Slag om Arnhem

Het Nationaal Historisch Museum (NHM) dreigt niet te worden wat de vele geestelijke vaders en moeders, onder andere in de Tweede Kamer, voor ogen hadden.

Het is de bedoeling om met zo’n museum Nederlands nationale identiteit te definiëren en van een fundament te voorzien, met een beoogd publiek van jonge mensen, specifiek de schooljeugd. Als jongeren het verleden van hun land kennen, beseffen ze op welke schouders ze staan en krijgen ze inzicht in wat hen verbindt. Daarnaast moet het NHM het gebrek aan onderwijsniveau ondervangen, dat zich volgens de Kamerleden uit in een desastreus gebrek aan kennis van de chronologie van de Nederlandse geschiedenis. Dat de vijftig ‘vensters’ van de Nederlandse Canon het uitgangspunt zouden zijn voor de aanpak, lag voor de hand.

Minister Plasterk (Cultuur, PvdA) koos voor Arnhem als vestigingsplaats, in het bijzonder voor een locatie naast het Openluchtmuseum. Dit in de verwachting dat alle schoolreisjes en gezinsuitjes beide musea op één dag zouden aandoen. Als directeuren stelde hij Erik Schilp en Valentijn Byvanck aan, twee mannen die elk een ‘ingedut’ museum hadden laten opbloeien, met spannende exposities op basis van een hedendaagse museumfilosofie en moderne technieken.

De directie van het NHM in wording heeft aangekondigd de locatie van het museum te willen verplaatsen naar het centrum van Arnhem. Dat ze de Canon ongeschikt achtten, want als leidraad te beperkt, hadden ze in december 2008 al laten weten. Hun eigenzinnige aanpak was te verwachten – Schilp en Byvanck zijn aangesteld met hun voortvarende creativiteit als argument. Hun opdracht is een museum dat jonge mensen warm moet maken voor de geschiedenis van eigen land.

Kamerleden en historici die voor het NHM willen vasthouden aan chronologie in de rigide definitie van jaartallenkennis, beseffen niet dat de tijd van rijtjes stampen zonder context al heel lang voorbij is. Geschiedenis, is de ervaring van Byvanck en Schip, presenteer je niet met jaartallen, maar rondom jaartallen, in een museum met beelden. Aan de hand van personen en op historische locaties. Het succes van zo’n aanpak is bewezen: vele kijkers volgden de tv-serie In Europa waar het verleden kleur kreeg doordat er consequent een verband werd gesmeed tussen beelden, plaatsen en personen van vroeger en van nu.

De eventuele nieuwe locatie voor het NHM, naast de brug die bekend werd van de Slag om Arnhem, is ingegeven door financiële motieven en door het inzicht dat het publiek van het Openluchtmuseum (‘Het leukste dagje oud’) anders gemotiveerd is dan dat van het NHM, dat uitdrukkelijk geen attractiepark wil zijn. De plek past bij de voorgenomen aanpak – de ‘brug te ver’ is historische grond.

Maar minister Plasterk is wel erg gemakkelijk teruggekomen op zijn argumentatie voor een keuze voor een locatie naast het Openluchtmuseum. Als het NHM dan toch elders verrijst, waarom dan niet daar waar de geschiedenis van Nederland alom voelbaar en zichtbaar is. In Den Haag.