'2028' goed plan - nu de promotie nog

Van de sportbonden mogen de Olympische Spelen van 2028 in Nederland worden gehouden. Zij gaven groen licht voor uitwerking van de plannen. Maar oud-IOC-lid Els van Breda Vriesman plaatst kanttekeningen.

De licht euforische sfeer waarin de sportbonden gisteravond tijdens de algemene ledenvergadering van sportkoepel NOC*NSF instemden met het plan de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen, was niet besteed aan Els van Breda Vriesman. Zeker, zij is een groot voorstander, maar als oud-lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) plaatste ze kanttekeningen. Haar belangrijkste punt van kritiek: het Olympisch Plan 2028 mist uniciteit. „Alle kandidaat-steden komen tegenwoordig met goede plannen. Om te winnen moet je onderscheidend zijn.”

Van Breda Vriesman, die gisteren voor haar olympische verdiensten tot erelid van NOC*NSF werd benoemd, kan het weten, want ze is een ervaringsdeskundige bij uitstek. Tijdens haar zittingsperiode in het IOC heeft zij de processen rond kandidaatstellingen intensief meegemaakt. Ze maakte deel uit van de commissies die de steden voor de Olympische Spelen van 2004, 2008 en 2012 inspecteerden. En ze had zitting in de commissies die de organisatiecomité’s van ‘Athene’ (2004) en ‘Peking’ (2008) begeleidden.

Op grond van die expertise zegt Van Breda Vriesman dat moet worden afgestapt van het voornemen in 2016 een kandidaat-stad aan te wijzen. Stellig: „Dat is veel te laat. Die keus moet op korte termijn gemaakt worden, om een stad langdurig wereldwijd te promoten. En IOC-leden moet je in een vroeg stadium met de naam van een kandidaat-stad vertrouwd maken.”

Daarmee loopt Van Breda Vriesman vooruit op een gevoelig thema. Het laatste wat de plannenmakers willen is nu al een keus maken tussen Amsterdam en Rotterdam, de meest voor de hand liggende kandidaten. Daarmee gepaard gaande emoties zouden tot schisma’s kunnen leiden en de olympische ambities ernstig verstoren.

En wil Nederland voor 2028 in aanmerking komen voor de Spelen dan is eensgezindheid vereist, weten de initiatiefnemers, van wie NOC*NSF-bestuurslid André Bolhuis als portefeuillehouder de stimulator is. Samen met algemeen directeur Theo Fledderus presenteerde hij gisteren het plan dat de grondslag voor een Nederlandse kandidatuur moet zijn. En het idee om honderd jaar na ‘Amsterdam’ de Spelen opnieuw naar Nederland te halen, werd door de sportbonden innig omarmd.

De volgende stap is Nederland sportief, sociaal-maatschappelijk, economisch, infrastructureel en planologisch op ‘olympisch niveau’ te brengen. In 2016 moet dan blijken of Nederland technisch gezien de Spelen kan organiseren en onder de bevolking draagvlak is. Dat jaar wordt definitief over kandidaatstelling beslist. „Een hoop gedoe”, zei minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken) vanmiddag tijdens een congres in Tilburg. „Maar de olympische ambitie zorgt er wel voor dat we onze concurrentiepositie verstevigen. Toen Duitsland in 2006 het WK organiseerde, nam het toerisme ook enorm toe.”

Voor de opbouwfase tot 2016 is een speciaal organisatiemodel bedacht. Er komt een council, een soort raad van bestuur, waarin alle bij het Olympisch Plan 2028 betrokken partijen zijn vertegenwoordigd. De voorzitter moet het boegbeeld worden. Daarvoor wordt naar een man of vrouw met statuur gezocht. Onder de hoede van de council functioneert een program-office als uitvoerend bureau, met een bezetting van vijf tot tien fulltimers. En dan komt er nog een adviesorgaan – de Club van 2028 – waarvan de leden tevens als ambassadeurs van de het Olympisch Plan optreden.

De voorbereidingskosten zijn niet gering. In het ongunstigste geval zijn die op zo’n 4,7 miljard euro geraamd. In die berekening is uitgegaan van ruim 1,1 miljard aan private investeringen. In dat geval resteert maximaal 3,5 miljard aan publieke middelen.

Het Olympisch Plan 2028 werd in ontvangst genomen door staatssecretaris van Sport Jet Bussemaker, die niet met lege portemonnee naar Papendal was gekomen. Zij zegde één miljoen euro toe voor het functioneren van het program-office. Ook Bussemaker is geënthousiasmeerd door het idee dat de Olympische Spelen eventueel naar Nederland komen. „Ik vind het inspirerend en een mooie stip aan de horizon. Het plan kan ons land op de kaart zetten en ons binden in deze tijd van economische crisis. Aan de slag, zou ik zeggen.”

Van Breda Vriesman was geraakt door alle spontaniteit, maar vindt wel dat plannen alleen geen hout snijden. Ze maakt zich door het gebrek aan invloedrijke sportbestuurders zorgen over de lobbykracht van Nederland. Zonder die invloed is een kandidaatstelling volgens haar tot mislukken gedoemd. „De Olympische Spelen moeten je uiteindelijk gewoon gegund worden.”