De vlek wil 4,8 maar het label zegt 'nee'

Hoe doorstaat de Nederlandse economie de crisis? Naarmate 2009 vorderde gingen de prognoses van slecht naar beroerd, naar dramatisch. Eerst verbijsterde het Centraal Planbureau (CPB) beleidsmakers met zijn prognose van een economische krimp van 3,5 procent voor heel 2009. Daarna kwam het Internationale Monetaire Fonds er overheen met een raming van 4,8 procent krimp. Dat is ongekend: buiten oorlogstijd moet naar de negentiende eeuw worden teruggegaan voor zo’n cijfer.

Hoe bereik je zo’n contractie van de economie? Morgen komt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met de eerste aanwijzing. Dan publiceert het de groeicijfers over het eerste kwartaal van dit jaar. De voortekenen zijn zeer slecht. Een bloemlezing: de productie van de industrie lag in maart 12 procent lager dan vorig jaar, en de omzet daalde zelfs met twintig procent – hetgeen alles zegt over de prijserosie die de industriële sector doormaakt. Het aantal faillissementen van bedrijven en instellingen is inmiddels het hoogst sinds het CBS begin jaren tachtig met de statistieken begon.

De consumptieve bestedingen, de grootste factor in het bruto binnenlands product (bbp), daalden in januari met 0,2 procent op jaarbasis en in februari met 0,8 procent. De buitenlandse handel gaat zeer slecht, met een volumedaling van de invoer, gecorrigeerd voor werkdagen, van ruim twaalf procent in de eerste twee maanden van het jaar, en een volumedaling van de uitvoer met respectievelijk ruim veertien en bijna dertien procent. Omdat Nederland een handelsoverschot heeft, hakt een even grote krimp van de uitvoer als van de invoer er al flink in – en des ter harder als de uitvoer nog sneller daalt.

Hoe sterk moet de krimp per kwartaal worden om het IMF-cijfer van min 4,8 procent over geheel 2009 te bereiken? Daar is een gemiddelde krimp van kwartaal op kwartaal van anderhalf procent voor nodig in alle vier de kwartalen. Stel nu dat de grootste schade in het begin van dit jaar valt, waarna in de tweede helft van 2009 de krimp wat afneemt. Dan zou er morgen een krimp ten opzichte van het vierde kwartaal van 2008 van ten minste 2 procent uit de bus moeten komen.

Niets is onmogelijk, maar dat zou werkelijk ongekend zijn. Mocht het cijfer morgen minder slecht uitvallen, en er nog steeds van een geleidelijke verbetering gedurende het jaar worden uitgegaan, dan is de 4,8 procent van het IMF niet haalbaar meer. In dat geval wordt de raming van 3,5 procent krimp door het CPB waarschijnlijker. Nooit gedacht dat iedereen daar nog eens blij mee zou zijn.

Maarten Schinkel