Bos maant de banken tot voorzichtigheid

Terwijl autoriteiten nog volop bezig zijn met hulp aan banken en verzekeraars steken de eerste uitwassen alweer de kop op. Minister Bos maant tot snelheid in de opruimacties.

Amsterdam, 14 mei. - Barack Obama, de Europese bankpresident Jean-Claude Trichet, IMF-chef Dominique Strauss-Kahn en beleggers op de beurs zien het allemaal: de eerste tekenen van herstel. Beurskoersen stijgen, verliezen vallen mee.

Maar het licht aan het eind van de tunnel kan soms ook gewoon een tegenligger zijn, weet president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank. Zijn ‘baas’ Wouter Bos maakt zich al zorgen over één zo’n tegenligger. De minister van Financiën vreest de terugkeer van onwenselijk gedrag in de financiële sector, de terugkeer van infectuous greed, zo waarschuwde hij gisteravond op een debat in Amsterdam.

Volgens Bos dreigen goede voornemens over matiging van beloningen snel te verdwijnen terwijl de problemen waardoor de crisis is ontstaan nog niet zijn opgelost. Bos en de toezichthouders proberen uitwassen met bijvoorbeeld bonussen in de toekomst te voorkomen door nieuwe wet- en regelgeving. Dat kan mede doordat de Nederlandse overheid met zijn reddingsacties een machtspositie bij vele financiële instellingen heeft gekregen. Dat banken en verzekeraars er alles aan doen om zo snel mogelijk weer zonder hulp van de staat te functioneren, daar heeft Bos geen problemen mee. Maar de minister van Financiën heeft dat wel als het motief van banken vooral ligt in het royaler willen belonen van de bankiers die nu onder curatele staan.

De politiek ergerde zich al eerder aan het gebrek aan inlevingsvermogen van Nederlandse bankiers. Bos zei gisteren dat het maatschappelijk vertrouwen in banken nog steeds broos is. Als bankiers dat zich onvoldoende realiseren zal Bos, zo waarschuwde hij, niet veel anders kunnen doen dan met nog meer wetgeving te komen waardoor „we van een tekort aan toezicht naar een teveel aan toezicht” doorslaan.

De voorstellen die het bankwezen zelf deed via de commissie Maas – zet de klant weer centraal – heeft velen nog niet overtuigd. Bos vraagt zich af of er ook niet iets met de maatvoering van financiële instellingen mis is. Moeten die wel zo groot zijn? Moet er niet gesplitst worden in een soort veilige nutsbanken en meer riskante zakenboetieks? Econoom Arnout Boot (Universiteit van Amsterdam) zei gisteravond dat er veel te weinig aandacht is voor het reduceren van complexiteit in de financiële sector. Dat zal volgens hem eerst moeten gebeuren wil het vertrouwen in de sector terug kunnen keren. „Dat bestaat nu alleen bij de gratie van overheidsgaranties.”

De grote vraag is echter hoe de complexiteit moet worden teruggebracht. „Banken zitten als dominosteentjes via de financiële markten aan elkaar. Als er één omvalt, vallen ze allemaal om. Het zijn allemaal systeemrelevante banken geworden”, zei Boot.

Bos plaatste vraagtekens bij de haalbaarheid van een sterke Europese toezichthouder die grensoverschrijdende financiële instellingen zou moeten controleren. Volgens hem staat of valt het succes van zo’n toezichthouder met de financiering ervan. Wie betaalt de rekening van een hulpactie bij een bank dat in meerdere landen actief is? Dit probleem, dat burden-sharing genoemd wordt, is in Europa nog niet opgelost. Lidstaten zijn bang dat zij voor de kosten opdraaien als een bank gered moet worden waar zij zelf geen zeggenschap over hebben. Het is een van de redenen waarom Polen in Europees overleg steeds dwars ligt volgens Bos: het land heeft veel banken maar dat zijn allemaal dochters van buitenlandse instellingen. Polen wil voorkomen dat zij niets te zeggen heeft over het bankwezen in eigen land.

Deckers benadrukte het belang van Europees toezicht. “Het nationale toezicht heeft de connectie met de steeds ingewikkeldere financiële instrumenten gemist”, zei hij. Maar ook van de Nederlandse overheid verwacht Deckers een visie op de toekomst van de financiële sector. “Als grootste aandeelhouder van deze sector zal de overheid toch op korte termijn met sturing moeten komen.”

Volgens overheidscommissaris voor ING Tineke Bahlmann is er sprake van een moreel probleem. „Status, hoge salarissen en bonussen zijn geïnstitutionaliseerd. Ik ben bang dat het te moeilijk is om dit terug te draaien.”