Wachten op god

Als ik Jomanda was – misschien ben ik het in een vorig leven wel geweest – dan zou ik gisteren ook veilig in Canada zijn gebleven. Wat had ze te winnen bij een confrontatie met de Amsterdamse rechtbankvoorzitter M. Diemer? Die had zich goed voorbereid en een aantal pittige vragen voor haar in petto.

Zij heeft voortdurend kritiek op de reguliere artsen, maar kan zij zelf geen fouten maken? Zij zegt dat ze Sylvia Millecam als vriendin heeft behandeld, maar waar ligt de grens tussen vriendin en therapeut? Diemer kon zulke vragen nu alleen machteloos over onze hoofden heen in dat Amsterdamse rechtszaaltje afvuren. Intussen wacht Jomanda geduldig de uitspraak af. Ze zal in geval van vrijspraak ongetwijfeld halsoverkop naar Nederland terugvliegen om zich door ‘de bladen’ en ‘de media’ te laten interviewen. Daar had ze de afgelopen weken wel de gelegenheid voor gehad, wreef Diemer haar advocaat in.

Jomanda beriep zich op vage dreigingen om niet voor het gerecht te hoeven verschijnen. De hogere machten hadden het haar ingefluisterd: er kon daar iets vreselijks gebeuren.

In of buiten de rechtbank, wilde Diemer weten. Het eerste leek mij onwaarschijnlijk. Ik had net bij de veiligheidscontrole in de hal zelfs mijn broekriem moeten afdoen en was blij dat ik de laatste weken niet te veel was afgevallen. Buiten de rechtbank dan? Daar is inderdaad alles mogelijk.

Nooit heeft Jomanda last gehad van bescheidenheid, maar in de publiciteit maakt ze haar rol in de Millecam-tragedie nu zo klein mogelijk. Ze beweert dat ze Millecam voortdurend naar artsen heeft verwezen en dat ze nooit gezegd heeft dat er geen kanker was, nee, ze zág geen kanker.

Er is echter een Nova-interview uit 2001 dat haar als een graad in de keel steekt. Daarin zegt ze op de vraag of ze zou hebben gezegd dat er geen kanker was: „Ja.” Er is door Nova ‘geknipt’, heeft Jomanda laten weten. Maar Diemer liet zien dat de bewuste citaten allang in het dossier zitten en dat Jomanda daar nooit eerder bezwaar tegen heeft ingebracht. Er zijn bovendien veel getuigen die bevestigen dat Jomanda de kanker ontkende en ingrijpende behandeling afraadde („niet snijden”).

Toch scheept dit proces je ook als buitenstaander op met één kardinale, onoplosbare kwestie: zou Millecam wel een reguliere behandeling hebben aanvaard als zij Jomanda niet had gekend? Zou ze dan met operatie en/of chemo hebben ingestemd? Dat is onwaarschijnlijk als je naar de verhalen van vrienden en haar moeder luistert.

Uit veel van die getuigenissen komt Millecam tevoorschijn als een vrouw die geobsedeerd was door haar uiterlijk. Lichamelijk verval was slecht voor haar carrière, die toch al over zijn hoogtepunt heen leek. Bovendien was ze erg bang voor pijn. De behandeling door Jomanda en de twee andere vervolgde genezers hield een zachte therapie in waarbij alles op een pijnloze manier weer goed zou komen.

Dat was precies wat Millecam wilde horen. „Ze was bang dat ze zichzelf zou verliezen, ze wachtte op een goddelijke operatie, dat ze op een ochtend ineens genezen zou zijn”, heeft haar partner tegen de rechter-commissaris gezegd.

Maar de god van Sylvia en Jomanda keek een andere kant op, zoals goden wel vaker doen.

    • Frits Abrahams