Ook Ferrari dreigt uit F1 te vertrekken

Ook Ferrari dreigt na dit seizoen uit de Formule 1 te stappen als de voorgenomen regelgeving voor 2010 over een budgetplafond van 45 miljoen euro per team blijft bestaan. Dat heeft het bestuur van de Italiaanse renstal gisteren na spoedberaad laten weten. Daarmee is het aantal teams dat zich verzet tegen de maatregel op vier (van de tien) gekomen: Toyota, Red Bull en Toro Rosso maakten eerder deze week bekend dat ze overwegen zich terug te trekken uit de hoogste klasse van de autosport als de Internationale Automobielfederatie (FIA) vasthoudt aan de plannen.

De raad van bestuur van Ferrari kwam op het hoofdkwartier in Maranello, bij Modena, bijeen om over de toekomst in de Formule 1 te praten. De ‘scuderia’ is het enige team dat al vanaf het eerste seizoen meedoet aan de Formule 1: in de tweede race van 1950 debuteerde Ferrari, in de Grote Prijs van Monaco, met onder meer een tweede plaats voor de Italiaan Alberto Ascari.

Ferrari kent nu een bijzonder slechte start van het raceseizoen. Oud-wereldkampioen Kimi Raikkonen en Felipe Massa, die vorig jaar op het nippertje de wereldtitel miste, zijn in de eerste vijf races niet in de buurt van de podiumplaatsen gefinisht. De Fin en de Braziliaan hebben slechts drie WK-punten bij elkaar gereden.

De FIA wil voor 29 mei van de teams weten of ze ook komend seizoen nog in de Formule 1 actief zullen zijn en wat ze vinden van het voorgestelde budgetplafond. Teams die tekenen voor het budget van 45 miljoen euro – aanzienlijk minder dan wat er nu wordt uitgegeven – krijgen meer technische vrijheden dan teams die meer willen uitgeven dan de limiet.

Max Mosley, de Britse voorzitter van de FIA, toonde zich niet onder de indruk van Ferrari’s dreigement. „Het zou heel, heel erg zijn Ferrari te verliezen”, zei hij. „Het is de nationale ploeg van Italië, maar de sport kan zonder Ferrari ook overleven.” Bernie Ecclestone, de Britse eigenaar van de commerciële rechten van de F1, denkt daar anders over: „Formule 1 is Ferrari en Ferrari is Formule 1.”