Strijd tegen 'leugens' van Sichuan

De beroemde Chinese kunstenaar Ai Weiwei wantrouwt de informatie van de overheid over de aardbeving in Sichuan.

Ai Weiwei (Foto AFP) TO GO WITH: Chine-séisme-enfance-art,PREV by Francois Bougon (FILES) Chinese artist Ai Weiwei at his home in an arts district on the outskirts of Beijing on April 10, 2009. The son of Chinese poet Ai Qing, who was denounced during the Cultural Revolution and banished to a labour camp in China's far northwest Xinjiang province with wife and child, Ai went on to study at the Beijing Film Academy with future film directors Zhang Yimou and Chen Kaige in the late 1970's and besides being a curator, architectural designer and a cultural and social commentator, Ai is perhaps best known for his role as artistic consultant for design in collaboration with a Swiss firm for the National Stadium, also known as thre Bird's Nest, for the 2008 Summer Olympics, a project from which he later distanced himself. His latest challenge is finding the names of all the children who died from the Sichuan earthquake in May last year, posted on the wall in front and to his left, while criticizing government efforts on his personal blog with angry postings for still not having provided a full accounting of the schoolchildren's deaths, which many have blamed on poorly constructed schools. For the past two days, Ai said each time he has posted the list of the children's names on his blog, they have shortly thereafter been removed. AFP PHOTO/Frederic J. BROWN AFP

„Een goed voorbeeld van de Chinese tijdtherapie, de beproefde tactiek van de overheid om de dingen net zo lang te verzwijgen tot de mensen moegestreden zijn.” De beroemde Chinese kunstenaar Ai Weiwei (51) vertrouwt de recente cijfers over het aantal slachtoffers tijdens de aardbeving in het Chinese Sichuan, vandaag een jaar geleden, helemaal niet.

Na zich lang tegen publicatie verzet te hebben, maakte de vicegouverneur Wei Hong vorige week bekend dat zich onder de ruim 86.000 doden en vermisten 5.325 scholieren bevonden. Bijna de helft minder dan eerdere schattingen.

„Ik wantrouw deze cijfers. Er zijn geen namen gepubliceerd en er is geen aanvullende informatie verstrekt. Dit is een andere vorm van geheimhouding. De systematische cover-up gaat gewoon door. En wij dus ook”, vertelt Ai Weiwei in zijn atelier op een industrieterrein in Peking.

De Chinese kunstenaar, die het Olympische ‘Vogelnest’ bedacht, voert al een jaar lang een opmerkelijke campagne voor meer openheid over de aantallen slachtoffers en vooral over de ondermaatse kwaliteit van de schoolgebouwen in het gebied.

Met vrijwilligers doet hij zelfstandig „burgeronderzoek” naar het werkelijke aantal omgekomen scholieren in de schoolgebouwen die door ouders „tofuscholen” worden genoemd. Tofu bestaat uit gefermenteerde sojabonen. Tot nu toe hebben Ai Weiwei en zijn vrijwilligers 4600 namen van omgekomen scholieren achterhaald.

Ai Weiwei, geeft, ook nu de overheid cijfers heeft gepubliceerd, de strijd tegen „de leugens over Sichuan” niet op. Zijn kritiek, zijn acties en zijn weblog (http://blog.sina.com.cn/aiweiwei), hebben ergernis en woede gewekt bij de Chinese autoriteiten, vooral in Sichuan.

Maar hij wordt ongemoeid gelaten, zijn Chineestalige blog wordt niet gecensureerd en ook de Chinese staatsmedia, zoals bijvoorbeeld de Global Times, drukken grote interviews met hem af. Zijn status als wereldberoemd kunstenaar en zoon van een van China’s meest geliefde moderne dichters, speelt een belangrijke rol, denkt hij. Ai Weiwei kreeg ook steun van gezaghebbende hoogleraren aan de universiteiten van Peking en Shanghai. Een kunstenaar met zijn status laat zich niet makkelijk arresteren zonder een golf van negatieve publiciteit en onrust te veroorzaken.

