Tarieven bij tandarts nog niet loslaten

Er wordt aangestuurd op marktwerking voor de tandheelkundige zorg. Maar daarvoor is de tijd nog lang niet rijp, menen Michiel Eijkman en Jan den Dekker.

(Illustratie Cyprian Koscielniak) Koscielniak, Cyprian

Minister Klink (CDA, VWS) staat positief tegenover een experiment dat tandartsen eigen tarieven mogen vaststellen, mits de prestaties en de kwaliteit die zij leveren inzichtelijker worden (NRC Handelsblad, 9 mei). Het voorstel is afkomstig van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Het experiment past in het beleid om marktwerking in de zorg te stimuleren.

De beide beroepsorganisaties van tandartsen, NMT en ANT, zijn voorstander van het experiment. Wel pleit de NMT, gezien het feit dat de stap van volledig vrije prijzen voor zowel patiënt als tandarts te groot is, voor referentietarieven om de marktwerking beter te kunnen begeleiden.

Het advies van de NZa gaat aanzienlijk verder dan de voorstellen uit 2007. Toen stelde men dat er nog forse tekortkomingen in de markt van de tandheelkundige zorg aanwezig waren.

En inderdaad, vrije markt in de tandheelkundige zorg is voorlopig nog een verkeerd idee. De patiënt heeft er zeker geen voordeel bij.

De belangrijkste reden daarvoor is dat er nog steeds een groot tekort aan tandartsen is. In zo’n situatie kan er van goede marktwerking geen sprake zijn. De NZa stelt voor om de instroom van de tandartsenstudie te verruimen (er geldt nu een numerus fixus) Dat zou op den duur misschien de krapte oplossen, maar niet nu. Meer hulp door bijvoorbeeld mondhygiënisten verhelpt dit probleem niet.

Een tweede beletsel voor marktwerking is de beoordeling van kwaliteit. Hoe weet een patiënt of de tandarts waar voor zijn geld heeft geleverd? Het voorstel van de NZa is te vaag over de te stellen kwaliteitseisen. Er moeten „betekenisvolle stappen” worden gezet. In het verleden zijn door tandartsen wel kwaliteitsinstrumenten ontwikkeld, maar die zijn thans op basis van vrijwilligheid. De NZa meent dat indicatoren van de uitkomst van zorg (de behandeling) het meest belangrijk zijn. Maar zo’n instrument is er nog niet. Zouden praktiserende tandartsen in staat zijn om in een jaar een radicale omslag te maken door nieuwe kwaliteitsindices in te voeren in hun praktijken?

De NZa kent de verzekeraars een belangrijke rol toe bij het inkopen van kwalitatief goede zorg voor een redelijke prijs. Maar het overgrote deel van de mondzorg wordt verleend buiten de Zorgverzekeringswet, het wordt grotendeels gedekt door aanvullende verzekeringen. Daarnaast wordt veel mondzorg door de patiënt rechtstreeks uit eigen zak betaald.

Verder is het twijfelachtig of zorgverzekeraars in de gelegenheid worden gesteld om slim te contracteren. Tandartsen zijn tot op heden niet bereid gebleken om overeenkomsten te sluiten met verzekeraars, anders dan over de procedure van declareren.

De NZa rekent op het kritische vermogen van de individuele patiënt. Dit lijkt weinig realistisch. Thans geldt een ondoordringbaar systeem van gedetailleerde verrichtingen, die voor de patiënt nauwelijks begrepen kunnen worden. Zal het lukken op korte termijn tot prestatiebeschrijvingen te komen die wel begrijpelijk zijn?

De mondzorg in de Zorgverzekeringswet en AWBZ is beperkt tot groepen mensen van wie niet verwacht kan worden dat zij op eigen kracht zelfstandig verantwoorde keuzen kunnen maken: kinderen, gehandicapten en geïnstitutionaliseerden. Zeker bij deze mensen is het toch niet mogelijk om te bouwen op kritische zorginkoop door het individu?

Marktwerking kan niet zonder voldoende toezicht. Daarmee is het niet best gesteld. Sinds de stelselwijziging van 1995 is de rol van de adviserende tandartsen (die vroeger in de ziekenfondsen een belangrijke controlerende taak hadden) vrijwel uitgespeeld. De vroegere Commissie Tandheelkundige Statistiek die zich bezighield met het registreren van tandheelkundige behandelingen, is opgeheven. Er worden nu onvoldoende gebitsgegevens verzameld om op basis daarvan beleid te maken. En ten slotte heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg met één parttime tandheelkundig inspecteur weinig mogelijkheden om haar taak uit te voeren.

Prof.dr. M.A.J. Eijkman is emeritus-hoogleraar sociale tandheelkunde. Dr. J. den Dekker is verbonden aan sociale tandheelkunde en voorlichtingskunde bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA)

    • Michiel Eijkman
    • Jan den Dekker