'De manier waarop dit is gegaan, klopt gewoon niet'

Houben ontwierp een ‘canontoren’ voor het Nationaal Historisch Museum in Arnhem. Maar de directie van het NHM heeft andere plannen. „Onnodig en onhandig.”

Francine Houben (Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel) De Nederlandse architecte Francine HOUBEN. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 20 november 2008 Mentzel, Vincent

„Ik voel me al twee jaar een beetje verraden. De manier waarop alles is gegaan klopt gewoon niet.” Architect Francine Houben, die rond mei 2007 door Jan Vaessen, oud-directeur van het Openluchtmuseum in Arnhem, werd gevraagd een ontwerp te maken voor het Nationaal Historisch Museum (NHM), is verontwaardigd. „Vaessen en ik hebben ons toen ingezet voor de goede zaak. We hebben dag en nacht gewerkt. En nu is alles ineens anders. Dat is onnodig en onhandig. Zo ga je niet met mensen om.”

Van het oorspronkelijke plan voor de ‘canontoren’, waarmee Vaessen en Houben op 29 juni 2007 door minister Plasterk (cultuur, PvdA) werden verkozen boven de steden Den Haag en Amsterdam, is weinig over. De museumdirectie wil voor het NHM niet uitgaan van de ‘canon’. En de locatie voor het museum is niet meer naast het Openluchtmuseum.

Terwijl Plasterk meent dat de twee directeuren de ruimte moeten krijgen voor hun plannen, is er in de Tweede Kamer onrust ontstaan over alle wijzigingen. Vanmiddag is er een spoeddebat over de kwestie. „Destijds is er voor een totaalconcept gekozen,” zegt Houben. „Daar ga je niet achteraf zomaar dingen uit halen.”

Dat volgens Plasterk nooit harde afspraken zijn gemaakt over Houbens ontwerp, mede omdat het in een zeer korte tijd tot stand moest komen, vindt de architecte vreemd. „Het is mijn vak om iets in korte tijd te bedenken en te ontwerpen. Jan Vaessen en ik zaten heel goed in de materie.” Ze vindt dat zowel architectenbureau Mecanoo als het Openluchtmuseum op een ‘onbetamelijke’ manier zijn behandeld. „Ik begrijp best dat er nu twee directeuren zijn aangesteld die gewoon hun gang willen gaan, maar ik vind de manier waarop het is gelopen niet juist.”

In haar column van 6 april voor Het Financieele Dagblad, getiteld ‘De pijnlijke geschiedenis van het Nationaal Historisch Museum’ schrijft ze dat, na het officiële verzoek van de burgemeester van Arnhem, het ineens lang stil blijft.

Als op 10 december 2008 Valentijn Byvanck en Erik Schilp, de twee directeuren van het NHM, voor het eerst hun plannen bekend maken, slaat bij Houben de verbazing toe: er wordt geen woord gerept over het Openluchtmuseum of haar ontwerp. Als vervolgens het Openluchtmuseum het gerucht bereikt dat over een andere locatie wordt gedacht eist de directie een gesprek. Daarin wordt bevestigd door de directie van het NHM dat er inderdaad verschillende locaties worden afgewogen. Via de krant moet Houben vervolgens vernemen dat er mogelijk een Europese selectie voor de architect gaat plaats vinden. Op 23 maart volgt het persbericht met de definitieve locatie van het NHM aan de rivier in Arnhem.

Houben noemt het ‘onthutsend dat een minister, een Commissaris van de Koningin en een burgemeester zo opportunistisch kunnen opereren’. „Ik begrijp niet waarom de directie van het NHM nooit naar Jan en mij is toegestapt. Ik ben in al die tijd nooit benaderd. Schilp is pas vorige week voor het eerst langsgekomen.”

Volgens Houben bestaan er inmiddels misverstanden over haar ‘canontoren’. „Het ontwerp wordt te letterlijk genomen. Het gebouw is niet alleen ontworpen met het idee dat de canon door middel van vijftig vensters wordt getoond. We hadden meer plannen. Er zouden ook ruimtes komen voor tijdelijke tentoonstellingen en de bovenste verdieping zou uitzicht geven op de omgeving en verwijzen naar plaatsen van herinnering.”

Een van de praktische argumenten van Schilp en Byvanck om het NHM te verplaatsen naar de John Frostbrug heeft te maken met het feit dat de noodzakelijk aanleg van een parkeergarage bij het Openluchtmuseum minstens 20 miljoen euro zou gaan kosten. Houben vindt dat onzin. „Op de nieuwe locatie moet men toch ook kunnen parkeren? Ik kan je zeggen dat het moeilijker is om aan een rivier met natte grond een garage te bouwen dan op de zandgronden bij het Openluchtmuseum.”

De eenmalige investeringskosten voor het NHM werden in 2006 door Maria van der Hoeven (destijds minister van cultuur) geschat op zo’n 60 miljoen euro. Houben wijst erop dat er veel kosten zullen komen nu er weer andere plannen zijn. „Men gaat nu dit hele proces opnieuw doen. Ik vrees dat Arnhem hierdoor misschien wel het museum gaat verliezen, tenzij ze terugkeren naar het oorspronkelijke plan.”