Voor de flexibele advocaat is er eigenlijk altijd wel werk

Het aantal fusies neemt af en dat betekent minder werk voor grote advocatenkantoren.

Daardoor kiezen jonge, ambitieuze advocaten eerder voor kleine nichekantoren.

Voor de flexibele advocaat is er eigenlijk altijd wel werk De grote advocatenkantoren hebben het moeilijk. Kleinere kantoren richten zich met succes op cliënten die topadvocaten niet bedienen Illustratie Merlijn Draisma Draisma, Merlijn

Ze zijn afkomstig van de grote advocatenkantoren, ondernemend en gespecialiseerd in één rechtsgebied: advocaten van de zogenoemde nichekantoren. Met een of meer collega’s zijn ze de afgelopen jaren voor zichzelf begonnen.

Ze merken weinig van de recente problemen van hun voormalige werkgevers. Want waar de grote advocatenkantoren zuchten onder de afname van fusies en overnames als gevolg van de kredietcrisis is er in het intellectueel eigendomsrecht, familierecht of arbeidsrecht nog voldoende werk.

Zoals reorganisaties die voor de kantonrechter moeten worden uitgevochten. Of de alimentatie moet opnieuw worden berekend omdat een ex-echtgenoot werkloos wordt. Of goedkope merken die door de crisis ineens gretig aftrek vinden, maar net iets te veel lijken op dat ene dure merk moeten worden aangepakt. Ook kleine ondernemingsrechtkantoren weten het slechte economische tij naar hun hand te zetten. Want in het midden- en kleinbedrijf, waarop zij zich richten, vinden juist nu veel noodgedwongen overnames plaats.

Toch is hun specialisme volgens de kantoren niet de voornaamste reden dat zij het beter doen dan de grotere concurrenten. „Wij kunnen mee bewegen met de onzekere positie van cliënten”, zegt Arlette Putker van het arbeidsrechtkantoor L&A Advocaten in Lijnden. In een voormalige pastorie, ingeklemd tussen landbouwbedrijven en Schiphol, begon Putker ongeveer een jaar geleden samen met collega Liesbeth Franx voor zichzelf. „Grote kantoren zijn net mammoettankers, als ze eenmaal op koers liggen is verandering moeilijk”, zegt Franx. „Wij komen ook uit ivoren torens, maar zijn nu met opzet midden tussen de ondernemers gaan zitten.”

Met twee advocaten houdt L&A de vaste kosten laag. Als het erg druk is wordt een interim jurist ingehuurd. Wel zijn zij zich aan het oriënteren op uitbreiding. Door de opkomst van de nichekantoren kiezen ambitieuze jonge advocaten niet meer alleen voor de grote kantoren. „Een nichekantoor is aantrekkelijk door de combinatie van juridische handwerk, zoals procederen, en een specialisme op niveau”, zegt Putker. „Bovendien krijgen jonge advocaten ruimte om hun ondernemerschap te ontwikkelen.”

Volgens Maarten Haak van Hoogenraad en Haak advocaten, gespecialiseerd in reclamerecht en intellectueel eigendom, werkt een klein kantoor met een heel ander bedrijfsmodel. „Wij zijn meer bezig met inhoudelijk werk dan met het managen van grote teams van mensen”, legt hij uit. Dat was ook de reden van zijn overstap van Houthoff Buruma naar een eigen kantoor. „Het is nu mijn eigen winkel. Ik kan de tijd nemen voor cliënten, zonder te veel op declarabele uren te moeten letten.”

Die vrijheid neemt hij ook in de marketing van het kantoor. Hij blogt op een expertblog voor modeondernemers en heeft visitekaartjes met zijn foto erop. „Eigenlijk not done in de traditionele advocatuur.”

De nadruk op fusies en overnames in de topadvocatuur deed Sylvia Luyt vijf jaar geleden besluiten te vertrekken bij Boekel de Nerée en haar familierechtpraktijk voort te zetten met collega Robert Neijenhof onder de naam Neijenhof Luyt advocaten. „Echtscheidingen en erfrecht doen de grote kantoren niet meer. De praktijken die gericht waren op particulieren zijn afgestoten. Nu blijkt dat ze op het verkeerde paard hebben gewed”, aldus Luyt.

In haar kantoor aan de Amsterdamse Keizersgracht heeft ze nu weer het directe contact met haar cliënten dat ze juist in deze praktijk zo belangrijk vindt. „We nemen zelf de telefoon op, dus cliënten krijgen niet na eindeloos doorverbinden te horen dat je er niet bent.” De kosten worden beter in de hand gehouden en de lijst met wanbetalers is kort. Ook dat was wel eens anders bij haar voormalige werkgever.

Jeroen Bleeker van het ondernemingsrechtkantoor JanssenBroekhuysen benadrukt daarnaast het belang van een goed netwerk. „Als cliënten nu voor mij bellen, ben ik ook degene die de zaak gaat behandelen. Dat is anders bij grote kantoren, waar cliënten op een bekende naam van een partner afgaan, die de zaak weer doorschuift naar zijn medewerkers.” Inmiddels kan het kantoor ook grotere bedrijven tot de clientèle rekenen, vaak door mond-tot-mondreclame. „Maar”, zegt Bleeker, „we komen ook op een leeftijd waarop onze contacten in het bedrijfsleven op posities zitten waar het werk wordt verdeeld. Dat helpt.”

    • Nelleke Koops