Laag cijfer examens vwo door slechte les

In het Onderwijsverslag van de Inspectie is een hoofdstuk gewijd aan de eindexamens in het voortgezet onderwijs (NRC Handelsblad, 12 mei). De Onderwijsinspectie wijst erop dat het verschil tussen het schoolexamen en het centraal examen te groot is. Bij 40 procent van de vwo-scholen is dat verschil groter dan de Inspectie verantwoord vindt.

Schoolexamens worden in de loop van het jaar door de scholen zelf afgenomen. Het eindexamencijfer van een schoolvak wordt bepaald door het resultaat van het schoolexamen en dat van het centraal examen te middelen.

De Inspectie wekt de indruk dat bij scholen met grote verschillen tussen beide cijfers vooral het schoolexamencijfer te hoog zou zijn. Dat is niet juist. In de meeste gevallen zijn de schoolexamencijfers op deze scholen niet veel hoger dan op scholen met kleine verschillen. Maar scholen met grote verschillen hebben juist te lage cijfers voor het centraal examen. Een feit dat veel onrustbarender is.

Maar het Onderwijsverslag richt zich bijna uitsluitend op het schoolexamen. De Inspectie wijst erop dat scholen met grote verschillen tussen schoolexamen en centraal schriftelijk vaak scholen zijn die op meerdere punten niet goed functioneren. Daardoor suggereert ze dat de grote verschillen veroorzaakt worden door gesjoemel bij het schoolexamen.

Dat de Inspectie zich niet uitlaat over het centraal examen, kan een bureaucratische oorzaak hebben. De Inspectie gaat over de schoolexamens en de Centrale Examencommissie – die onder OCW zelf valt – gaat over het centraal examen. Maar deze bureaucratische barrière staat wel een goed begrip van de examenproblemen in de weg: het gaat niet om gesjoemel bij het schoolexamen, maar om een daling in de cijfers bij het centraal examen. De Centrale Examencommissie heeft dat al in 2006 gezegd, maar zo zachtjes dat bijna niemand het opmerkte.

De verschillen tussen schoolexamen en centraal examen in het vwo zijn tussen 2005 en 2008 toegenomen van 0,39 naar 0,45 punt. Bij havo en vmbo zijn de verschillen kleiner. In het Onderwijsrapport worden de verschillen van de drie schooltypes tegelijk besproken. Daardoor mist de Inspectie een verklaring voor de problemen bij het vwo: de invoering van het studiehuis, achteruitgang van het onderwijsaanbod, afname van het aantal werkelijke lesuren (aangevuld met ophokuren) en het tekort aan gekwalificeerde leraren.

Omdat de Inspectie dit probleem niet verder analyseert, ziet zij niet dat de daling van het cijfer van het centraal examen in hoofdzaak plaatsvindt bij vwo-scholen met veel allochtone leerlingen. Juist deze leerlingen, die goed kunnen leren, maar weinig steun van thuis meekrijgen, worden het hardst getroffen door de afname van onderwijstijd. Dat is de voor de hand liggende verklaring voor het feit dat cijfers op het centraal examen het hardst dalen op scholen met veel allochtone leerlingen.

De Onderwijsinspectie had moeten ingaan op de daling van de cijfers bij het centraal examen, met name in het vwo. Een onafhankelijke onderwijsinspectie zou zich niet moeten laten tegenhouden door bureaucratische barrières. De Onderwijsinspectie is er om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken – voor het Nederlandse volk, niet ten gerieve van het ministerie van OCW.

Jaap Dronkers is hoogleraar sociale stratificatie en ongelijkheid bij het Europees Universitair Instituut bij Florence.