Een 20-jarig brein is nog heel jong

Uit neurologisch onderzoek blijkt dat de volwassenheid pas begint vanaf 23 jaar.

Het strafrecht zou hier rekening mee moeten houden.

Een 20-jarig brein is nog heel jong Berecht adolescenten dus niet als volwassenen Illustratie Leonie Bos Bos, Leonie

Sinds 1988 vallen personen vanaf 18 jaar onder het strafrecht voor volwassenen. In de praktijk blijkt dat vaak hoogst onbevredigend. De meeste veroordeelden tussen 18 en 23 jaar zijn vaak nog duidelijk onvolwassen in hun gedrag en ontwikkeling. Een behandeling in een jeugdinrichting onder het jeugdstrafrecht is dan veel zinvoller.

Gelukkig kan onder bepaalde voorwaarden een 18-jarige toch onder het jeugdstrafrecht worden berecht, maar van die mogelijkheid wordt alleen bij uitzondering gebruikgemaakt.

Er zijn echter goede redenen om deze uitzondering tot regel te verheffen. Sterker nog, er zijn goede redenen om alle jongvolwassenen onder de 23 jaar in een aangepast adolescentenstrafrecht te berechten.

Die redenen liggen op het terrein van de ontwikkelingspsychologie en de neurobiologische ontwikkeling van jongvolwassenen.

Al in 1965 stelde de commissie-Anneveldt een adolescentenstrafrecht voor tot 24 jaar. De commissie had toen nog niet eens notie van wat wij nu allemaal weten over de ontwikkeling van jongeren en jongvolwassenen. De commissievoorstellen werden afgewezen door de Kamer.

Wat weten wij inmiddels? De lengtegroei van kinderen, vooral jongens, vindt plaats tot hun 16-18e jaar. Maar spiermassa, longvolume (uithoudingsvermogen) en het gewicht van de botten groeien door tot minstens 23 jaar. In de hersenen vertoont de grijze stof een groeispurt tot 14-15 jaar om daarna ‘gesnoeid’ te worden (pruning in vakjargon). De witte stof, het merg, neemt juist toe, tot ongeveer het 25ste jaar. In die jaren komen in de prefrontale cortex functies tot volwassenheid als planning, flexibiliteit, remming van impulsen en prioritering daarvan.

Ten aanzien van risicogedrag zien we een cruciale ontwikkelingsstap pas boven de 20 jaar genomen worden. Tot die leeftijd hebben leeftijdgenoten een grote invloed op het nemen van risicovolle beslissingen, erna nemen mensen meer autonoom dat soort beslissingen. Adolescenten zien wel waarschuwingssignalen als ze voor gevaar staan, maar ze doorvoelen die niet en laten de kans om te stoppen passeren. MRI-onderzoek laat zien dat adolescenten zich laten sturen door de hersenkern (nucleus accumbens) die reageert op beloning, terwijl de hersenen van volwassenen in gevaarlijke situaties een sterkere activiteit laten zien in de amygdala en de prefrontale cortex waarmee zij de langetermijnconsequenties zien. Ook op het gebied van emotieregulatie zien we de grote veranderingen pas boven de 20 jaar.

Terwijl de Kamer destijds besloot de strafrechtelijke volwassenheidsleeftijd te verlagen naar 18 jaar – en er gaan zelfs stemmen op die te verlagen naar 16 jaar – laat wetenschappelijk onderzoek juist zien dat de afronding van de psychosociale ontwikkeling juist later valt dan 18 jaar.

Maar ook maatschappelijk blijken jonge mensen steeds langer onvolwassen: ze blijven langer op school, ze blijven langer thuis wonen, ze gaan later een langdurige relatie aan, ze krijgen later hun eerste vaste baan en kopen ook pas later een eerste eigen woning.

De Amerikaanse psycholoog Jeffrey Arnett spreekt over de leeftijdfase tot 25 jaar als de fase van emerging adulthood: langzaam komt een eigen kijk op de wereld tot stand, langzaam leert de jongvolwassene onafhankelijk beslissingen en verantwoordelijkheid te nemen. Dat is precies wat naar voren lijkt te komen in het hedendaags neuro-imaging onderzoek aan de Universiteit Leiden, het VU-MC en AMC Amsterdam.

Onze maatschappij heeft zich inmiddels op deze ontwikkeling ingesteld: universitair onderwijs en beroepsopleidingen lopen door tot 22-23 jaar; autoverzekeringen zijn duurder tot 23 jaar en Riaggs kennen jeugdafdelingen die cliënten zien tot 23 jaar.

Alleen de wetgever dacht twintig jaar geleden: laten we de volwassenheidsgrens verlagen naar 18 jaar, inclusief de overgang van jeugdstrafrecht naar het volwassenenstrafrecht.

Natuurlijk wil iedereen wetgeving die op een zelfde manier van kracht is voor alle mensen. Maar de wetgever had zich kunnen realiseren dat het volwassenenstrafrecht toch wel heel vaak uit de kast gehaald moet worden voor mensen die nog in ontwikkeling zijn. De zogenaamde age crime curve buigt pas af na het 24ste jaar. Kennelijk bestaat er een verband tussen het in ontwikkeling zijn en een verhoogde mate van delictgedrag.

Het jeugdstrafrecht is een weinig efficiënte reactie gebleken op misdragingen tot pakweg 15/16 jaar. In de belangrijkste ons omringende landen worden deze kinderen opgevangen door de jeugdzorg. De uitvoeringspraktijk van het jeugdstrafrecht in zijn huidige vorm kost honderden miljoenen per jaar en heeft geen aantoonbaar effect op de jeugdcriminaliteit, laat staan op het welzijn van jonge mensen.

Wat betreft de aard van psychiatrische stoornissen tekent zich een verband af met die ontwikkelingsfasering: stoornissen uit de kindertijd houden aan tot in de jongvolwassenheid en kunnen beter in een jeugdkader zorg krijgen.

Als we weten dat het gros van de jongvolwassen delinquenten veel psychosociaal disfunctioneren laat zien, moeten we dan niet naar een adolescentenstrafrecht dat naar moderne inzichten gericht is op behandeling en ontwikkeling?

Prof. dr. T.A.H. Doreleijers is hoogleraar forensische psychiatrie aan de faculteit rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden.