Het poëtische van alledaagse dingen

Fotografe Elspeth Diederix won de Prix de Rome in 2002.

De kroon op al dat succes is een solotentoonstelling in een museum: nu in museum Jan Cunen in Oss.

Het was een van de geruchtmakendste jaargangen in de geschiedenis van de Prix de Rome. In 2002 was het de beurt aan fotografen om mee te dingen naar de belangrijkste aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars op het gebied van beeldende kunst in Nederland. De internationale jury vond het niveau van de Nederlandse inzendingen beschamend laag.

„Knutselkunst”, oordeelde het Italiaanse jurylid Oliviero Toscani over de foto’s. Het Duitse jurylid Thomas Struth, een leerling van de Düsseldorfse Bechers, laakte het gebrek aan bezieling bij de deelnemers. De aanslag op de Twin Towers had de wereld op zijn kop gezet, en wat deden Nederlandse fotografen? Ze keken de andere kant op.

Elspeth Diederix (1971) won dat jaar, met een paar surrealistische foto’s in een alledaagse setting. Zo fotografeerde ze de ontwerpster Katja van Stiphout in eenvoudig zwart aan de koffie in een New Yorkse diner. Op Katja neemt de hoofdpersoon geen slok, maar staart omlaag naar het koffiekopje, waar haar hand elegant in wegglijdt.

Het portret intrigeerde de jury afdoende. Ook Diederix’ Still Live Milk – een verzameling kantoorspullen en persoonlijke memorabilia gerangschikt rondom een plas gemorste melk – maakte door zijn verstilde esthetiek indruk. „Een groen paard”, oordeelde Toscani over Diederix: maar wel een belofte voor de toekomst.

De spin-off van de Prix de Rome is groot. Niet alleen het prijzengeld (20.000 euro) is prettig, maar vooral het feit dat je als kunstenaar plotseling een serieuze speler bent in het kunstcircuit. Uitnodigingen voor tentoonstellingen volgen elkaar op, particuliere verzamelaars kopen gretig aan, en ook opdrachten voor kunst in de openbare ruimte verlopen soepel. De kroon op al dat succes is een solotentoonstelling in een museum.

Zo vergaat het Elspeth Diederix, die nu haar eerste museale solotentoonstelling heeft in museum Jan Cunen in Oss. Daar zijn zo’n dertig van haar foto’s uit de afgelopen tien jaar verzameld. En om maar met de deur in huis te vallen: die tentoonstelling valt behoorlijk tegen.

De expositie is mooi van opzet, daar ligt het niet aan. Rustig ingericht, niet te veel foto’s in één ruimte, zodat je kunt stilstaan bij wat je ziet. En daar zit nu juist het probleem. Want Diederix werk is erg wisselvallig. Soms heeft ze een uitschieter en ontstaan er schitterende foto’s. Katja (niet te zien in Oss) is daar een voorbeeld van. Cloud (2003), een wolk van transparante plastic zakken die in de lucht hangt, ook.

Het melkstilleven waarmee ze de Prix de Rome in 2002 won, is eveneens een hoogtepunt in Oss, samen met nog een ander stilleven, een verzameling haast in wit oplossende frisdrankflessen op een keukentafel.

In deze foto’s slaagt Diederix erin om een sfeer van mysterieuze contemplatie tot stand te brengen – alsof de dingen een andere gedaante aannemen, afhankelijk van je blik.

Diederix brengt het onverwachte samen met het voorspelbare, ze koppelt het poëtische aan het alledaagse. Ook technisch zijn de foto’s knap: er is niets gefotoshopt, alleen de kleuren zijn hier en daar bijgewerkt.

Naast die hoogtepunten hangen er in Oss ook heel wat niemendalletjes, waarvan je zou willen dat een kritische conservator ze uit de tentoonstelling had gehouden. Dat zijn de foto’s waarin het esthetische effect op de eerste én de laatste plaats staat. Een bleke berkenboomstam in Utah, waaraan Diederix een knalroze opschrijfblaadje heeft gekleefd, zodat het lijkt alsof er een abstract schilderij in de boom is gefotoshopt.

Een zwarte man wiens gezicht half verscholen gaat achter een knalgeel plastic bekertje waaruit hij een slok neemt. Balletjes die aan (onzichtbare) draden rondom het gezicht van een man zweven. Deze foto’s trekken je aandacht omdat ze mooi zijn en raar. Ze hebben lekkere contrastrijke kleuren, het beeld is even gekanteld.

Maar blijf je langer stilstaan, dan valt vooral op hoe loos ze zijn. Waar gaan deze foto’s over? Wat wil de kunstenaar ermee zeggen? Natuurlijk – je kunt honderden zaden aan draden rijgen, die in de natuur hangen en daar een foto van maken. Je kunt een tl-lamp in het gras leggen en fotograferen, met een onderwatercamera een jurk in ultramarijn water vastleggen, of een motor met roze poeder insmeren en in een desolate woestijn fotograferen. Maar waarom zou je?

Diederix’ makke is dat ze aan mooie plaatjes zo bar weinig inhoud geeft. Dat is jammer. Want ze kan zeker meer. Maar daarvoor moet ze wel eerst leren kritisch te kiezen, kritisch haar woorden te wegen, zich te bezinnen. Pas dan zal ze de belofte die ze in 2002 was, werkelijk waarmaken.

Tentoonstelling

Elspeth Diederix. T/m 28 juni in Museum Jan Cunen, Oss. * *

Bekijk werk op: www.elspethdiederix.com

    • Lucette ter Borg