Zware tijden voor bloemen

De bloemenveilingen verwachten dat dit jaar 10 procent van hun omzet verdampt. Een ramp voor de sector. Een enkeling ziet nog hoop voor een betere toekomst.

„Mensen blijven trouwen en sterven”, zegt bloemenkweker Gerrit Ravensbergen, „dus bloemen blijven altijd nodig.” Het is een mantra in de land- en tuinbouw: hoe goed of slecht het ook gaat met de economie, er blijft altijd vraag bestaan naar producten uit deze sector en dus zal de schade wel meevallen.

Dit geloof wankelt dezer dagen. De eerste maanden van dit jaar krijgen de bloementelers wel heel harde klappen. De omzet in snijbloemen op de veilingen van FloraHolland (ontstaan uit een fusie van Aalsmeer en andere veilingen als Rijnsburg en Naaldwijk; het bedrijf verhandelt meer dan 90 procent van de Nederlandse bloemen en planten) is in volume met 4 procent gedaald in de eerste vier maanden van dit jaar en qua waarde zelfs met 16 procent. De handel vraagt veel minder bloemen tegen veel lagere prijzen. Voor heel 2009 verwacht FloraHolland een daling van de omzet van ruim 4 miljard euro met 10 procent, zo maakte het gisteren bekend. Dat betekent 400 miljoen euro minder inkomsten voor de telers.

„De consument houdt de hand op z’n portemonnee”, zegt Ravensbergen, leliekweker te Rijnsburg en voorzitter van de telerscoöperatie FloraHolland, eigenaar van de veilingen. De export naar een traditionele markt als Duitsland (exportwaarde bijna 1,5 miljard euro) daalde vorig jaar al met 2,5 procent. In vrijwel de hele eurozone bestond deze tendens.

Daar komt een tweede probleem bij: munten als het Britse pond, de Russische roebel en de Poolse zloty hebben tot een kwart van hun waarde tegenover de euro verloren. Voor consumenten in die landen zijn Hollandse bloemen dus een stuk duurder, terwijl men door de recessie al minder te besteden heeft. In 2008 daalde de export naar Groot-Brittannië (na Duitsland de tweede exportmarkt en vorig jaar goed voor 745 miljoen euro) daardoor al in waarde met 18 procent. In de eerste maanden van dit jaar volgde de klap in Rusland: ook een daling met 18 procent. Rusland was tot voor kort een veelbelovende groeimarkt voor Nederlandse telers, maar de winst van vorig jaar is in de eerste maanden van dit jaar volledig teniet gedaan.

Er tekent zich een rampscenario af voor de bloemenkwekers. „Als de huidige ontwikkeling dit jaar doorzet zal zeker 80 procent van de Nederlandse telers in 2009 met verlies draaien”, zegt Ravensbergen. De veiling verwacht dat daardoor ruim 300 Nederlandse kwekers (6 procent van het totaal) dit jaar met hun bedrijf zullen stoppen. In een normaal jaar zou dit, door voortgaande schaalvergroting, slechts de helft van dit aantal zijn.

Voor de telers zit er weinig anders op dan „pompen of verzuipen”, zegt Ravensbergen. Het verlagen van de productie totdat de prijs weer beter is gebeurt niet, want „de investeringen in kassen zijn te hoog om zo maar leeg te laten staan.” Er zit telers niets anders op dan continu te werken aan het beperken van de kosten.

Op de langere termijn heeft wel een andere ontwikkeling plaats: verhuizing van productie naar het buitenland. Veel Nederlandse telers hebben al kwekerijen in landen als Kenia of Ethiopië. „Ik ken wel een enkele teler die hier een kas leeg zet en de productie in Kenia verhoogt”, zegt Ravensbergen. Natuurlijk heeft die goedkope productie in het buitenland effect op de positie in Nederland: de dure euro maakt concurrentie met goedkope producten uit Afrika op markten als Rusland steeds moeilijker. Die concurrentie, ook op de veiling in Nederland zelf, is echter een gegeven: „We hebben gekozen om geen muren om ons land te zetten.”

Intussen hoopt Ravensbergen dat de Europese consument weer wat meer wil gaan besteden. Als de verkoop aantrekt tot het oude niveau zou de omzetdaling van de veilingen dit jaar beperkt kunnen blijven tot 140 miljoen euro, ofwel 3,5 à 4 procent. Een zeer optimistische schatting vergeleken met de toekomstverwachting van de veilingen waarvan hij voorzitter is.

    • Hans van der Lugt