Prix-jury prefereert engagement boven kwaliteit

De Prix de Rome moest voor zijn expositie van de finalisten in Amsterdam uitwijken naar een voormalige fabriekshal. Dat pakt niet goed uit voor de geëxposeerde werken.

Werk van Rob Hornstra, een van de tien finalisten van de Prix de Rome 2009, in Witte de With, Rotterdam.

Beeldende kunst Prix de Rome 2009. In Zuiveringshal Oost, Westergasfabriek, Amsterdam en Witte de With, Rotterdam. Tot 14 juni. Di – zo 11-18 uur. www. deappel.nl, en www.wdw.nl.

Twee kunstcentra, Witte de With in Rotterdam en De Appel in Amsterdam, zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de tentoonstelling van de tien finalisten van de prestigieuze Prix de Rome. De ‘Prix’ , georganiseerd door de Rijksakademie, is bestemd voor in Nederland gevestigde kunstenaars van onder de 35 jaar. Een internationale jury selecteert tien finalisten, waaronder vier prijswinnaars, die drie maanden de beschikking krijgen over een atelier in de Rijksakademie om nieuw werk te maken. De hoofdprijs, 45.000 euro, wordt op basis van dit nieuwe werk toegekend. Dat gebeurt dit jaar op 28 mei.

Omdat de Appel sinds het begin van dit jaar dakloos is, werd in Amsterdam een plek gevonden bij de Westergasfabriek. De Zuiveringshal Oost, waar ooit gas gezuiverd werd van zwavel, is een prachtig industrieel monument, maar als tentoonstellingslocatie onvergelijkbaar met Witte de With. De curatoren hebben geen grip gekregen op de ruimte. Twee ad hoc getimmerde videocabines, twee ruimtelijke installaties en een houten sculptuur zijn zonder onderling verband neergezet.

Dit werkt vooral voor Marc Oosting slecht uit. Het is nu volstrekt onduidelijk dat de wanden die hij heeft neergezet in feite een sculptuur vormen die onderdeel is van zijn installatie. Aan deze wanden presenteert hij schilderijen, en in zelfgemaakte vitrines objecten en werken op papier. Een terugkerend element zijn Romeinse cijfers, of letters, die samen zijn geboortejaar 1976 vormen. De tekens, ook uitgesneden in de wanden, zijn dubbelzinnig en raadselachtig, omdat ze de suggestie van leesbaarheid wekken en tegelijkertijd zelfstandig beeld zijn.

Ólafur Ólafsson en Libia Castro dingen met een soort video-operette van 15 minuten, getiteld Lobbyists, naar de eerste prijs. Het scenario is gebaseerd op een artikel van een Britse journalist. Deze tekst liet het kunstenaarsduo door een IJslandse reggaegroep op muziek zetten. Het resultaat is een videowerk waarvan de inhoud voorspelbaar is, en waar de muziek en het ritme het verhaal boven een conventionele reportage moeten uittillen. Hetzelfde deden Ólafsson en Castro met een eerder werk, over Oekraïense verpleegsters in Italië. Het is een doorzichtig trucje dat snel verveelt.

De Iraanse Sara Rajaei, ook prijswinnaar, maakte een ambitieuze, zij het korte videofilm met een professionele crew en acteurs, getiteld Forever for a while. Het is een nostalgische film over een eenzame vrouw in drie verschillende fasen van haar leven.

In Witte de With toont iedere exposant zijn werk in een duidelijk afgebakende ruimte. Nicoline van Harskamp, prijswinnaar, maakte de video-installatie The Power of Listening. Het is op te vatten als een commentaar op onze debatcultuur. Helmut Smits exposeert foto’s die bedoeld zijn als een humoristische vorm van maatschappijkritiek, zoals Parking for white cars only, een foto van witte auto’s, bewaakt een zwarte man. Jasmijn Visser maakt gedetailleerde tekeningen van kleine, herhaalde motieven als raketten, bommenwerpers en tanks.

Het interessantst is de installatie van prijswinnaar Rosella Biscotti. Zij plaatste twee grote schermen van rookglas dwars in de half verduisterde ruimte. Op een bandrecorder draait een tape, die via koptelefoons te horen is. Een slaperige man wordt ondervraagd door een vrouwen: „Wat zie je nu Dik?” „Op zolder, in het bed, daar zijn granaatscherven in de matras… Er lopen mensen rond in gevangeniskleren.” De tekst is samengesteld uit opnamen van psychoanalytische sessies. De patiënt was gedrogeerd met het ‘waarheidsserum’ Pentothal. De slaperige stem door de koptelefoon en het schemerlicht in Witte de With brengen in een meditatieve staat, zodat het agressieve en manipulatieve van de ondervragingstechniek bijna onopgemerkt blijft.

De vier prijswinnaars maken allemaal video- en geluidskunst met een sterk, alleen bij Rajaei iets minder, engagement. Dit zegt veel over de voorkeur van de jury. Op zichzelf is er niets tegen een duidelijke voorkeur, als dat tenminste ook betekent dat er kunst van goed niveau gekozen wordt. En dat is hier niet het geval. Het is ondenkbaar dat er onder jonge kunstenaars in Nederland niet meer kwaliteit voorhanden is dan bij deze Prix wordt getoond. De tentoonstellingen in Amsterdam en Rotterdam staan in schril contrast tot de grote pretenties van deze prijs.