Als EU-lid is mijn land nog net zo corrupt

Ik kom uit de corrupte nieuwe EU-lidstaat Roemenië.

Er moet een Europees Openbaar Ministerie komen om onwillige Oost-Europese politici aan te pakken.

Als EU-lid is mijn land nog net zo corrupt En toch moet Europa verder uitbreiden Illustratie Sebe Emmelot Emmelot, Sebe

Dat Europa in deze tijden van recessie en somberheid vijf jaar uitbreiding viert, lijkt een bespottelijk, wereldvreemd staaltje public relations. Neem alleen maar de nieuwe leden Roemenië, mijn eigen land, en Bulgarije – nog steeds corrupt, arm en zonder enige politieke wil om er iets aan te doen. En nu wil ook Albanië lid worden, dat nog armer is, door en door corrupt is en worstelt met maffianetwerken.

Dus waarom doorgaan met dat opendeurbeleid? Waarom zeggen we niet ,,Luister jongens, jullie zijn heus allemaal erg aardig, maar laten we eerlijk zijn, jullie zullen nooit echt klaar zijn voor het lidmaatschap, en we kunnen jullie er trouwens toch niet bij hebben’’? Want waar is die uitbreiding nu eigenlijk goed voor?

Voor wie, zoals ik, afkomstig is uit een Oost-Europees land, biedt uitbreiding een geweldige kans om samenlevingen anders in te richten en de jongere generaties een perspectief te bieden.

Twintig jaar geleden was het dagelijks leven voor ons grauw, uitzichtloos en doortrokken van angst. Je kon je eigen buurman niet vertrouwen, want misschien was hij wel bij de geheime politie. Als kind was ik nogal gesloten. Mijn ouders bonden me op het hart om met niemand te praten over wat er thuis besproken werd. Dit omdat onderwijzers kinderen geregeld gebruikten als informanten om te weten te komen wat voor plannen hun ouders hadden. Of die misschien een ontsnapping beraamden of kritiek hadden op het regime. In beide gevallen wist je zeker dat je de gevangenis inging en dat je geterroriseerd zou worden door de geheime politie.

In die tijd had niemand ook maar durven dromen dat ooit de grenzen zouden opengaan, de muren zouden worden geslecht en de mensen vrijuit zouden kunnen spreken. Hier en daar in het oosten – in Slovenië en Slowakije -- is zelfs de euro in gebruik genomen. Polen maakt deel uit van de paspoortvrije Schengenzone, en Tsjechië is voorzitter van de EU. Het zijn echt verbluffende tijden.

Maar waarom zouden de Nederlanders zich druk maken over de trauma’s van de Oost-Europeanen? De EU is geen therapiegroep. Hebben de Sovjets half Europa ingepikt en een halve eeuw lang met ijzeren vuist geregeerd? Tja, waarom zou een Nederlandse belastingbetaler dan geld moeten steken in de slecht georganiseerde wederopbouw van die landen?

Niet vanwege een soort ‘historische schuld’, omdat West-Europa het Oosten in de steek zou hebben gelaten, maar omdat het ‘oude Europa’ het in zijn eentje niet meer afkan. Het is niet gezegd dat het het Grote Europa wél gaat lukken, maar dat maakt in elk geval meer kans dan ieder land voor zich. De oplossing voor de economische crisis, de somberheid en het groeiende wantrouwen, is niet het plaatsen van nieuwe hekken en muren in Europa. Ze zullen de angst alleen maar groter maken. En angst brengt monsters voort. Oorlogen lijken nu in Europa ver weg, maar laten we niet vergeten dat de laatste oorlog, op de Balkan, nog maar tien jaar achter ons ligt. Als we tegen die landen zeggen dat de deur dichtgaat, zal dat hen en ons beslist niet helpen, noch vrijwaren van nieuw geweld.

Maar het baat ook niet als we die landen toelaten zonder echte hervormingen te eisen. Brussel moet geen diplomatieke zoete broodjes bakken met de merendeels bij het oude gebleven politieke klasse in al die landen. De EU-criteria deugen – rechtsorde, democratische instellingen, een functionerende markteconomie – maar Brussel knijpt maar al te vaak een oogje dicht voor corruptie, machtsmisbruik en wanbeheer van publieke middelen. Daar moet, in het belang van zowel de EU als de kandidaat-landen, een eind aan komen.

Tegen toegetreden landen die nog steeds aarzelen met hervormingen, kan gedreigd worden dat de kraan van de EU-fondsen dichtgaat, zoals vorig jaar voor Bulgarije. Maar de echte oplossing zou zijn dat er een Europees Openbaar Ministerie komt en, waarom niet, EU-gerechtshoven. Inderdaad, dat betekent federalisme, maar als de nationale rechtbanken hun werk niet doen, moet er op EU-niveau voor wetshandhaving worden gezorgd. EU-wetten en -regelingen zijn er al, maar de handhaving is een probleem, want daarvoor zijn we aangewezen op nationale autoriteiten.

De uitbreiding van de EU is geen schrikbeeld. Wij hoeven alleen maar waar te maken wat we prediken: rechtsorde, democratie, markteconomie. Als die werkelijk worden gerealiseerd, komt het wel goed met de EU, en zeker met de Nederlanders.

Valentina Pop is journalist voor de Europese nieuwswebsite EUObserver.com en correspondent voor het Roemeense persbureau NewsIn in Brussel

‘Corruption’ van Iggy Pop