De melk gaat om en de pindakaas zit op de muur

Wat biedt het boeddhisme een moeder die graag de best denkbare moeder wil zijn?

Heel veel, maar het hangt er wel vanaf welk boek je leest. Sarah Napthali is het helemaal.

De melk gaat om en de pindakaas zit op de muur Maar Baby geniet omdat ik kalm blijf Illustratie Nanne Meulendijks Meulendijks, Nanne

De boeken stroomden binnen, toen bekend werd dat Baby op komst was. Veel vrienden hadden al lang kinderen, en gaven mij hun kinderbijbels. Ik had ieder denkbaar soort handboek ter beschikking. Wat de antroposofen doen aan een koutje, hoe kraamverzorgsters buikkrampen te lijf gaan, of wat Beatrijs R. vond van gepureerde worteltjes: babyzorg had geen geheimen voor mij. In theorie.

Al snel bleek dat de praktijk zoals gebruikelijk weerbarstiger is en dat er vooral ook dringend behoefte was aan moederzorg.

Want echt, een van de meest prangende vragen (terwijl Baby vrijwel probleemloos opbloeide) bleek al snel: hoe houd ik het vol? Hoe zorg ik dat ik niet gek word van het ongekend intense beroep dat dit wezentje op mij doet. Niet alleen vreet het mijn slaap, op zichzelf al vrij erg, maar bovendien doe ik opeens nauwelijks dingen die ik graag doe (kilometers fietsen, oeverloos slap ouwehoeren aan lange tafels met drank en veel mensen, slapen), en veel dingen die ik niet graag doe (afwassen, wassen, aardappelpuree maken).

Bovendien: volhouden is niet genoeg. Ik wil een goede moeder zijn, de best denkbare moeder voor dit kind. Het is onwaarschijnlijk hoe veel, vaak en lang je erover kan piekeren hoe dat moet.

Natuurlijk gaat veel vanzelf. Zo bleek ik over enorme voorraden geduld te beschikken. Ik! En ik kon zonder van alles. Zonder slaap, zonder douche, zonder hippe zomerkleren, zonder seks.

Maar afzien en geduld zijn magere inspiratiebronnen, en terwijl Baby nu ruim één is en straalt, voel ik me inmiddels meer schilferend behang dan trotse moeder.

Juist nu kreeg ik een boek, net uit in vertaling, dat bedoeld is als inspiratie: Zenmamma, wat boeddhisme en moederschap gemeen hebben. Of ik er over wilde schrijven voor de krant. Natuurlijk, zei ik, met een blik op de foto op de cover. Wie wil er niet in smetteloos wit gekleed, met dito baby, in lotushouding op een groot wit bed zitten. Glimlachend.

Het begon goed. Althans, vermakelijk. Twee jonge moeders die, samen sjokkend achter hun wandelwagens, denken dat het aan hen ligt dat ze moe, niet slank, hopeloos achter met literatuur/actualiteiten/shownieuws, en vaak chagrijnig zijn. En: dat andere moeders dat niet hebben. Zeer herkenbaar, maar het klopt niet. De schrijfster, Karen Maezen Miller kwam erachter dat niet alleen zij, maar heel veel moeders zich hopeloos inadequaat voelen. Tot zo ver de vertrouwde lotgenoteninvalshoek die de basis vormt van veel ‘zelfhelpboeken’ en chicklit. Troostrijk en vaak hilarisch, maar van niet meer dan voorbijgaande betekenis.

Miller pretendeert echter veel meer. Ze wil ons niet alleen troosten en vermaken, maar de weg wijzen naar een beter, meer ‘spiritueel’ moederschap. De weg die ze zelf ook is gegaan, schrijft ze. Ze zag in, toen ze „de kracht van stille observatie richtte op de chaos” die in haar heerste, dat ze als moeder in alle valkuilen trapt die ze als praktiserend boeddhist nu juist heeft geleerd te vermijden. „Moederschap is een spirituele oefening. Het is een snelcursus in wijsheid. Je spirituele erfenis ligt voor het oprapen.”

Helaas. Alle goede bedoelingen ten spijt, ik vind dat Miller faalt als wijze gids. Dat werd al duidelijk bij het eerste hoofdstuk dat ik opsloeg: Nachtwake, een meditatie over slapeloosheid. Is nogal een issue bij mij thuis, dus ik was benieuwd. Ik geef een citaat. „Slaap is één van onze hardnekkigste verslavingen. We klampen ons eraan vast, we snakken ernaar. We vereren slaap en maken er iets moois van. We zien het als een van onze kostbaarheden. Slaap is het koninkrijk waar wij koning zijn. Het is onze schuilplaats, de plek waar we onze fantasieën kunnen laten gaan, waar we ons kunnen begraven. We denken dat we niet zonder kunnen.”

Zijn jullie er nog?

