Een breekbaar cordon

De term cordon sanitaire kan maar beter niet lichtvaardig worden gebruikt. Al was het maar om de Nederlandse vertaling die Van Dale ervan geeft: „keten van posten uitgezet aan de grens van een gebied om de uitbreiding van een besmettelijke ziekte tegen te gaan”. Dat klinkt dus nogal bedreigend voor de Haagse politiek, die zich volgens de beeldvorming afwisselend op ‘een vierkante kilometer’ of onder een ‘glazen stolp’ pleegt af te spelen. Maar aan het Binnenhof is er ook overdrachtelijk geen cordon sanitaire te bekennen, hoezeer de PVV die indruk ook tracht te wekken.

De PVV dient in de Tweede Kamer regelmatig samen met andere fracties moties in, zoekt steun voor wijzigingsvoorstellen of krijgt daartoe een aanzoek – doet kortom mee aan het dagelijkse parlementaire handwerk en wordt daarbij geen strobreed in de weg gelegd. Wel viel de PVV-fractie een keer op door demonstratief een vergadering te verlaten. Goed beschouwd was dát een cordon sanitaire: aangespannen door de PVV rond de overige 141 Tweede Kamerleden.

Wel is een feit dat D66, ChristenUnie, PvdA, SP en GroenLinks hebben aangegeven niet met de PVV in een kabinet te willen gaan zitten. Dat deden ze op een ontijdig moment. Normaal gesproken zijn er pas op 11 mei 2011 landelijke verkiezingen. Verkiezingsprogramma’s zijn er nog niet, laat staan dat een vergelijking daartussen mogelijk is. Er zijn wel Europese verkiezingen op komst, en wellicht komt de behoefte van partijen om zich tegen de PVV af te zetten, daaruit voort. Wat het electorale effect hiervan zal zijn, staat nog te bezien.

Het CDA en de VVD hebben de PVV niet als potentiële regeringspartij in de ban gedaan. Zeker van de VVD is dat logisch. Zo ontdekte Kamerlid Van Baalen, de VVD-lijsttrekker bij de Europese verkiezingen die onlangs aan het StemWijzeronderzoek op internet meedeed, dat de PVV van zijn voormalige fractiegenoot Wilders zijn tweede voorkeur geniet.

Dat partijen vooraf aangegeven met welke partners ze wel of niet een coalitie willen vormen, is hun goed recht. En voorzover het om de PVV gaat, kan hun afkeer om inhoudelijke redenen ook begrijpelijk zijn. Maar bijzonder is het niet. Vele jaren lang sloten de PvdA en de VVD elkaar uit, om vervolgens het CDA te verwijten dat die partij vóór de verkiezingen geen kleur wilde bekennen. Het CDA boog inderdaad niet naar links of naar rechts; wel regeerden de christen-democraten tot 1994 zo’n 75 jaar onafgebroken.

Overigens verdienen stellige uitspraken over mogelijke en onmogelijke coalitievorming met enige argwaan te worden beluisterd. D66 liet na de verkiezingen van 22 januari 2003 bij monde van de nieuwe fractieleider Dittrich weten dat de partij zeker geen kabinet met CDA en VVD zou vormen; zijn voorganger De Graaf meende dat zo’n coalitie niet aan de kiezers zou zijn uit te leggen. Vier maanden later stond het tweede kabinet-Balkenende van CDA, VVD en D66 rond de koningin gegroepeerd, met De Graaf als minister en vicepremier op het bordes. Onder druk wordt elk cordon breekbaar.