Onderzoekers: Landis was grote puinhoop

Bijna zes jaar na aanvang hebben twee door de rechter aangestelde onderzoekers hun enquêterapport naar het failliete automatiseringsbedrijf Landis afgerond. Hun vaststellingen zijn ijzingwekkend duidelijk: bij het beursgenoteerde ICT-bedrijf was het organisatorisch en financieel één grote bende.

Landis heeft slechts elf jaar bestaan. Het was in 1991 losgeweekt uit HCS, en kreeg in 1998 een beursnotering. Vier jaar later ging het ten onder aan zijn eigen expansiedrift. Volgens de twee curatoren die al twee jaar geleden de oorzaken onderzochten, is er met het faillissement 600 miljoen euro verdampt: 160 miljoen aan uitstaande schulden en 440 miljoen aan door aandeelhouders geïnvesteerd kapitaal.

Het enquêterapport stelt dat Landis werd bestuurd als „een vriendenclub”, waarbij bestuursvoorzitter Paul Kuiken de beleidsdoelstellingen bepaalde. Landis vond het noodzakelijk om tijdens de ICT-hype van eind jaren negentig in hoog tempo bedrijven over te nemen. Dat ging doorgaans tegen veelal „absurd hoge prijzen”, waarmee het bedrijf haar eigen vermogen snel uitholde. De twee enquêteurs noemen dit beleid „bewust risicovol”. Hoewel de ondergang op een gegeven moment onafwendbaar was, gingen er geen alarmbellen af. De tweekoppige raad van commissarissen, waarvan de voorzitter een vriend van topman Kuiken was, ontbeerden verstand van zaken. De president-commissaris heeft ook privé geprofiteerd van een bepaalde overname.

Volgens beleggersvereniging VEB, die om de enquête had verzocht, leidt dit rapport „op alle fronten” tot de conclusie dat er bij Landis sprake is geweest van wanbeleid. De VEB zal hiertoe opnieuw naar de ondernemingskamer van het gerechtshof stappen. Die procedure zou kunnen leiden tot schadeclaims tegen verantwoordelijke bestuurders en commissarissen en ook de accountant van destijds bij Landis, KPMG.

    • Philip de Witt Wijnen