Klink hield iets te resoluut voet bij stuk

De Tabakswet was er al toen hij aantrad als minister. Maar toch wordt het Klink aangerekend dat het rookverbod in kleine cafés lijkt te wankelen. „Wij hebben hem gewaarschuwd.”

Dat de rechter de Tabakswet vindt rammelen en kleine caféhouders in het gelijk stelde, moet Klink (Volksgezondheid, CDA) gisteren rauw op zijn dak zijn gevallen. Het verstoorde zijn reis in Singapore, waar hij innovatieve ziekenhuizen bezocht. Hij wordt nu gedwongen om direct na terugkomst een spoeddebat met de Tweede Kamer voor te bereiden, het derde al sinds de invoering van het rookverbod in de zomer van vorig jaar.

De grootste tegenstanders van het rookverbod in de Kamer juichten gisteren. Kamerlid Agema (PVV) ziet in de uitspraak het begin van de totale afschaffing van het rookverbod, een maatregel die zij van meet af aan overbodig vond. Klink haalt nu „bakzeil” omdat hij volgens haar veel te gretig en te snel zijn besluit wilde doorvoeren. „Dit is een flinke afgang voor Klink.”

Haar VVD-collega Zijlstra meent ook van de rechter gelijk te hebben gekregen. „De minister had dit kunnen voorzien. Wij hebben hem gewaarschuwd.” De VVD diende drie moties in om de horeca zonder personeel en andere kleine kroegen uit te zonderen van het rookverbod omdat die geen rookvrije rookruimtes zouden kunnen inrichten.

Klink noch de rest van de Kamer wilde dat, omdat het tot oneerlijke concurrentie zou leiden voor de grotere etablissementen. Nu het gerechtshof in Den Bosch gisteren de uitbaters van het Bredase café Victoria in hoger beroep heeft vrijgesproken van overtreding van het rookverbod, komt een wettelijke uitzonderingspositie voor de kleine horeca toch weer in beeld. En daarmee ook het opheffen van het gelijke speelveld tussen concurrerende horecabazen.

Waar zijn nu de fouten gemaakt? In hoeverre is deze ongelukkige gang van zaken minister Klink te verwijten? Klink gaat niet vrijuit, maar hij heeft ook te maken met een complexe erfenis uit het verleden. De Tabakswet ging in 2002 in, ruim voordat Klink minister was. De rechter oordeelde gisteren dat de terminologie in de artikelen van die wetstekst, door een amendement van de Kamer destijds, inconsequent is. Voor particuliere ondernemingen is immers formeel niet gekozen voor een algeheel rookverbod zoals bij overheidsgebouwen, maar voor het beperken van de hinder voor werkenden. Werkgevers werden daarvoor verantwoordelijk gehouden.

Zij kregen aanvankelijk de mogelijkheid om zelf te zorgen voor een beperking van de rookoverlast. Zelfregulering zoals dat heet. Maar uit evaluaties bleek dat het onvoldoende opschoot met het rookvrij maken van de horeca. Klink heeft daarom een uitvoeringsbesluit genomen dat in de zomer van 2008 in werking trad en horeca-eigenaren dwong maatregelen te treffen. Dat uitvoeringsbesluit heeft de rechter gisteren „onverbindend” verklaard.

Klink kan zich niet volledig verschuilen achter de erfenis. Bij het uitvoeringsbesluit had hij moeten zien dat het kader van de wet waarop het uitvoeringsbesluit is gebaseerd onvolledig was, zegt persraadsheer Van der Kaaden van het gerechtshof in Den Bosch.

Klink heeft zo bezien misschien wat al te resoluut in zijn eigen koers volhard. Toen sommige kroegbazen de asbakken weer op de toonbank gingen zetten, sprak hij dreigende woorden. Na het eerste arrest in het voordeel van de kleine kroegbazen had Klink zich achter de oren moeten krabben, meent PvdA-Kamerlid Bouwmeester. Klink hield echter voet bij stuk. Een bezwarencommissie van zijn eigen ministerie adviseerde hem onlangs de regelgeving te repareren. Klink legde dat advies naast zich neer. De PvdA-fractie spreekt nu van een „blamage” voor Klink. „Dit is niet goed voor de minister en ook niet handig van hem geweest.” Het CDA vindt niet dat de eigen minster averij heet opgelopen. „Ik kan niet overzien of VWS iets te verwijten valt”, zegt CDA-Kamerlid Joldersma.

Bouwmeester vraagt zich af „of Klink wel grip heeft op de dingen die hij doet”. Volgens haar is hij vooral bezig met ziekenhuizen en farmacie. „Dat heeft al zijn aandacht.”