Blijf zitten waar je zit en verroer je niet

Het verloop onder bestuursvoorzitters van grote bedrijven neemt niet veel toe, blijkt uit een studie.

Uitzondering is de financiële sector.

Ondanks de recessie nam het aantal topbestuurders dat in Nederland ontslag nam, niet noemenswaardig toe. In 2008 vertrok iets meer dan eenderde van alle bestuursvoorzitters die een AEX-bedrijf leidden. Een cijfer dat vergelijkbaar is met 2007. In Europa en de VS daalde zelfs het aantal gedwongen ontslagen.

Topmannen die nu aan het roer staan, krijgen het voordeel van de twijfel, concludeert adviesbureau Booz & Company uit zijn jaarlijkse studie naar bestuurswisselingen bij 2.500 beursgenoteerde ondernemingen. Marco Kesteloo, vicepresident bij Booz & Company, spreekt van een leiderschapstest. „De druk om te presteren is en blijft hoog”, zegt hij. „Maar in deze onzekere tijd blijkt dat veel bedrijven en bestuurders voor continuïteit kiezen.”

Vijf van de negen leidinggevenden van een AEX-bedrijf die afgelopen jaar de deur achter zich dicht trokken, deden dit vanwege een fusie of acquisitie – en dan vooral in de eerste helft van 2008. Voorbeelden hiervan zijn Peter Ventress van de groothandel in kantoorbenodigdheden Corporate Express, dat in juni door het Amerikaanse Staples werd overgenomen, of Tex Gunning van uitzendbureau Vedior dat door Randstad werd ingelijfd.

Eenderde vertrok vanwege gepland pensioen. Didier Keller (62) van SBM Offshore gaf het roer in handen van de Brit Tony Mace. En de Franse topman van Unilever, Patrick Cescau (60), werd opgevolgd door Paul Polman. De enige topbestuurder die gedwongen ontslag moest nemen wegens slechte prestaties, was Jean-Paul Votron van bank en verzekeraar Fortis. Hij vertrok in juli onder druk van de aandeelhouders en werd opgevolgd door Herman Verwilst, die twee maanden later aftrad omwille van gezondheidsredenen.

Een opvallende vaststelling is dat het aantal vertrekkende topbestuurders in de VS en Europa, waar de economische crisis het hardst heeft toegeslagen en waar de afgelopen twee jaar de meeste wisselingen van de wacht plaatsvonden, licht daalde. Ook het percentage ontslagen door achterblijvende resultaten of door een verschil van mening met het bestuur, nam in Europa het afgelopen jaar af van 5,8 in 2007 naar 5,5 procent.

Desondanks zag Booz & Company het aantal bestuurswissels vorig jaar op mondiaal vlak toenemen: met 4 procentpunten tot 35 procent in 2008. Deze stijging is grotendeels te wijten aan een verdubbeling van het aantal gedwongen ontslagen in Azië. Daar werd 6,1 procent van de toplui het afgelopen jaar gevraagd om af te treden.

Vooral Japan viel op: door de economische malaise steeg het aantal vertrekkende topmannen daar van 0,8 procent in 2007 tot maar liefst 3,1 procent afgelopen jaar. Hierbij hoort enige voorzichtigheid. Dit jaar zijn er aanmerkelijk meer multinationale bedrijven uit Azië in het onderzoek opgenomen en dit beïnvloedt de resultaten.

Minder verrassend is dat het aantal gedwongen ontslagen in de financiële branche in 2008 beduidend hoger ligt dan een jaar eerder. Bij 18 procent van de 578 onderzochte financiële concerns ging de topman weg. Bijna 9 procent vertrok vroegtijdig vanwege slechte prestaties of een verschil van inzicht over de te volgen strategie. Ter vergelijking: het historische gemiddelde in de afgelopen jaren bedroeg volgens Booz & Company 3,4 procent.

Multinationale bedrijven kiezen meer dan ooit voor ervaring aan de top. Bijna 20 procent van de komende en gaande topbestuurders in 2008 zijn al voordien bestuursvoorzitter geweest. Dit is meer dan dubbel zoveel als het historische gemiddelde sinds 1996. Er is ook een duidelijke voorkeur voor intern talent. Een kwart van de nieuwe topmensen komt van buiten het bedrijf tegenover 76 procent via interne promotie.

„Senior managers testen potentiële leiders vaak als operationeel of financieel directeur, voordat ze hen al topman aanstellen”, zegt Booz & Company. Voorbeelden hiervan in Nederland zijn Alex Wijnaendts, de nieuwe topman van verzekeraar Aegon, en de Zwitser Peter Voser van Royal Dutch Shell.

Ook de gemiddelde leeftijd van de nieuwe topman stijgt. De afgelopen tien jaar was dat 51 jaar en in 2008 bedroeg die 52,9 jaar – bijna twee jaar ouder. Topbestuurders vertrekken ook op hogere leeftijd: in Europa als zij gemiddeld 57,2 jaar oud zijn en in de VS op een leeftijd van 59,4 jaar. Japanse bestuursvoorzitters zijn het oudste op het moment van vertrek: gemiddeld 63 jaar.

    • Piet Depuydt