Hier zie je geen wodka

Polen profiteert van de toetreding tot de Europese Unie, precies vijf jaar geleden.

Maar de kloof groeit wel: tussen arm en rijk, tussen winnaars en verliezers.

Dit zijn Poolse arbeiders in Nederland. Ook in België werkten Polen vaak op een Nederlands visum. Foto HH Nederland Flevoland 8 mei 2008. Poolse arbeiders die door een bollenboer zijn ingehuurd via een uitzendbureau zoeken op het land naar tulpenbollen met een foute kleurl. Met een spuitbus met bestrijdingsmiddel worden de ziekebollen verdelgd. Het in nederland gekweekte product wordt door buitenlandse arbeiders geoogst en wordt vervolgens ook geexporteerd naar het buitenland. Foto: Jan Boeve / Hollandse Hoogte gastarbeiders arbeidsmigratie bloembollen Boeve, Jan;Hollandse Hoogte

Het leven in het Poolse stadje Siemiatycze draait om die ene bus, één keer per week, op vrijdagochtend om zeven uur. De bus naar Brussel. Miroslaw Putko heeft ’m vaak genomen, om in België muren te slopen of kozijnen te timmeren. En hij heeft er vaak op gewacht. „Mijn familie stuurde geregeld pakjes, met worst en appels. Het eten in België is prima, maar dat pakje was belangrijk. Ik keek er naar uit.”

Siemiatycze is een schoolvoorbeeld van de massale arbeidsmigratie na de toetreding van Polen tot de Europese Unie, precies vijf jaar geleden. Van de 17.000 inwoners werkt ruim een derde in Brussel. Dus vrijwel iedereen, zonder meetelling van kinderen en bejaarden. Siemiatycze, denken ze in België, is de hoofdstad van Polen, althans, zo gaat de grap.

Het plaatsje ligt in wat de Polen zelf ‘Polen B’ noemen, het hele gebied tegen de oostgrens aan, met de laagste levenstandaard. Maar in Siemiatycze is daarvan niets te merken. Hier geen bouwvallen en modderige wegen, maar keurige huizen, stoepen en gazonnetjes. Als uit een reclamefolder. De auto’s zijn er net wat groter en duurder dan in naburige stadjes.

„De migranten brengen niet alleen geld mee terug, maar ook een bepaalde woon- en werkcultuur”, zegt burgemeester Zbigniew Radomski trots. „Ze hebben in het Westen gezien dat het anders kan, dat je huis ook netjes kan zijn. En de gebruikelijke fles wodka op het werk is verdwenen.”

„In Polen toeterde ik meteen als iemand wilde invoegen”, zegt Putko. „In België viel ik daarom nogal uit de toon. Ik ben sindsdien een rustige weggebruiker.” Zeven jaar werkte Putko in België, in de bouw, illegaal, vaak op een Nederlands toeristenvisum. „De Belgen deden veel moeilijker over visa.” Zijn vrouw maakte huizen schoon. Anderhalf jaar geleden kwamen ze terug. Met het verdiende geld namen ze een lokale papierzaak over. In Brussel was Putko een proletariër, hier behoort hij tot de middenklasse. „Het heeft me mijn rug gekost”, zegt hij. „Maar het was de moeite waard.”

De economische crisis heeft Siemiatycze nog niet bereikt. Twee weken geleden werd de eerste steen gelegd van een tractorfabriek, die honderden banen zal opleveren in een stad waar de werkloosheid met 8 procent al veel lager ligt dan gemiddeld.

Kritiek op de EU heeft burgemeester Radomski hier al lang niet meer gehoord. Vijf jaar geleden, zegt hij, was er ongerustheid over de toetreding tot de EU, vooral in deze contreien, waar mensen zwaar hechten aan tradities en geloof. De Duitsers, werd gezegd, zouden de Polen gaan rond bevelen. „Maar nu moet je lang zoeken naar een euroscepticus”, zegt hij.

Er is wel een keerzijde: Siemiatycze mag dan relatief welvarend zijn, het is ook een stad van verweesde kinderen en jongeren. „Mijn ouders werken al twintig jaar in Brussel”, zegt Katarzyna Prochowska, een jonge vrouw die op het gemeentehuis werkt. „Ik ben opgevoed door mijn oma. Mijn ouders zag ik met de vakanties en met Kerst.”

De arbeidsmigratie in Siemiatycze is ouder dan de EU-uitbreiding. Zo werkte de moeder van Putko in de jaren tachtig in de Verenigde Staten, toen een populaire bestemming van Poolse werkmigranten. Begin jaren negentig maakte ze de overstap naar Brussel. En daarna gaf ze het stokje (en haar contacten in Brussel) door aan haar drie zonen, van wie er twee nog steeds niet terug zijn.

De stad is hierdoor een glazen bol, waarin de effecten van de migratie al zichtbaar zijn. Sociologen uit het nabijgelegen Bialystok deden hier twee jaar geleden een groot onderzoek. Ze concludeerden dat de sociale samenhang onder druk staat, door verscheurde families, maar ook door de groeiende kloof tussen arm en rijk, tussen achterblijvers en avonturiers, tussen verliezers en winnaars.

Toch is het overheersende gevoel over de EU-uitbreiding positief. „Dat hebben we maar mooi voor elkaar gekregen”, stond vorige week boven een artikel in Gazeta Wyborcza. Poolse boeren, schrijft de krant, verdienden in 2008 90 procent meer dan in 1998, mede dankzij Europese landbouwsubsidies. En het land ontving 12 miljard euro aan structuurfondsen.

„Wij hebben met Europees geld riolen, stoepen en een sporthal gebouwd”, zegt burgemeester Radomski. „Het enige wat ik jammer vind is dat we nog geen Belgische zusterstad hebben.” Brussel wellicht? Hij lacht. „Saint-Gilles lijkt me gepaster.”