'Architect kreeg geen toezegging'

Plasterk staat achter de recente besluiten van de directie van het NHM, zo zei hij gisteren in een spoeddebat. En architect Houben voelt zich ten onrechte gepasseerd.

„Toen ik hoorde dat er sprake was van een andere locatie in Arnhem dan naast het Openluchtmuseum, dacht ik: jongens, wat krijgen wij nou?”

Minister Plasterk (Cultuur, PvdA) bevestigde gisteren tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer over het toekomstige Nationaal Historisch Museum (NHM) dat hij in eerste instantie even verbaasd was als een aantal Kamerleden over de nieuwe locatie van het museum aan de John Frostbrug in Arnhem. Afgelopen maart maakten Valentijn Byvanck en Erik Schilp, de twee directeuren van het NHM, bekend dat zij hadden besloten om het nieuwe museum niet naast het Openluchtmuseum te bouwen maar 4,5 kilometer verderop. Toch maakte de minister gisteren meteen duidelijk dat hij het nieuwe besluit steunt. Hij bevestigde dat het verplaatsen van het museum naar een nieuwe locatie de beoogde samenwerking met het Openluchtmuseum niet hoeft te verstoren. „Ik hoor veel positieve geluiden over de samenwerking tussen de directie van het NHM en de zojuist benoemde nieuwe directie van het Openluchtmuseum. Zij werken samen aan plannen.”

Wel zegde Plasterk op aandringen van de Kamer toe dat er tot 11 juni, wanneer er in de Kamer een hoorzitting wordt gehouden over het NHM, geen juridische of andere formele beslissingen worden genomen over het museum.

Ook zei de minister dat hij met de directie en de Raad van Toezicht van het museum zal overleggen over het aanstellen van een orgaan „met een wetenschappelijke en maatschappelijke verankering” dat het NHM in de toekomst van advies zou kunnen dienen.

Daarnaast reageerde Plasterk op het interview dat gisteren in NRC Handelsblad verscheen met architect Francine Houben, die haar onvrede uitte over het feit dat haar oorspronkelijke ontwerp voor het museum door de minister en de directie van het NHM terzijde is geschoven. „In de publiciteit wordt de indruk gewekt dat door mij of deze Kamer zou zijn gekozen voor architectuur, maar dat is niet het geval,” zei Plasterk. „Op het moment dat de keuze van de gemeente speelde, waren er drie gemeentes die hun plannen presenteerden. [...] De gemeente Den Haag heeft gezegd: als voor ons wordt gekozen, stellen wij ons voor dat het museum aan het Spui komt. Die gemeente heeft een architectenbureau gevraagd daarvan een artists impression te maken, wat heeft geresulteerd in een mooie folder.” Volgens Plasterk heeft het gemeentebestuur van Arnhem iets soortgelijks gedaan. „Het heeft een architectenbureau gevraagd tegen betaling een schets te maken. Dat kan natuurlijk nooit de aanbesteding zijn geweest.” Volgens Plasterk is het „volledig in strijd met de wet en alle Europese regels om te denken dat een gemeentebestuur zonder openbare aanbesteding de architectuur voor een rijksmuseum kan vaststellen. Bij niemand in Nederland die verstand heeft van dit soort zaken zal er misverstand over bestaan dat de architect nog niet is gekozen.”

Wim van der Weiden, die drie jaar geleden voor het ministerie van OCW het eerste plan voor het museum schreef, was gisteren ook bij het debat aanwezig. Hij kon zich vinden in het standpunt van Plasterk. „Houben heeft het verzoek van de burgemeester om met een ontwerp voor het NHM te komen verkeerd geïnterpreteerd. Voor alle indieners van de plannen gold heel duidelijk dat ze nergens op mochten rekenen.” Het architectonisch plan was volgens Van der Weiden met name bedoeld als ‘pitch’. „Dat is ook begrijpelijk, aangezien de drie steden slechts een aantal weken hadden om met hun voorstel te komen. Ik vind het dus logisch dat men heeft gezegd: bedankt voor de inspanningen, maar reken verder nergens op.”

Wel vindt Van der Weiden dat zou moeten worden vastgehouden aan de oorspronkelijke keuze voor het NHM naast het Openluchtmuseum. „Dat maakte destijds echt deel uit van het besluit van de minister toen hij voor Arnhem koos.”

    • Rosan Hollak