Te weinig tenten voor mensen uit Swat-vallei

Het offensief van het Pakistaanse leger in de Swat-vallei heeft geleid tot een exodus. In de vluchtelingenkampen is de situatie „erbarmelijk”.

Volgens de VN hebben zich inmiddels ruim 500.000 vluchtelingen uit het gevechtsgebied in Pakistan laten registreren in kampen zoals hier gisteren in Mardan. (Foto AFP) A Pakistani internally displaced man (L), fleeing from military operations against Taliban militants in troubled Swat valley, takes tea at a makeshift camp in Mardan on May 12, 2009. Pakistani commandos dropped into a Taliban stronghold in Swat valley, stepping up a punishing offensive against militants that has now displaced more than half a million people. Tens of thousands of terrified civilians have been streaming out from three battle-torn northwest districts each day, with the UN refugee agency saying that 501,496 stranded people had registered with authorities since May 2. AFP PHOTO/ Aamir QURESHI AFP

Een week geleden hadden de vrijwilligers in het Jalala-ontheemdenkamp nog alle vertrouwen in hun hulpoperatie. Zo’n 1.100 mensen die de gevechten in en rond de Pakistaanse Swat-vallei ontvlucht waren, verbleven er in tweehonderd tenten, in strakke rijen opgezet in een weiland. Er was genoeg ruimte voor nieuwkomers, dachten de vrijwilligers. Ze hadden tenten op voorraad. Maar het liep anders: gisteren bood het kamp onderdak aan achtduizend ontheemden en noemden de vrijwilligers de omstandigheden er „erbarmelijk”.

Er is voldoende te eten in het Jalala-kamp, maar daarmee is het meeste wel gezegd. Twaalf dagen na de oprichting blijkt de hygiëne er een groot probleem. Rond de openluchtkeuken waar ketels met thee op houtvuren staan te koken, is een stinkende modderpoel ontstaan. Ook zijn er modderpoelen rond de latrines en rond de watertanks. In de tenten wemelt het van de vliegen. Onder de kinderen zijn diarree en schurft uitgebroken. De overheid heeft het kamp een arts toegewezen, maar die heeft te weinig medicijnen.

Na een mislukte vredesovereenkomst staat de regering van de Pakistaanse president Zardari onder zware druk van de bevolking en van het Westen om definitief af te rekenen met de Talibaan in de Swat-vallei en de aangrenzende districten Buner en Dir. Pakistan kreeg ernstige kritiek, met name van de Verenigde Staten toen de regering van de North-West Frontier Province in februari een akkoord sloot met de fundamentalistische sufi Mohammad. In ruil voor invoering van de shari’a (het islamitisch recht) in de regio, zou de sufi de Talibaan bewegen om af te zien van geweld.

Nu het offensief in de Swat-vallei heeft geleid tot een exodus van vluchtelingen, kan de regering de steun van de bevolking gemakkelijk verspelen als er niet goed voor de ontheemden wordt gezorgd of als er veel burgerdoden vallen. „De regering had voorzieningen moeten treffen voordat ze aan dit offensief begon”, zegt Noorbad Shah, van Al-Khidmat, een hulporganisatie die wordt gefinancierd door de fundamentalistische politieke partij Jemaat-e-Islami. „Nu zijn de gewone mensen het slachtoffer.”

Vanaf een door Unicef afgezette speelweide volgen kinderen de legerhelikopters die boven het Jalala-kamp cirkelen. De weide is bedoeld als veilige plek voor kinderen om het oorlogsgeweld te vergeten. „Het leger heeft uit een helikopter een raket op ons huis afgeschoten”, vertelt de 12-jarige Ikram Ullah uit Swat. „Ik was toen buiten aan het spelen, maar mijn zus werd geraakt aan haar arm en been. Toen was ik erg bang voor de helikopters, maar nu niet meer. Hier zijn alleen de kleine kinderen bang voor de helikopters.”

Vervolg Pakistan: pagina 4

Vluchtelingenkampen zijn nu helemaal vol

„Ik ben ook niet bang voor de Talibaan”, gaat Ikram Ullah verder. „We speelden altijd cricket met ze, als vrienden. Dan legden ze hun geweren aan de kant.” Ook Mahib Ullah (15) uit Dir speelde cricket met de Talibaan. „'s Avonds tussen zes en zeven uur kwamen de jonge strijders naar het dorp.” Hij schat dat ze tussen de zestien en 24 jaar waren. „Ze waren beter dan ik. Na afloop vertrokken ze weer naar de bergen. Maar dat is al een jaar geleden. De laatste tijd kwamen ze niet meer spelen.”

Sinds het leger de aanval op de Talibaan inzette hebben 360.000 ontheemden zich laten registreren, maakte de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR maandag bekend. „Dat is slechts een deel van het totale aantal dat daarvoor al op de been was”, zegt een woordvoerder per telefoon uit Islamabad.

Door gevechten tussen leger en Talibaan waren het afgelopen jaar al ruim een half miljoen inwoners van Swat en de tribale grensregio met Afghanistan verdreven. De meesten verblijven bij familie, zo’n 20 procent is afhankelijk van kampen. „De humanitaire nood is groot”, aldus de woordvoerder.

Toch prijst Jahan Zabi (35) zich gelukkig. Met haar man en zes kinderen nam ze twaalf dagen geleden als een van de eerste families haar intrek in het kamp. „Aan deze kant van de weg is het goed”, zegt ze lachend, terwijl ze een huilende baby op haar arm wiegt. „Aan de overkant, in het nieuwe deel, daar zijn geen bomen, daar is geen schaduw.”

De kampbewoners bereiden zich voor op een lang verblijf. De jonge kinderen krijgen elke dag twee uur koranonderwijs. Zabi’s tent en het gras er omheen lijken al wat op een huishouden. Er hangt wasgoed aan de tentlijnen, onder een boom grazen twee kalfjes en een geit. Kuikens scharrelen tussen hun poten door. De rest van het vee heeft ze voor haar vertrek uit Buner losgelaten om zichzelf te gaan redden in de bergen.

„De operatie zal doorgaan tot de laatste Talib”, zei minister van Binnenlandse Zaken Rehman Malik gisteren in Islamabad. Het leger had in de laatste vier dagen 700 Talibaan gedood, zei de ministers ook.

De omgeploegde akker aan de overkant van de weg is drie dagen geleden bij het kamp getrokken. De tenten staan er bijna tegen elkaar aan gepropt.

De greppels langs de akker lopen vol met stinkend vuilnis. Nieuwe bewoners liggen lusteloos op het grondzeil van hun vaak nog lege tenten. Vieze kinderen verkennen het kamp. Maar ook deze mensen kunnen zich gelukkig prijzen dat ze hier terecht konden. Het Jalala-kamp is vol, ontheemden die nu nog aankomen worden weggestuurd.