De verzorgster

Fahima Loh (42)

Werk: verzorgster bij verzorgingstehuis SantvoordeWerk in Somalië: secretaresseOpleiding in Somalië: middelbare school en cursus administratieGevlucht in: 1994Aan het werk sinds: 2006

U was secretaresse en werkt nu in de zorg. Hoe komt dat?

„Toen ik in 2000 een verblijfsvergunning kreeg, wilde ik een administratieve opleiding doen, maar mijn docenten Nederlands zeiden dat het te lang zou duren. Een opleiding in de zorg zou sneller zijn. Ik had er geen zicht op, dus ik heb dat gedaan. Ik vind het wel jammer, maar mijn werk is nu ook leuk. We verzorgen oudere mensen. Ik was ze, kleed ze aan, geef ze eten.”

U heeft twaalf jaar niet gewerkt. Wat deed u in die periode?

„De eerste zes jaar moest ik wachten op een verblijfsvergunning. Ik zat in een asielzoekerscentrum. Ik ging naar school voor mijn Nederlands en ben toen ook op talenstage geweest. Dan ga je ergens werken om meer te oefenen met het Nederlands. Ik werkte in een bejaardenhuis. Daarna heb ik drie jaar mijn opleiding voor verzorger gedaan, vervolgens was ik nog drie jaar werkzoekende. Ik woonde in Stadskanaal, maar in het noorden was heel weinig werk, dus ben ik naar Baarn verhuisd. Ik had een contactpersoon bij VluchtelingenWerk Emplooi, dat is een bemiddelingsbureau voor vluchtelingen. Hij hielp mij met mijn sollicitatiebrieven en mijn cv. Het is heel moeilijk om werk te zoeken, zeker als je moeite hebt met de taal. Daarom heb je soms een steuntje nodig. In Baarn vond ik uiteindelijk werk.”

Wat zijn de grootste verschillen op de werkvloer tussen Somalië en Nederland?

„Een baas of directeur in Somalië moet heel veel respect krijgen. Hij is stoer en bazig, je bent zijn werkster. Hier is je baas een collega. In Somalië kun je wel eens een keer te laat komen, in Nederland niet. Als je in de file staat, moet je meteen bellen: sorry, sorry, en je moet de tijd inhalen. Ik vind dat wel eerlijker dan in Somalië. Daar maak je ook minder kans als je gaat solliciteren. Je moet eigenlijk iemand kennen die ergens de baas is. Een goede vriend of familie.”

    • Leendert van der Valk