Koersen kunnen verder dalen

De aandelenmarkt heeft de bodem misschien nog niet bereikt. Na het scherpe koersherstel van de afgelopen twee maanden kan dat gek klinken, maar de geschiedenis wijst wel in die richting.

De gemiddelde koersdaling met 57 procent op de Standard and Poor’s 500 Index naar het dieptepunt van maart was verbijsterend: zij was groter dan de val van 48 procent in 1973/1974 of die van 49 procent in 2000/2002. Deze neergang verliep ook sneller: zij was in 17 maanden voltooid, tegen 21 en 31 maanden in de voorgaande twee perioden van instortende koersen.

Toch hebben de grote economieën van de wereld drie nog ergere bear markets gekend. Tussen 1929 en 1932 kelderden de Amerikaanse beurskoersen met 89 procent. De Britse aandelen leverden tussen 1972 en 1975 binnen 32 maanden 72 procent van hun waarde in. En de Japanse beurs is tussen 1989 en 1990 in negen maanden tijd met 48 procent gedaald, en na 30 maanden met 64 procent. De koersen staan nu 76 procent lager dan op het hoogtepunt van december 1989.

De koersval tijdens de Grote Depressie zou wel eens het meest relevant kunnen zijn voor de huidige situatie. Die kwam na een soortgelijke lange periode van optimisme, bracht een vergelijkbare mate van financiële systeemstress teweeg en verliep net zo snel. Er deden zich op de weg omlaag bovendien ook een paar koersoplevingen voor.

De schaal van de economische problemen duidt eveneens op grimmiger precedenten. In de Verenigde Staten waren de onderliggende problemen in de jaren zeventig en tijdens de bloei van de mondiale technologiesector in feite betrekkelijk mild: de oliecrisis, inflatie en vervolgens een enigszins in toom gehouden technologiezeepbel.

Deze keer omvatten de moeilijkheden een enorme onevenwichtigheid in de wereldhandel en de nationalisatie van een groot deel van het Amerikaanse bankstelsel. Dat doet denken aan de Depressie uit de jaren dertig en de Britse crisis van de jaren zeventig. De huidige enorme begrotingstekorten van de Verenigde Staten en Engeland en de grootschalige monetaire expansie hebben zich in vredestijd nog niet eerder voorgedaan. De omvang van de aan de crisis voorafgaande financiële excessen herinnert aan de zeepbellen op de Japanse vastgoed- en aandelenmarkten van eind jaren tachtig.

Het lijkt er in ieder geval niet op dat de wereld afstevent op een crisis met de proporties van die van de jaren dertig. Het protectionisme in de wereld is niet toegenomen, en in het Westen is er nog steeds geen sprake van prijsdeflatie. De bodem van de koersdalingen ligt dus waarschijnlijk boven de 170 punten op de S&P 500, het equivalent van het dieptepunt uit 1932.

Maar als de geschiedenis ons iets kan leren, zou die les niettemin ontnuchterend moeten zijn. Een koersdaling van 70 procent is mogelijk. Dat zou de S&P 500 van het huidige niveau van 909 punten doen duikelen naar 470 punten.

    • Martin Hutchinson