S. 'kon niet anders' en voldeed aan doodswens

Op verzoek van haar kinderen regelde Gerard S. de zelfdoding van de zieke Co de Jong (80). Tegen S. werd vanochtend celstraf geëist. „Naar mijn smaak is dit geen misdrijf.”

Het was een gezamenlijk ritueel. Voorzitter en hulpverlener Gerard S. (72) van de Stichting Vrijwillig Leven, die vandaag in Almelo terechtstaat voor hulp bij zelfdoding van de 80-jarige Co de Jong, had vier flesjes bij zich toen hij 24 november 2007 uit de trein stapte in Almelo. In drie daarvan zat het dodelijke pentobarbital, een middel dat wordt gebruikt bij euthanasie.

Kor de Jong, zoon van Co, haalde S. die dag op van het station en bracht hem naar zijn woning. Daar hebben de drie kinderen van De Jong en S. de flesjes leeggegoten in een plastic beker, als teken van gezamenlijke verantwoordelijkheid en verbondenheid bij de zelfdoding. Ze gaven er mee aan achter het besluit te staan, aldus een van de kinderen.

De beker werd voorzien van een deksel en meegenomen naar het verpleeghuis Eugeria in Almelo, waar Co de Jong sinds vier jaar woonde. Ze was parkinsonpatiënte. Ze was volledig afhankelijk van anderen. Ze had al langere tijd een sterke doodswens.

De beker is bij haar neergezet, er is afscheid genomen, er is een rietje ingedaan, en daarna heeft Co de Jong het opgedronken. „Met graagte. Ze was blij’’, aldus S., die er samen met Kor de Jong bij was.

Vandaag stond Gerard S. voor de rechtbank in Almelo terecht voor hulp bij zelfdoding, gisteren de Stichting Vrijwillig Leven (SVL) waarvan hij voorzitter is. Het is de eerste keer dat een organisatie zich voor de rechter moet verantwoorden voor hulp bij zelfdoding. Officier van justitie Marc Lousberg eiste een geldboete van 25.000 euro waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar voor de handelwijze van de stichting. Hij vindt voor S. zelf een gevangenisstraf van een jaar gerechtvaardigd waarvan zes maanden voorwaardelijk voor hulp bij zelfdoding. De officier wil dat de man gedurende de periode van twee jaar geen deel meer uitmaakt van het bestuur van de Stichting Vrijwillig Leven of een soortgelijke organisatie. „Het lijkt erop dat S. de stichting gebruikt als dekmantel om het leven van anderen te beëindigen op een manier die hem goeddunkt”, aldus de officier die een ernstig recidivegevaar ziet.

S. vertrok vrijwel direct na het overlijden. De beker nam hij mee en gooide hij in een prullenbak bij het station. S. zegt dat het nog nooit eerder is voorgekomen dat hij dit soort middelen heeft verstrekt. „In deze situatie kon ik niet anders. Ik kon deze mensen niet in de steek laten. Naar mijn smaak is dit geen misdrijf, maar dat de wet is overtreden, dat is helder’’, verklaarde hij vanmorgen.

Een arts heeft het middel aan S. gegeven, terwijl hij de patiënte niet persoonlijk kende. Er was ook geen dokter bij het overlijden aanwezig, hoewel dat (ook) volgens het stappenplan van de SVL wel moet. „De aanwezigheid van een arts heeft geen toegevoegde waarde’’, gaf S. aan.

Kort na haar dood zijn de familieleden gearresteerd. De kinderen, een zoon en twee dochter, hebben een of twee nachten in een politiecel gezeten. De kinderen voelen zich achteraf misleid door de stichting. Ze zouden hooguit worden gehoord, was hun gezegd. Ze zijn boos op zichzelf, op de stichting en op Eugeria, dat niet wilde meewerken aan een verzoek tot euthanasie. Er zou geen sprake zijn uitzichtloos en ondraaglijk lijden, een van de voorwaarden om te kunnen overgaan tot euthanasie. Vandaar dat de kinderen via internet hulp zocht bij de SVL.

De kinderen worden niet strafrechtelijk vervolgd, omdat zij hebben verklaard te hebben „gesteund op de deskundigheid’’ van S., vindt het Openbaar Ministerie.

De rechtszaak wordt met grote belangstelling gevolgd door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) en Stichting de Einder. In de zittingszaal zat Ton Vink van De Einder. Hij stond zelf ooit in de beklaagdenbank voor hulp bij zelfdoding. Hij werd vrijgesproken. „Wat S. heeft gedaan, is onverstandig. Hij had zich net zo goed meteen met een stapeltje pyjama’s aan de gevangenispoort kunnen melden. Middelen leveren, en sturend aanwezig zijn, dat mag niet’’, zegt hij.

Uitspraak volgt op 29 mei.

Interview met de nabestaanden van Co de Jong op nrc.nl/binnenland