Watersnoodhelden

Sociaal geograaf Willem van der Ham (1958). Hij is zelfstandig onderzoeker en publicist en schreef onder meer een biografie van Cornelis Lely Vrijdag spreekt dr. Willem van der Ham om 14.40 u, in het Biografie Instituut, Oude Kijk in ’t Jatstraat 26, Groningen, Toegang (hele dag) € 50,-, studenten € 35,-

Zonder ingenieurs zou Nederland er niet meer geweest zijn, maar wie ons van het water redden, weten we nauwelijks, zegt sociaal geograaf Willem van der Ham (1958). Hij is zelfstandig onderzoeker en publicist en schreef onder meer een biografie van Cornelis Lely.

Zijn we niet juist wereldberoemd om onze waterwerken?

„En toch is er in Nederland weinig besef dat het steeds kantje boord is geweest. In 1421 bij de Elisabethsvloed kwam heel Zuidwest-Nederland onder water te staan, in 1570 liep vijfzesde van Holland onder. Dat waren gigantische rampen. Die van 1953 is bekender, maar aan de oplossing van alle grote waterproblemen kun je namen koppelen. Dat gebeurt niet. We veronachtzamen dat deel van onze geschiedenis. Vergelijk het eens met alle beroemdheden van de Gouden Eeuw. We hebben wel drie standbeelden van Hansje Brinker – eentje in Madurodam. Maar dat jongetje dat zijn duim in een dijk stopte, is verzonnen door een Amerikaanse schrijfster die hier zelfs nooit geweest was.”

Wie zijn de echte Hansje Brinkers, behalve Lely?

„Bijvoorbeeld Jan Blanken, een alleskunner, die grote inbreng had bij de introductie van de stoomtechniek in Nederland, en het Groot Noord-Hollands kanaal aanlegde. In de zeventiende en achttiende eeuw vreesde men de ondergang van Nederland, omdat er jaarlijks rampzalige rivieroverstromingen waren. Er was een richtingenstrijd of die met overloopsystemen moesten worden bestreden, of door de aanleg van nieuwe waterwegen. Door Blanken werd het dat laatste. De Nieuwe Merwede en de Nieuwe Waterweg danken we daaraan.

„En Cornelis Lely kennen veel mensen dan wel van de Afsluitdijk, maar hij was echt de grondlegger van het moderne Nederland. Als civiel ingenieur wilde hij graag zijn stempel drukken op de burgermaatschappij. Hij was ook drie keer minister. Veel ingenieurs waren maatschappelijk betrokken. Dat gold ook voor een van de allergrootste: Johan van Veen, de vader van de Deltawerken, die ik in mijn boek over hem ‘meester van de zee’ noem, en die zichzelf dr. Cassandra noemde.”

Naar de Griekse priesteres die naderend onheil voorzag?

„Maar nooit geloofd werd. Van Veen was een briljant genie. Hij had de watersnoodramp van 1953 voorspeld. Er lagen al plannen sinds de jaren dertig. Toen het gebeurde, is hij als de wiedeweerga naar de zwakste plekken gegaan. Die kennis was er door hem. Daardoor zijn andere dijkdoorbraken, en een domino-effect, voorkomen. Er is een kaart van hoeveel erger het had kunnen zijn. Dat ging om een miljoen inwoners. Van Veen had jarenlang stormvloeden bestudeerd, hij ontwikkelde een analoge computer voor de enorme berekeningen die nodig waren. Tegenwoordig denken ze geloof ik dat een Deltacommissie in een half jaar klaar kan zijn.”

Intussen zijn onze waterwerken wel al heel lang een exportproduct.

„Ja, ik begrijp nooit dat het economisch-toeristisch belang hiervan zo weinig onderkend wordt. Er is nog altijd geen goede reisgids langs onze watergeschiedenis.”

LIESBETH KOENEN