Welke ouder weet nog wat difterie is?

In Amerika vaccineren te weinig mensen hun kinderen nog. Ze hebben geen idee meer hoe erg de ziekten zijn die dan dreigen. Er beginnen nu confronterende campagnes.

„Ons meisje kreeg polio toen ze negen maanden oud was. Haar rechterarmpje en beentje raakten verlamd. Nachtenlang lag ze koortsig en lusteloos in onze armen. Gelukkig overleefde ze het, maar lopen en schrijven gaan nog steeds moeilijk. Op school wordt ze gepest.” Twee ouders vertellen over hun zieke dochter en over hun beslissing om hun kind niet te laten inenten tegen polio. „Of we spijt hebben? Ja, we waren naïef, dachten dat ons zoiets niet zou overkomen. Laat andere ouders zich goed informeren voor ze een soortgelijke beslissing nemen.”

Zo ongeveer moet een voorlichtingscampagne over vaccinatie tegen besmettelijke ziekten als polio, kinkhoest of mazelen eruit gaan zien, schreven Amerikaanse onderzoekers vorige week in het wetenschappelijke tijdschrift Archives of Pediatrics & Adolescent Medicine (5 mei).

Het lijkt ongepast of zelfs manipulatief, zo’n tranentrekkend verhaal. Maar nood breekt wet, vinden de Amerikanen. In Amerika, en ook in Engeland, daalt namelijk het percentage gevaccineerde kinderen tot onder de kritische grens. Dat leidt tot lokale epidemieën van onder andere mazelen, schreven weer andere wetenschappers in het New England Journal of Medicine (7 mei). Dus zet de Amerikaanse staat Washington een campagne op die ouders keihard moet raken.

Gemiddeld heeft slechts 82 procent van de Amerikaanse kinderen op tijd alle standaardvaccinaties gehad zoals wij ze ook kennen, bijvoorbeeld tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio (de DKTP-prik), en tegen de bof, mazelen en rode hond (de BMR-prik). Sommige mensen kunnen de vaccinaties moeilijk betalen, anderen vergeten hun afspraak met de dokter. Maar ouders kiezen er ook steeds vaker bewust voor om niet te vaccineren. Zo’n 2,5 procent van de ouders laat zijn kinderen helemaal niet prikken uit angst voor bijwerkingen of vanwege een persoonlijke, vaak religieuze overtuiging. In Engeland speelt een zelfde trend: na een artikel over een vermeend verband tussen de BMR-prik en autisme is het aantal tegen mazelen ingeënte kinderen gedaald tot onder de 80 procent.

In Nederland is het percentage gevaccineerde kinderen hoog: tussen de 90 en 95 procent. Roel Coutinho, directeur Centrum Infectieziektenbestrijding: „Het aantal ongevaccineerden is de afgelopen jaren gelijk gebleven. De weigeraars zijn vooral bevindelijk gereformeerden en antroposofen. Maar we zijn zeer alert op verandering. De recente commotie over de vaccinatie tegen HPV, het virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt, heeft ouders ongerust gemaakt. We houden in de gaten of de twijfels en angsten over HPV-vaccinatie niet overslaan naar het reguliere vaccinatieprogramma.”

Volgens de onderzoekers hebben veel Amerikaanse ouders het vertrouwen in het reguliere vaccinatieprogramma al verloren. Ouders twijfelen serieus aan het nut, de effectiviteit en de veiligheid van de prikken of stellen ze uit tot een kind een paar jaar ouder is. Die twijfels passen bij een algemene trend: patiënten worden eigengereider, vertrouwen niet meer blindelings op de dokter en zoeken zelf naar informatie op internet. En daar staan vooral angstaanjagende en vaak onjuiste verhalen over bijwerkingen van vaccinaties.

Over de voordelen van vaccinatie weten ouders veel minder, ook in Nederland. Coutinho: „De ziekten waartegen wij vaccineren komen zo weinig meer voor in Nederland, dat ouders geen idee meer hebben hoe ernstig ze zijn. Wie weet er nu nog wat difterie is? Of dat je dood kunt gaan aan de mazelen?” Die onwetendheid leidt ertoe dat ouders het gevoel hebben dat dergelijke ziekten nauwelijks meer bestaan, of dat hun kind er niet vatbaar voor is. Terwijl polio, mazelen en kinkhoest ook in Nederland nog steeds af en toe opduiken. Coutinho: „Zo hadden we onder bevindelijk gereformeerden in 1992 een polio-epidemie en in 2000 een uitbraak van mazelen, met rond de 100 ziekenhuisopnamen en drie doden.”

De huidige voorlichting met droge feiten voldoet niet meer, denken de Amerikanen. Ze pleiten voor het gebruik van commerciële marketingstrategieën om mensen aan te zetten tot gedrag dat nuttig is voor zowel het individu als de maatschappij. Vaccineren beschermt immers niet alleen het geprikte kind zelf, maar voorkomt ook epidemieën. Daarmee beschermen we pasgeborenen en kinderen die om medische redenen niet gevaccineerd kunnen worden. Juist bij deze kinderen verlopen infectieziekten vaak dramatisch.

Uit onderzoek voor de voorlichtingscampagne die wordt opgezet in de staat Washington, blijkt dat de gemiddelde ouder die twijfelt over vaccinatie, een blanke, hoog opgeleide dertiger is. Maar kennis, houding en gedrag omtrent vaccinaties, blijken sterk te verschillen van persoon tot persoon. Daarom bestaat de campagne uit twee stappen. Eerst trekt een woordvoerder de aandacht in de media, met een persoonlijk verhaal dat ouders raakt. Goede woordvoerders zijn volgens de campagneleiders ouders die twijfelden over vaccinatie en nu met een ziek kind zitten, of een beroemdheid met persoonlijke ervaring met een ziekte uit het vaccinatieprogramma. Daarna moeten artsen ingaan op specifieke vragen van ouders, door bijvoorbeeld langs te gaan bij zwangerschapscursussen of aparte consulten aan te bieden.

Coutinho vindt zo’n strategie voor Nederland op dit moment nog niet nodig. „Wij hebben immers geen acuut probleem. Met uitzondering van gemeenten in de Bible Belt, zijn er genoeg kinderen gevaccineerd om uitbraken te voorkomen. Pas als er aanwijzingen zijn dat de vaccinatiegraad gaat dalen, moet de voorlichting persoonlijker worden, zoals in Engeland waar ze al een paar jaar achter elkaar kampen met mazelenepidemieën. Klassiek is de foto uit 1971, van de door polio verlamd geraakte man die tijdens de polio-epidemie in Staphorst een bord ophoudt: ‘Ik smeek u, doe dit uw kind niet aan.’ De ziekte visualiseren en concreet maken, dat helpt enorm.”