Dat is wel een heel lange aanloop om te kunnen zeggen: „Je zult erachter komen dat we ook zonder slaap kunnen leven.” Gevolgd door de tip: „Je breekt met je gretige, slaperige en stiekeme zelf. [...] Dit is je nieuwe spirituele oefening: wakker worden en uit je bed stappen. Na vele nachten oefenen, de dekens wegtrekken en je losrukken uit je gehechtheid, zal een diepe wijsheid naar boven komen. [...] Alles komt voort uit de nacht.”

Dit citaat is representatief voor het boek. Miller stapelt hyperbool op hyperbool, afgewisseld met onnavolgbare beeldspraak. Bovendien begrijp ik meestal nauwelijks waar ze het over heeft en meer praktische inzichten ontbreken volledig. Echt, ik heb tussen werken en zorgen door geen tijd of aandacht voor close reading.

Misschien helpt het als je een gevorderde boeddhist bent. Deze vrouw is inmiddels gewijd tot zenpriester, lees ik aan het slot van het boek. Wellicht is het instapniveau van dit boek gewoon te hoog. Hoewel ik betwijfel of ik na uren, jaren meditatie wel ontvankelijk zou zijn voor Millers gekoketteer met haar neuroses.

Dat het wel kan, pretentieloos, toegankelijk en zelfs praktisch schrijven over moederschap en boeddhisme, bewijst een boek waar een vriendin mee aankwam – nog steeds dankbaar dat het op haar pad was gekomen. Buddhism for Mothers (ook in het Nederlands) van Sarah Napthali is al een paar jaar uit, en na Zenmamma een verademing. Om te beginnen om de kalme en informatieve toon. Moeder of niet, als je dit boek uit hebt, ken je in ieder geval de boeddhistische basisbeginselen, in plaats van het privéleven van de schrijfster.

Maar ik vond het boek daarnaast ook echt bruikbaar en, durf ik het te zeggen, inspirerend. In hoofdstukken zoals ‘Finding calm’ en ‘worrying about our children’ beschrijft Napthali niet alleen wat er vervelend en zelfs schadelijk is aan constante geagiteerdheid en getob, en wat de oorzaak ervan is, maar ze weet ook goed uit te leggen hoe je er mee om kunt gaan.

Kalmte bijvoorbeeld – volgens mij het belangrijkste opvoedmiddel– kan je oefenen, schrijft ze. Vooral door niet te oordelen over wat er gebeurt of wat je voelt, maar het om te beginnen eerst maar eens te accepteren. De beker melk gaat om, de pindakaas zit overal, Baby heeft een rothumeur: Als je even stilstaat bij de ergernis die je voelt opwellen, of hem zelfs alleen maar herkent, dan is de kans dat je er in verstrikt raakt veel kleiner.

Of tobben over je kinderen. Ze geeft een mooi voorbeeld van een vrouw die vroeger gepest werd om haar uiterlijk en daar nog steeds last van had. Haar dochter lijkt op haar, en de vrouw was bang dat haar hetzelfde zou overkomen. Ze merkte dat ze verkrampte door haar eigen angst, wat natuurlijk al helemaal niet goed was voor de kansen van haar dochter.

Ze besloot – na een meditatiesessie – een lijst te maken van meer positieve manieren om tegen de situatie aan te kijken: Misschien is mijn dochter minder gevoelig voor kritiek/ze heeft andere eigenschappen die de aandacht afleiden van lichamelijke imperfecties/ik kan haar, als ik mezelf in acht neem, juist goed helpen zich op haar sterke kanten te concentreren omdat ik hetzelfde heb meegemaakt/er zijn veel succesvolle mensen die niet mooi zijn/etc.

Het lijken wellicht strohalmen, en deze moeder is niet volledig van haar angsten bevrijd, maar het regelmatig nalezen van de lijst geeft haar moed, en voorkomt dat ze wegzinkt in zorgen.

Er staan meer lezenswaardige dingen in het boek dan ik hier kan opnoemen, van zinnige handreikingen over hoe je een relatie opbouwt met ouder wordende kinderen tot uitgebreide instructies voor meditatie.

Het belangrijkste wat ik er aan overhield, is de boodschap dat je eigenlijk geen andere keuze hebt dan te proberen de beste ouder te zijn binnen jouw mogelijkheden, dat je jezelf daarbij tegemoet moet treden met de compassie, het geduld en de volharding die je (meestal) ook voor je kinderen kunt opbrengen, en dat het een kwestie is van stug volhouden.

Hoe dan ook: Baby vindt het een geweldig boek, want in ieder geval zolang ik het aan het lezen was, was ik geduldiger, opmerkzamer en inventiever dan je van schilferend behang zou verwachten. Nu is het een kwestie van volhouden.

‘Bodhissattva Vow’ van Beastie Boys