Slippers voeden 700 Afrikanen

Student Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek Arnoud Rozendaal uit Delft heeft met een medestudent in 12 maanden een slipperfabriek opgezet in een sloppenwijk in Durban, Zuid-Afrika. De slippers van gerecyclede autobanden worden hier vanaf morgen verkocht onder de naam ‘Plakkies’, Zuid-Afrikaans voor slippers.

U bent zojuist fabrieksdirecteur geworden?

Arnoud Rozendaal: „Juridisch wel ja. Ik heb net met staatssecretaris Heemskerk de fabriek geopend. Het was een swingende opening.”

Is het een soort sweatshop?

„Nee, zeker niet. Het is echt een fabriek, op een terrein dat uitkijkt op de sloppenwijk. Het is een mooie grote ruimte met veel licht.”

Wat voor mensen werken er?

„Er werken 70 mensen uit de sloppenwijken die nog nooit eerder gewerkt hebben. Hun salaris is marktconform, zo’n 75 euro per maand. Daar kunnen ze tien familieleden van onderhouden. Daarnaast krijgen ze een interne opleiding en goede secundaire arbeidsvoorwaarden.”

Waarom bent u hier mee begonnen?

„We wilden op een andere manier ontwikkelingshulp geven. Geen geld sturen, maar werkgelegenheid creëren. Die verspreidt zich trouwens als een inktvlek. Zo heeft het bedrijfje dat het leer voor ons bedrukt, vijftien mensen in dienst.”

Heeft u dit met uw eigen spaarcenten gefinancierd?

„Nee, dat is het mooie. Het startkapitaal heeft een aantal bedrijven bij elkaar gelegd. De eerste tienduizend slippers zijn gratis naar Nederland vervoerd. En de winst die we maken gaat naar kinderrechtenorganisatie KidsRights. Daarom waren veel bedrijven bereid om mee te werken.”

Robert Buzink