Spelen van 2028: het duurt nog even, maar het plan is er

Het Olympisch Plan 2028 is gisteravond gepresenteerd.

De Spelen organiseren betekent miljarden euro’s investeren. Veel geld, maar er staan veel baten tegenover.

Nog voor er sprake is van kandidaatstelling, kost het enkele miljarden om de Olympische Spelen naar Nederland te halen. Dat blijkt uit het Olympisch Plan 2028, dat gisteravond door sportkoepel NOC*NSF is gepresenteerd.

De voorbereidingskosten in aanloop naar een kandidatuur worden in het ongunstigste geval op bijna 4,7 miljard euro geraamd. In die berekening is uitgegaan van ruim 1,1 miljard euro aan private investeringen. In dat geval resteert iets meer dan 3,5 miljard euro aan publieke middelen. Mocht uiteindelijk worden gepoogd de Spelen van 2028 naar Nederland te halen dan zullen de investeringen nog verder in de miljarden lopen.

Veel geld, waar ook veel baten tegenover staan, vermeldt het plan. Aan de inkomstenkant ontbreken echter de rekensommen, omdat de meeste baten nog niet in geld zijn uit te drukken. Maar de plannenmakers garanderen een positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving. Ze gaan uit van gunstige financiële effecten bijvoorbeeld door stijging van de levensverwachting en daling van het ziekteverzuim. Maar ook door gereduceerde brandstofkosten als de Olympische Spelen duurzaam worden opgezet. Verder wordt voorspeld dat Spelen een positief effect op de bevolkingsgezondheid hebben en daarmee de zorgkosten zullen afnemen.

De basisgedachte van het Olympisch Plan 2028 is om Nederland aan de hand van zes thema’s op ‘olympisch niveau’ te brengen. In 2016 moet in zowel sportief, sociaal-maatschappelijk als economisch opzicht een omgeving zijn gecreëerd waar de Olympische Spelen kunnen worden georganiseerd. Over negen jaar moet dan worden besloten over de kandidatuur van een Nederlandse stad.

Het Olympisch Plan 2028 wordt geleid door NOC*NSF, maar is grotendeels samengesteld door externe deskundigen. Er zijn bijdragen geleverd door de verschillende ministeries, maar vooral door onderzoeksbureaus en kenniscentra. Er is bijvoorbeeld studie gemaakt van de demografische ontwikkelingen in Nederland, maar er wordt ook inzicht gegeven in de toekomst van de sport, de media en het bedrijfsleven. En door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) zijn al uitgebreide planologische verkenningen gedaan.

Die cocktail heeft geleid tot een plan van aanpak waarmee Nederland de komende negen jaar een basis moet leggen voor de Olympische Spelen. De topsport moet bijvoorbeeld verder worden geprofessionaliseerd en de breedtesport moet worden gestimuleerd. Maar er worden ook nieuwe sportaccommodaties vereist, terwijl er van de sportbonden een extra inspanning wordt verwacht voor het binnenhalen van EK’s en WK’s. NOC*NSF op zijn beurt gaat talentvolle sportbestuurders opleiden, zodat Nederland bij een eventuele kandidatuur over genoeg lobbykracht beschikt.

Om de voorbereidingen ter hand te kunnen nemen moet een aantal stappen genomen worden. Zoals het sluiten van een alliantie waarin verschillende partijen zich committeren aan de Spelen. NOC*NSF denkt aan een samenwerkingsverband met de overheid, werknemers- en werkgeversorganisaties, maar ook met onderwijsinstellingen, onderzoekinstellingen of milieugroeperingen.

In het plan is een organisatiemodel voor de periode tot 2016 voorgesteld. Gedacht wordt aan de instelling van een Council Olympisch Plan 2028, het bestuur waarin de sport, de overheid en de alliantiepartijen vertegenwoordigd moeten zijn. De Council wordt dan ondersteund door een Program Office, waarin een tiental vaste krachten de plannen uitvoeren. Beide zouden geadviseerd moeten worden de Club van 2028, waarvan de leden tevens als ambassadeurs van de het Olympisch Plan 2028 optreden.

In het plan is ook een aantal basisvoorwaarden van het IOC opgenomen waaraan een olympische stad moet voldoen. Die liegen er niet om. Er moet een atletendorp komen voor 16.000 personen en zo’n 5.000 hotelkamers – van minimaal drie sterren – voor officials beschikbaar zijn. Verder worden hoge eisen gesteld aan de toeschouwerscapaciteiten van de accommodaties; een olympisch stadion voor de openings- en sluitingsceremonie moet minimaal 60.000 plaatsen hebben. En buiten de wedstrijden moeten er voldoende trainingslocaties beschikbaar zijn.

Over de kosten van Olympische Spelen maken de plannenmaker zich weinig zorgen. De laatste decennia hebben uitgewezen dat de Spelen via tv-gelden, sponsors en toeschouwers winstgevend gemaakt kunnen worden. Een ander verhaal zijn de infrastructurele en veiligheidskosten. Daarvoor zullen naar verwachting de overheid en het bedrijfsleven opdraaien.

Tijdens de algemene voorjaarsvergadering van NOC*NSF gaven de sportbonden gisteravond goedkeuring aan voortzetting van het plan. Bovendien werd besloten maximaal 600.000 euro van de Lottogelden beschikbaar te stellen. En als de ministerraad komende zomer positief beslist komen de resterende gelden vrij en kan worden gewerkt aan het grote doel: de Olympische Spelen honderd jaar na ‘Amsterdam’ te laten terugkeren in Nederland.