Suriname wil vooral goed figuur slaan

Het Surinaams voetbalelftal speelt vanavond in de Amsterdam Arena tegen VVV. De ploeg staat op de 129ste plaats van de FIFA-ranglijst.

Het spelersverblijf van het nationale voetbalelftal in Paramaribo-Zuid kent een sobere inrichting. Kamers met stapelbedden, gemeenschappelijke douches, een wat naargeestige eetzaal en één tv-toestel op de overloop. Toch zit de Surinaamse selectie al twee dagen voor vertrek naar Nederland intern. Om een paar keer te trainen, het groepsgevoel te versterken, maar ook uit voorzorg. Douaniers van luchthaven Zanderij zijn langs geweest voor een voorlichtingsessie om de spelers op hun plichten en verantwoordelijkheden te wijzen. Want in Suriname was niet iedereen er gerust op dat de voetbaldelegatie ongeschonden door de honderdprocentcontrole op Schiphol zou komen.

Ook sportief gezien laat de Surinaamse voetbalbond (SVB) niets aan het toeval over. Zo kwam er een nieuwe bondscoach, uit kostenoverwegingen voor slechts vier maanden, een oefenwedstrijd tegen Frans Guyana (0-0) en een competitiestop van twee weken. Want Suriname moet en zal een goed figuur slaan in Nederland. Zo vaak gebeurt het niet dat Suriname tegen een Nederlands team speelt. De enige officiële interland tussen Nederland en Suriname werd in 1960 gespeeld. Suriname ontving Oranje destijds voor een vriendschappelijke wedstrijd in het Suriname-stadion. Nederland won met 4-3. Daarna was het olympisch team in 1989 op bezoek in Nederland. Ook kijkt men in Suriname nog steeds tevreden terug op de succesvolle trip begin jaren zeventig van toenmalig kampioen Robinhood. Onder meer met een eervolle nederlaag tegen het grote Ajax.

Sindsdien is het voetbal er in Suriname niet beter op geworden. Vorige zomer was er een kortstondige opleving na een dubbele overwinning op buurland Guyana en plaatsing voor de groepsfase van de WK-kwalificatie. Maar na de roemloze uitschakeling tegen Costa Rica en El Salvador is Suriname afgezakt naar de 129ste plaats op de FIFA-ranglijst.

Waar het aan ligt? Talent genoeg op de Surinaamse velden, maar de juiste aanpak ontbreekt. Gebrek aan organisatie, geld, accommodaties en – zo wordt daar in eigen land nogal eens aan toegevoegd – aan mentaliteit. Maar of de voetballers daar zo veel aan kunnen doen is de vraag. Suriname wacht al een paar jaar op de invoering van (semi) profvoetbal waardoor de spelersvergoedingen alleen bestaan uit winstpremies en extraatjes bij de overgang naar een nieuwe club. De allerbeste voetballers houden daar misschien een paar duizend euro, een auto of zelfs een stukje grond aan over. Daarom heeft Ronny Aloema, de beste doelman van Suriname en uitblinker tijdens de WK-wedstrijden, moeten afzeggen voor de trip naar Nederland. Vorige maand tekende Aloema een contract bij een profclub op Tobago voor circa negenhonderd euro in de maand. De overige internationals hebben allemaal een baan of scharrelen op één of andere manier geld bij elkaar om rond te komen. Zo vreemd was het dan ook niet dat een Surinaamse selectiespeler vorig jaar vlak voor een WK-duel nog snel een partijtje zaalvoetbal speelde om zijn eigen kas te spekken.

Om uit deze impasse te raken is de komst van het Surinaams team naar Nederland vooral van symbolische betekenis. Want zonder Nederlandse steun blijft het behelpen met het Surinaams voetbal. De KNVB werkt al een paar jaar samen met de SVB, terwijl ook de Suriprofs zich inzetten, met de uitnodiging voor het jubileumtoernooi als voorbeeld. Intussen wordt op diplomatiek niveau gesproken over de invoering van een sportpaspoort. Suriname is het enige land in de Caribische regio waar inwoners geen dubbele nationaliteit mogen hebben. Met een sportpaspoort zouden spelers van Surinaamse komaf met een Nederlandse nationaliteit toch voor Suriname mogen uitkomen.

En wie weet dat andersom, voor talenten met een Surinaams paspoort die in Nederland willen slagen, ook enige vorm van clementie mogelijk is. International Emilio Limon (20) is het meest recente slachtoffer van de strikte EU-regeling. Begin dit jaar was hij op proef bij FC Utrecht waar hij een redelijke indruk maakte en twee keer scoorde voor het beloftenteam. Maar een profcontract zat er niet in voor de aanvallende middenvelder. Volgens de Europese regelgeving moet een speler van buiten de EU boven het gemiddelde van de Nederlandse profvoetballer uitkomen en ook bovenmodaal betaald worden. Dat zou betekenen dat Limon meteen een jaarsalaris van ruim vier ton zou moeten opstrijken.

FC Utrecht wilde niet zoveel geld betalen voor Limon. Hoewel eerdere stages bij RKC, AZ, Excelsior, Sparta, Sunderland en Anderlecht hem evenmin een contract opleverden blijft Limon optimistisch: „Het is toch merkwaardig dat Europese clubs wel veel geld neerleggen voor talenten uit Afrika? Terwijl die jongens uit een totaal andere cultuur komen, hier niemand kennen en de taal niet spreken. Geef mij de juiste papieren en ik ga slagen in Holland.”

    • Diederik Samwel