Hoe tel je (of schat je) mensenmassa's?

Josta Wismeijer uit Amsterdam wil weten hoe mensenmassa’s worden geteld.

FNV Bondgenoten vaart bij demonstraties op cijfers van de politie. „We maken wel zelf een grove schatting op basis van onze mensen die regelmatig meelopen, maar de politie heeft daar meer kijk op”, aldus een woordvoerder.

Hoe de politie telt? Met veel ervaring en een geoefend timmermansoog, weet woordvoerder Tessel Horsman van de politie Haaglanden. „Je moet er een gevoel voor krijgen.”

Hulpmiddelen zijn de camera’s in de Haagse binnenstad en eenvoudige wiskunde. Horsman: „Bij een demonstratie op het Malieveld tellen we een hoekje van pakweg 20 man en tellen we hoeveel vierkantjes je daarmee kunt maken op het hele terrein.”

Ook bij demonstraties op de Dam in Amsterdam wordt met deze zogenoemde rasters gewerkt, vertelt de Amsterdamse politiewoordvoerder Rob van der Veen. „Er zijn dan verschillende mogelijkheden, zoals: ‘zwart van de mensen’, wat dan betekent: vier mensen per vierkante meter. Dan weet je dat er zo’n 20.000 man meelopen.”

Probleem met deze telmethode blijft dat je altijd een bepaalde marge houdt, erkennen beide politiewoordvoerders. Want niet iedereen staat even dicht op elkaar. Van der Veen: „Er zijn altijd plekken in een menigte waar het rustiger of juist drukker is.” Maar dat geeft niet, zegt Horsman. „Het gaat ons om de crowd control.”

Bij evenementen als Koninginnedag kijkt de politie ook naar het aantal reizigers dat de stad per trein en per auto bezoekt. Van der Veen: „Daarbij baseren we ons op de lengte van de files en op cijfers van de NS. Die cijfers combineren we met de informatie van beelden die we live vanuit de helikopter naar ons commandocentrum krijgen toegestuurd.”

Al met al blijft het dus nattevingerwerk. Met als gevolg dat organisaties graag schermen met hogere bezoekersaantallen, vanwege prestige of om de sponsor tevreden te houden. Politiewoordvoerder Horsman: „Dan beweert de organisatie dat er 500 man op hun demonstratie zijn afgekomen, en zeggen wij: ‘Mwah, hou het maar op 200’.”

Freek Schravesande

    • Freek Schravesande