Krampachtige openheid en repressie definiëren het beleid. Journalisten kregen in eerste instantie vrij baan, er heerste een voor China opmerkelijke openheid in de eerste chaotische dagen na de meiramp. Dat leidde tot een ongebruikelijke golf van particuliere hulpverlening. Zelfs Taiwanese, Hongkongse en christelijke groepen uit Mongolië werden tot het rampgebied toegelaten.

Pas door de toenemende kritiek van rouwende ouders op de schoolgebouwen die begraafplaatsen werden, begonnen met name de plaatselijke autoriteiten steeds nerveuzer te worden. Waar in Peking de „public relations” op modernere leest is geschoeid, reageren plaatselijke autoriteiten vaak gesloten zodra zich een journalist, laat staan een buitenlander, aandient. De voornamelijk jonge ouders, vaak met nieuwe baby’s of in verwachting, worden nu tegengewerkt, en tijdens deze herdenkingsperiode geïntimideerd om contacten met buitenlandse journalisten te vermijden.

Vicegouverneur Wei Hong weigerde ook de onderzoeken naar de slechte kwaliteit van de schoolgebouwen te publiceren en maande de ouders de blik op de toekomst te richten. „Als er een auto-ongeluk is dan kan het verkeer ook niet wachten tot de twee automobilisten het probleem hebben opgelost”, zei een lokale partijfunctionaris in Mianzhu.

Dat er een probleem was met de scholen werd alleen impliciet erkend op een manier die in China niet ongebruikelijk is. Op het hoogste niveau wordt in abstracte bewoordingen het probleem (slechte scholen, SARS, melaminemelk) erkend en dan gaat alle aandacht uit naar een oplossing, waarvan het succes door de communistische partij wordt geclaimd.

In het geval van de scholen in Sichuan gebeurde dat door premier Wen Jiabao. Hij gelastte in juni vorig jaar al meteen een nationaal onderzoek naar de kwaliteit van schoolgebouwen. Op basis van dat onderzoek werden in het hele land de bouwvoorschriften aangescherpt.

Gedekt door Peking, verzekerde het provinciaal gouvernement in Chengdu onlangs dat alle scholen in deze provincie met 82 miljoen inwoners moeten voldoen aan de strengste normen: ze moeten een aardbeving van 8 op de Schaal van Richter kunnen doorstaan. „De nieuwe scholen in Sichuan zullen de veiligste van het land zijn”, luidde een maandag gepubliceerde verklaring die gelezen kan worden als een indirecte bekentenis.

Deze verklaring ging gepaard met de verzekering dat nog dit jaar alle scholen herbouwd zullen zijn en de belofte dat de tienduizenden inwoners van de nooddorpen nog dit jaar aan nieuwe, permanente huisvesting geholpen zullen worden. Een opnieuw impliciete erkenning dat een jaar na de aardbeving de wederopbouw van het aardbevingsgebied trager verloopt dan was beloofd. Nieuwe wijken zijn in aanbouw, net als wegen, spoorlijnen en industrieterreinen, maar pas sinds het uitbreken van de economische crisis en de aanvaarding van een economisch stimuleringspakket zit er vaart in.

Ai Weiwei zegt intussen „doodmoe” te worden van dergelijke manipulaties: „Toen ik een jaar geleden het gebied bezocht, vroeg ik mij af: hoe waardevol vinden Chinezen een mensenleven? Wat voor een samenleving vormen wij? Die vragen wil ik beantwoorden. Rampen zijn de momenten om die vragen te stellen, omdat leiders dan worden getest. Zulke vragen stellen en naar de antwoorden zoeken is de enige manier om vooruit te komen. Het is duidelijk dat we in een totalitair regime leven, maar ook is duidelijk dat er het nodige aan het veranderen is”, constateert Ai Weiwei.

Reportages en foto’s van mei 2008: nrc.nl/sichuan

    • Bettine Vriesekoop
    • Oscar Garschagen