Essent en RWE voeren druk op

De energiebedrijven Essent en RWE gaan een stichting oprichten die erop moet toezien dat aangekondigde investeringen in duurzame energie ook worden nagekomen. Met deze zet hopen ze de weifelende provincie Noord-Brabant alsnog te laten instemmen met de beoogde overname van Essent door RWE.

Het Duitse concern wil Essent overnemen, voor 9,3 miljard euro. RWE heeft daarbij als eis gesteld dat het meer dan 80 procent van de aandelen in handen krijgt. Omdat Noord-Brabant 30,8 procent van de aandelen Essent bezit, is het ja-woord van de provincie doorslaggevend. Maar Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben vorige maand tegen de overname geadviseerd, onder meer omdat er twijfels bestaan of RWE daadwerkelijk miljarden in Nederland gaat investeren in windparken, schonere gas- en kolencentrales en plannen om het broeikasgas CO2 ondergronds op te slaan.

Normaal nemen Gedeputeerde Staten zo’n advies over, maar GS van Noord-Brabant twijfelen. Gisteren hebben ze hun besluit uitgesteld. Ze zoeken naar een politieke oplossing om de overname toch te kunnen laten doorgaan, maar wel zo dat ze een motie van wantrouwen, die vanuit Provinciale Staten vrijwel zeker zal volgen, kunnen overleven. Een aantal partijen heeft laten weten tegen zo’n motie te zullen stemmen als er meer zekerheid komt over de duurzame ambities van RWE in Nederland.

Die zekerheid hebben Essent en RWE nu gegeven, vinden ze. „Dit is een uniek contract, in beton gegoten”, zei Peter Terium, de RWE-man die straks het overgenomen Essent moet leiden. Mocht RWE zijn duurzame ambities in Nederland niet nakomen, dan betaalt het een boete van maximaal 40 miljoen euro aan de huidige publieke aandeelhouders van Essent.

In het persbericht van Essent en RWE staat dat Essent „veel grootschaliger” kan investeren in duurzame energie met steun van RWE. Bij navraag blijkt van extra investeringen vooralsnog geen sprake.