanig, maar zeggen dat daar pas aan te denken valt als sprake is van een bewezen effectieve en veilige techniek. Tot die tijd zou het moeten gaan om wetenschappelijk onderzoek waarvoor alleen vrouwen in aanmerking komen die als gevolg van een medische behandeling hun vruchtbaarheid dreigen te verliezen.

Met het eerste zijn we het helemaal eens. Zolang over de veiligheid van dat invriezen nog onzekerheden bestaan, mag het alleen in de vorm van onderzoek, inclusief langdurige follow-up van de desbetreffende kinderen. Maar waarom zouden niet ook gezonde vrouwen aan dat onderzoek mogen meedoen? De risico’s en belasting van hormoonstimulatie en eicelpunctie zijn voor beide groepen gelijk. En of het nu gaat om een vrouw die een steriliserende behandeling moet ondergaan of om een vrouw van 35 die nog geen geschikte partner heeft gevonden, in beide gevallen geldt dat nu invriezen het verschil kan betekenen tussen wel of niet ongewild kinderloos blijven.

Natuurlijk is de boodschap niet dat uitstel van de kinderwens geen probleem meer hoeft te zijn. Invriezen van eicellen houdt de kans op een genetisch-eigen kind open, maar biedt zeker geen garantie op succes. Een slimme meid krijgt haar kinderen nog altijd liefst op tijd. Maar het punt is dat vrouwen het in dat opzicht niet altijd voor het kiezen hebben.

Wybo Dondorp en Guido de Wert, universitair docent en hoogleraar biomedische ethiek aan de Universiteit Maastricht

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Eicellen

Uit de inleidende alinea bij het artikel Een slimme meid vriest haar eicellen in (14 mei, pag. 7) kan de indruk ontstaan dat de ethici Wybo Dondorp en Guido de Wert jongere vrouwen adviseren eicellen te laten invriezen. Zij verdedigen slechts dat „vrouwen die onder omstandigheden niet aan voortplanting op jongere leeftijd toekomen de vrijheid moeten hebben te kiezen voor het invriezen van eicellen voor later gebruik, onder voorwaarde dat dit wordt ingebed in wetenschappelijk onderzoek.”

    • Guido de Wert
    • Wybo Dondorp