Crisis? Daar doen wij niet aan mee

Ze wilden megabanken worden. Maar de regering verhinderde dat. Een briljante zet, blijkt achteraf.

De grote Canadese banken zijn zo kerngezond gebleven.

Een hardloopwedstrijd in Toronto voor het goede doel, gesponsord door de Bank of Nova Scotia. Foto Bloomberg A man in a shirt and tie and with a briefcase participates in the 5-kilometer (3.1 mile) race sponsored by the Bank of Nova Scotia for charity in Toronto, Ontario, Canada, Thursday, June 15, 2006. Bank of Nova Scotia Chief Executive Officer Richard Waugh, wearing a red-and-white rat T-shirt, led a team of more than 500 Scotiabank staff wearing mouse ears, whiskers, tails and cheese hats in the annual Rat Race run through the heart of Toronto's financial district. The goal of the sixth annual race is to raise a minimum of C$215,000 ($195,000), 20 percent more than last year, for the United Way of Greater Toronto. Photographer: Norm Betts/Bloomberg News. BLOOMBERG NEWS

Tevreden kijkt Sue Graham Parker uit het raam van haar kantoor. Zij heeft uitzicht op het financiële hart van Canada: een vierkante kilometer in Toronto met glimmende hoofdkantoren van de grote Canadese banken. Stuk voor stuk staan ze er fier bij, aan een ordelijk geblokt stratenpatroon waar oranjerode taxi’s toeterend voorbijrazen. Een bankencrisis? Hier niet. „Wij zijn zeker niet verwaand”, begint Graham Parker, vicepresident bij de Scotiabank, de derde bank van Canada. „Het zit niet in de Canadese cultuur om op te scheppen, we doen liever onopvallend onze zaken.” Maar toch, na enig aandringen: „We zijn trots op het feit dat wij onze stabiliteit hebben behouden. We zijn trots dat we worden gezien als het gezondste bankenstelsel ter wereld.”

Welkom in het land zonder bank bailouts. Hoewel er tussen Canada en buurland Amerika, waar de kredietcrisis begon, nauwe economische banden bestaan, is Canada een van de weinige grote westerse landen waar geen banken door de overheid zijn gered. Hoewel de Canadese banken sinds het begin van de kredietcrisis in totaal zo’n 17 miljard Canadese dollar (10,7 miljard euro) hebben afgeschreven, is dat een fractie van de honderden miljarden die banken wereldwijd verloren hebben.

De Canadese regering pompt geen geld in de banken. Zij heeft geen belangen in de financiële instellingen genomen. Weliswaar stelde ze op het dieptepunt van de kredietcrisis een fonds in om hypotheken van de banken over te nemen, maar dit is om de banken in staat te stellen leningen te blijven verstrekken op de bevroren kredietmarkt. Het gaat om gezonde hypotheken, geen stortvloed aan uiterst riskante subprime hypotheken zoals in de VS. In maart al lieten de banken weten geen behoefte meer aan de voorziening te hebben.

Volgens de Canadese premier, Stephen Harper, heeft Canada nu „het meest op de vrije markt gerichte financiële stelsel ter wereld”. Sterker, de Canadese banken boeken nog aldoor flinke winst (1,9 miljard euro over het eerste kwartaal van dit jaar voor de ‘Grote Vijf’ van de Canadese banken). In 2008 leed maar een van de vijf verlies, de andere vier boekten samen aanzienlijke winst (8,5 miljard euro), toen in de rest van de westerse wereld banken zware verliezen leden.

Alle Canadese banken blijven onveranderd dividend uitkeren en kunnen op eigen kracht nieuw kapitaal blijven aantrekken. En het gaat, zeker na de (bijna-)instorting van grote banken en verzekeraars in de VS, niet om kleintjes: gemeten naar marktwaarde zijn de ‘Grote Vijf’ (Royal Bank of Canada, Toronto-Dominion Bank, Bank of Nova Scotia, Bank of Montreal en Canadian Imperial Bank of Commerce) allemaal doorgedrongen tot de toptien van Noord-Amerika.

Dat trekt in het huidige financiële klimaat de aandacht. De Canadese banken, nooit opzichtige instellingen, worden opeens geprezen om hun degelijke manier van bankieren. Volgens het World Economic Forum heeft Canada het gezondste financiële systeem ter wereld. En de G20, de groep van rijke en opkomende industrielanden, stelt het Canadese model tot voorbeeld aan de rest van de wereld.

Wat is de succesformule van de Canadese banken? In het kort: een systeem van bankieren volgens ouderwetse basisprincipes, zonder wilde risico’s en binnen relatief strakke regels van de overheid. „De Canadese banken danken hun succes aan voorzichtige groei en conservatisme”, zegt Laurence Booth, hoogleraar financiën aan de Universiteit van Toronto. „In tijden van economische voorspoed is dat niet spectaculair, maar in slechte economische tijden als nu ziet dat er goed uit.”

In tegenstelling tot de VS met hun banken per staat heeft Canada altijd nationale banken gekend. De Canadese banken hebben elk een bereik van vele honderden filialen van kust tot kust in het reusachtige land. Ze vormen een stabiel oligopolie, door en door bekend bij nationale toezichthouders en gekenmerkt door behoedzame kredietpraktijken. Dat heeft te maken met de Canadese cultuur: „Canadese leners zijn verantwoordelijke leners”, zegt Maura Drew-Lytle van de Canadian Bankers Association, de Canadese bankiersvereniging. „Canadezen gaan niet snel een lening aan die ze niet kunnen terugbetalen.”

De gezondheid van de banken blijkt uit hun kapitaalbuffers, hun solvabiliteit. Voor de grote Canadese banken bedraagt het eigen vermogen gemiddeld 9,8 procent van de uitstaande activa, ruim boven de 7 procent die is vereist vanwege de Canadese toezichthouders. Dat is hoger dan de gewone Amerikaanse banken en aanmerkelijk hoger dan het gemiddelde onder zakenbanken in de VS en gewone banken in Europa.

„Als je kijkt naar de manier waarop we geld uitlenen, dan zie je bepaalde principes”, zegt Sue Graham Parker van Scotiabank. „We bekijken altijd of klanten het zich kunnen veroorloven om een huis te kopen. We zien hen niet als bronnen van kapitaal dat wij kunnen doorverkopen aan investeerders. De uitstaande kredieten blijven op onze balans staan.”

Op naleving van de regels wordt toegezien door de Office of the Superintendent of Financial Institutions (OSFI), een federaal agentschap. Dat geldt in gelijke mate voor gewone banken en zakenbanken, want die zijn al ruim twintig jaar geleden in de gewone banken opgegaan; elk van de ‘Grote Vijf’ heeft sindsdien een zakenbank onder haar hoede.

Ook op andere manieren houdt de Canadese overheid de banken in het gareel. Toen de ‘Grote Vijf’ eind jaren negentig wilden fuseren tot enkele megabanken, werden ze tegengehouden door de federale regering, destijds gevormd door de liberalen, omdat de fusies in strijd zouden zijn met het nationale belang. De banken haalden hun internationale concurrentiepositie aan als motief om te fuseren. Maar de rol van de banken is in de eerste plaats om geld te beheren en leningen te verstrekken aan Canadese klanten en ondernemingen, oordeelde de regering – niet om wereldwijd naam te maken.

Die blokkering van de fusies was zeer omstreden, maar wordt achteraf beschouwd als een belangrijke reden dat Canadese banken geen dwaze dingen zijn gaan doen. „De regering wilde voorkomen dat de Canadese banken te groot werden, met alle risico’s van dien”, zegt professor Booth. „Ze wilde meer concurrentie op de Canadese markt, niet minder. En dat blijkt een briljant besluit te zijn geweest.”

De Royal Bank of Canada is nu de elfde bank ter wereld naar marktwaarde, Toronto-Dominion is nummer 20, Scotiabank is 26, en ook de rest van de ‘Grote Vijf’ staat in de mondiale top-50.

    • Frank Kuin